Kikker maakt buiklanding

Mensen kunnen kikkersprongen maken. Misschien heb je dat wel eens gedaan. Op je hurken zitten, je handen op de grond voor het evenwicht, en dan afzetten door je benen te strekken. Én weer netjes landen natuurlijk. Een groot mens (van zeg maar 1,70 meter) springt zo ongeveer een meter ver – en krijgt na dertig sprongen spierpijn.

Kikkers zijn beter in de kikkersprong. Ze hebben ook veel tijd gehad om er goed in te worden, want kikkers komen al 190 miljoen jaar op aarde voor. En zoals sprinters de laatste eeuw harder zijn gaan rennen, en schaatsers sneller zijn gaan schaatsen, zo zijn (veel) kikkers beter gaan springen. Hun achterpoten werden langer, hun voorpoten sterker...

En hun techniek veranderde, zeggen Amerikaanse biologen. Zij filmden kikkersprongen bij de soorten die ooit als eerste gingen springen. Ook deze oeroude kikkers bestaan namelijk nog. Hun sprong is, zacht gezegd, niet elegant.

Dat zie je als je zo’n filmpje bekijkt. Bij het afzetten lijkt alles oké. Hoep, daar strekt het beest zijn lange poten. Zoef, daar vliegt hij door de lucht. Maar oeps, wat is dat? Trek je poten in! Je gaat landen! Houd je voorpoten klaar!

Alleen: dat doet die kikker niet. Hij landt - flatsj! - plat op zijn buik. Au! Maar dat valt mee, zeggen de biologen. Want deze kikkers hebben een beschermend schild van kraakbeen op hun buik.

Wat het filmpje vooral laat zien, zeggen ze, is dat de kikkersprong begon met sterke achterpoten. Daarmee konden kikkers van het land in het water duiken. Pas later leerden ze – nou ja, sommige soorten – om van het water op het land te springen, of van land op land.

Sommige kikkers zijn er nu zo goed in dat ze met één sprong twintig keer hun lengte overbruggen. Als zo’n groot mens dat kon, zou die een sprong van 34 meter maken. Over zeven Landrovers op een rijtje bijvoorbeeld. Vet!