Jeugdspelen als proeftuin voor hogere IOC-ambities

Nieuwsanalyse

De Jeugd Olympische Spelen zijn geslaagd, vindt het IOC. Maar is er behoefte aan een nieuw en kostbaar mondiaal sportevenement?

De eerste Jeugd Olympische Spelen werden donderdag afgesloten. Feestelijk vanzelfsprekend, met veel vuurwerk. En met veel mooie woorden, want bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC) wordt het jeugdfestival in Singapore als geslaagd ervaren. Terecht? Dat hangt af van de perceptie, want de criticasters vroegen zich na afloop nog steeds af: waarom heeft de wereld Jeugd Olympische Spelen nodig?

Voor IOC-voorzitter Jacques Rogge is dat geen discussiepunt meer. Naar zijn mening heeft ‘Singapore’ aangetoond dat jongeren behoefte hebben aan een hedendaags, mondiaal sportplatform in combinatie met culturele en educatieve activiteiten. Volgens hem hebben de nieuwe Spelen de belangstelling voor sport onder jongeren aangewakkerd en zijn de sporters-van-morgen met nieuwe ethische waarden uitgerust. Want, zegt Rogge, de Jeugdspelen waren bedoeld om vriendschappen te sluiten en elkaars cultuur te leren respecteren. Sport was belangrijk, maar meer een middel dan een doel. Althans, zo wilde het IOC doen geloven. Daarom werd in Singapore volop geëxperimenteerd met wedstrijden waar jongens en meisjes één team vormden – zoals triatlon – of met toernooivormen waar nationaliteiten gekoppeld werden, zoals bij tafeltennis. De Jeugdspelen waren ook een laboratorium voor nieuwe sportvormen, waarvan vooral het drie-tegen-drie-basketbal beviel.

Om het educatieve karakter van de Spelen te benadrukken hield het IOC geen medailleklassement bij. Maar de Singapore Straits Times drukte dagelijks een officieuze lijst af. Daaruit viel af te leiden dat vooral China en Rusland de Spelen als serieus podium gebruikten. China haalde de meeste medailles: 51 (30 goud), gevolgd door Rusland met 43 (18 goud). En Nederland? Dat deed met vier medailles, met het goud voor de hockeysters als hoogtepunt, aardig mee.

Het enthousiasme van de organisatoren en de 3.600 deelnemers ten spijt hebben de Jeugdspelen de kritiek niet verstomd. De belangrijkste opposant blijft Dick Pound, het invloedrijke Canadese IOC-lid dat bij zijn standpunt blijft dat Jeugdspelen niet een grote groep jongeren bereiken, maar slechts een elite van hooguit twee procent sporters die toch al intensief werken aan een olympische carrière. Pounds houding heeft ook financiële gronden. Hij vindt dat organiserende landen met buitensporig hoge kosten worden opgezadeld als er een rat race tussen kandidaatssteden ontstaat. De opvolger van Singapore zal het nog beter willen doen, enzovoort, enzovoort. En de staat Singapore betaalt met 283 miljoen Amerikaanse dollar het drievoudige van de oorspronkelijk berekende kosten, bevestigde donderdag de minister van Sport. Nu is geld in een totalitair bestuurd land als Singapore niet het grootste probleem en zal dat over vier jaar in het Chinese Nanjing evenmin het geval zijn, maar voor democratische landen kunnen de exorbitante kosten wel een beletsel zijn.

Naast Pound maken zich meer IOC-leden zorgen over die ontwikkeling. Steeds weer blijken kandidaatssteden – voor willekeurig Zomer-, Winter- of Jeugdspelen – in het gevlij van met name de eigen bevolking te willen komen met een acceptabele begroting. Zijn de Spelen eenmaal toegewezen, dan leert de ervaring dat budgetten explosief stijgen. Zie Londen, dat zijn kandidatuur voor ‘2012’ verkocht met een budget van drie miljard euro. Intussen staat de teller op zo’n vijftien miljard.

Tegen die achtergrond lijkt de Nederlandse wens de Jeugdspelen te organiseren, omarmd door NOC*NSF, wat opportuun.