In vreemde handen gaat waarde verloren

Nederland volgt de Britten. Bedrijven en voetbalclubs vallen in buitenlandse handen. Maar overnames maken kwetsbaar: Cadbury in Engeland, Organon hier.

‘Gazprom wil AZ kopen’ kopte de Telegraaf bijna een jaar geleden. Geen gekke gedachte. Het Russische semi-staatsenergiebedrijf is steeds actiever in Nederland, met een aandelenbelang in de gaspijplijn Nederland-Engeland en in de lijn Rusland-Duitsland waarin ook de Nederlandse Gasunie participeert.

Nee, niet Gazprom, maar Merab Jordania. De Georgiër is de eerste buitenlandse eigenaar van een grote Nederlandse voetbalclub (Vitesse). Het was slechts een kwestie van tijd. Nederland volgt Engeland. Zeker acht buitenlandse investeerders zijn inmiddels eigenaar zijn van een Engelse topclub. Daar bestaat een discrete markt waar topclubs tussen rijke investeerders verhandeld worden. Britse supporters erkennen inmiddels de keerzijde van de bovenbazen aan de bal. De ‘harde’ kern van de aanhang van Manchester United probeert al geruime tijd met steun van fans in de City een miljard pond (1,22 miljard euro) bijeen te schrapen om eigenaar Malcolm Glazer, een Amerikaanse sportinvesteerder, uit te kopen. De fans willen dat de Reds weer hun club wordt, niet de melkkoe van een buitenlander.

Nederland volgt nu ook met voetbal het Britse voorbeeld, zoals Nederland met de verkoop van nutsbedrijven (Nuon, Essent), media (PCM Uitgevers, Wegener), banken (ABN Amro), voedingsbedrijven (Numico), technologie- en kennisbedrijven (Océ; Organon) en bedrijven in transportsector (KLM) en de ‘maakindustrie’ (DAF, Hoogovens) ook het Britse voorbeeld heeft gevolgd. Recent is ook het eerste grote kinderopvangbedrijf (Catalpa) verkocht, en staat de postbezorging op de nominatie verkocht te worden.

Net als de Britten houden Nederlandse kabinetten van open grenzen. Dat is synoniem met een aantrekkelijk investeringsklimaat. Zij zien niets in politieke inmenging in het bedrijfsleven, tenzij een grote bank op springen staat. Zij houden al helemaal niet van bescherming van hun nationale bedrijven, zoals de Fransen, Duitsers en Spanjaarden.

Evenals Groot-Brittannië ervaart Nederland nu de keerzijde van de buitenlandse overnamegolf. De Britten keken op van de overname à 11,5 miljard pond (ruim 14 miljard euro) door het Amerikaanse voedingsbedrijf Kraft van ‘hun’ snoepfabrikant Cadbury, een icoon met 186 jaar onafhankelijkheid. Zij schrokken van de rappe sluiting van een fabriek in Somerdale, waarvan de nieuwe Amerikaanse eigenaar eerder had gezegd dat hij open zou blijven. Het decennia alom geaccepteerde credo ‘Wat goed is voor de aandeelhouder is goed voor het Verenigd Koninkrijk’ werd nu door ministers openlijk in twijfel getrokken.

Wat Cadbury is voor de Britten, is Organon voor Nederland. De voormalige farmadochter van AkzoNobel in Oss is een van de vijf bedrijven in Nederland met de hoogste kennis- en onderzoeksuitgaven (zie tabel). Organon is drie jaar geleden voor de hoofdprijs (11 miljard euro) verkocht aan de concurrent Schering Plough, die op zijn beurt is opgekocht door MSD. Nu concentreert MSD een deel van zijn Europese kennis- en onderzoekscentra op zijn Amerikaanse thuismarkt. In Oss verdwijnen straks bijna 2.200 van de 4.000 banen, waaronder alle ongeveer 1.100 onderzoeksbanen. Ook onderzoek in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland gaat dicht. Volgende week dient de Nederlandse zaak bij de rechter.

De sluiting van Organon-onderzoek in Oss is de nachtmerrie voor kabinet en kenniseconomie die al jaren in het verschiet lag. Het bevestigt de stelling van financieel directeur Peter Wennink van technologieconcern ASML in Veldhoven, een topinvesteerder in kennis en ontwikkeling, dat de overname van Nederlandse bedrijven vergaande negatieve consequenties heeft. „Blijft de fundamentele research & development dan in Nederland? Morgen nog wel, maar overmorgen ook nog? Nee.”

Twee jaar geleden constateerde het Innovatieplatform, een gezelschap van ministers, ondernemers en kenniswerkers, dat Nederland extra kwetsbaar is omdat een handvol bedrijven zoveel kennis- en ontwikkeling (r&d) betaalt: acht multinationals doen de helft. Bovendien vinden buitenlandse multinationals Nederland op dit gebied niet erg interessant.

Een jaar later blijkt het Platform nog wat somberder: „Voor private r&d geldt: weg is weg. Veel r&d faciliteiten zitten door historische keuzes in Nederland en de crisis kan voor bedrijven ook aanleiding zijn tot structurele aanpassingen in hun mondiale r&d investeringsbeleid.”

Dat heeft Organon gevoeld.

Demissionair minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven (CDA) vertolkt het conventionele Nederlandse liberale regeringsgeluid: het is een Amerikaanse beslissing, het kabinet kan weinig tot niets. Het feit dat landen als Frankrijk en Duitsland regelmatig rumoerig industriepolitiek bedrijven, zoals Duitse miljardensteun voor Opel-fabrieken, is geen argument om de zaken anders te bekijken. De bemoeienis van de overheid gaat niet „om patriottisme of protectionisme” zei Van der Hoeven eind juli in een Kamerdebat over Organon. Het gaat om „goede vestigingsvoorwaarden en ook om een actieve lobby naar het bedrijfsleven en soms naar overheden.” Maar tegelijkertijd heeft de sluiting van Organons onderzoek „niets te maken” met het Nederlandse klimaat voor stimulering van onderzoek en ontwikkeling, had MSD Van der Hoeven naar haar zeggen verteld.

Wat is de uitweg uit de paradox? Nederland zet in op een aantrekkelijk (fiscaal) vestigingsklimaat, maar toch sluit een multinational hier zijn onderzoekscentrum.

Meer actieve bemoeienis van de overheid, is het advies van voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW. In zijn column in opinieblad Forum van VNO-NCW, schrijft hij: ‘voor je er erg in hebt wordt je links en rechts ingehaald door landen als Frankrijk en Duitsland waar de overheid zich wel actief bemoeit met het investeringsklimaat.’

Is dat een tip voor de partijen in de kabinetsformatie? CDA en VVD zijn aanhangers van de politieke economie van ‘open grenzen’ die Van der Hoeven verwoordt. De PVV daarentegen is een economisch nationalistische beweging: tégen geldstromen naar Brussel, tégen Europese regelgeving, tégen immigratie van kenniswerkers uit moslimlanden, tégen ‘de liberalisering van PTT Post’, zoals het verkiezingsprogramma zegt. In de Tweede Kamer stemde de PVV eerder dit jaar wel tegen een motie van de SP voor onderzoek naar de nationalisatie van PTT Post, maar vóór een SP-motie dat de overheid fatsoenlijke prijzen moet betalen op de geliberaliseerde postmarkt.