Frankrijk kon in 1815 geen vuist maken tegen Haïti

Illustraties Cyprian Koscielniak

In NRC Handelsblad van 16 augustus werd melding gemaakt van een open brief aan president Sarkozy met een pleidooi om Haïti 17 miljard euro „terug te betalen”. Dat bedrag zou overeenkomen met de huidige waarde van 90 miljoen frank die Frankrijk Haïti onder dwang afperste in ruil voor de erkenning van de onafhankelijkheid. Parijs zou destijds hebben gedreigd met een invasie en de herinvoering van de slavernij.

Maar bij de eerste onderhandelingen in 1815 kon het verslagen Frankrijk helemaal geen vuist maken. Het aanbod van de regering van Haïti om een schadeloosstelling voor de genationaliseerde buitenlandse bezittingen te betalen werd gedaan zonder Franse militaire druk. Dat veranderde in 1825, toen Frankrijk er militair weer bovenop was en de betaling eiste van het symbolische bedrag van 150 miljoen frank, gelijk aan de omzet van de Haïtiaanse export van één jaar (1789). Veertien oorlogsschepen brachten dit voorstel naar Port-au-Prince, waar de regering het in arren moede maar accepteerde. Dat was wel afpersing. Dat de Fransen bij weigering geheel Haïti hadden willen veroveren en de slavernij herstellen, lijkt echter onwaarschijnlijk, want dat was Napoleon twee decennia eerder ook niet gelukt met een veel grotere vloot en een omvangrijk expeditieleger. In 1838 reduceerden de Fransen hun claim overigens tot 90 miljoen frank.

Dat Haïti een schadeloosstelling heeft betaald, was zo gek nog niet. Het leverde de jonge republiek een aantal voordelen op, zoals een snelle internationale erkenning, het herstel van de handel en de mogelijkheid om geld te lenen op de internationale kapitaalmarkt. Om dezelfde reden heeft Indonesië Nederland 650 miljoen gulden betaald als symbolische vergoeding voor de genationaliseerde Nederlandse eigendommen, geschat op 4,5 miljard. De Sovjet-Unie en Cuba hebben daarentegen nooit iets betaald en dat heeft die landen langdurige economische schade berokkend.

Dat Haïti er niet in slaagde nog veel te exporteren en dat de corrupte regeringen in Port-au-Prince het geld van de vele internationale leningen niet goed hebben besteed, is een andere zaak.

Piet Emmer

Emeritus hoogleraar geschiedenis, Leiden