Expertdiscussie

Filebestrijding kan alleen met financiële middelen

Betalen voor gebruik van de weg leidt tot minder files, minder CO2, een betere luchtkwaliteit en minder verkeersslachtoffers. Dat blijkt uit verkeersmodellen en uit praktijkervaringen in Zweden, Noorwegen en Groot-Brittannië. Het plan van Balkenende-IV vermindert de files met ruwweg de helft en de emissies en verkeersslachtoffers met 10 à 15 procent. En we gaan niet meer betalen, maar anders. Nederland gaat er met een kilometerprijs per saldo op vooruit. Velen geloven niet dat een kilometerprijs zulke grote positieve effecten heeft. Maar wie zich erin verdiept, kan er niet omheen. Langer dan nodig hebben we wegen planeconomisch aangeboden in plaats van marktconform.

Als de files slechts worden bestreden met een paar miljard voor wegen en openbaar vervoer, zullen ze blijven groeien. En dat geldt ook voor de CO2- uitstoot. De andere emissies en het aantal verkeersslachtoffers zullen zonder kilometerprijs afnemen, maar minder snel. Accijnsverhoging heeft als bezwaar dat mensen over de grens gaan tanken: dat geeft extra verkeer en belastingopbrengsten vloeien naar het buitenland.

Nadeel van het plan is dat een nieuw prijssysteem voor heel Nederland wordt neergezet, met risico’s rond kosten, techniek en planning. Maar we kunnen ook met kleine stappen naar een dergelijk systeem toewerken. Bijvoorbeeld door te beginnen met een spitsheffing op de grootste knelpunten. Of met een vast tarief per kilometer, waarbij wellicht de jaarlijks gereden afstand kan worden gemeten door kilometertellers af te lezen. En de vrijstelling voor vergoeding van woon-werkautokilometers door werkgevers kan worden afgeschaft: ook dat ontmoedigt het gebruik van de weg in de spits.

Wij hopen dat het nieuwe kabinet de verkeersproblemen de komende jaren aanpakt. Dat lukt niet zonder prijsbeleid.

Carl Koopmans, Erik Verhoef, Bert van Wee, Henk Meurs, Jaap Polak, Piet Rietveld en Linda Steg.

De auteurs zijn allen verkeershoogleraren.

DNB handelde naar de wet

Pensioenfondsen in onderdekking moeten mogelijk per 1 januari 2011 overgaan tot het korten van pensioenaanspraken. Dit is het gevolg van het besluit van demissionair minister Donner (Sociale Zaken, CDA) om deze uiterste datum in de uitvoeringsregeling van de Pensioenwet op te nemen. De vraag is of dit juridisch onvermijdelijk is.

Met de Pensioenwet is in 2007 een berekening op marktrente voorgeschreven en daardoor heeft een verandering in de rente direct gevolg voor de dekkingsgraad van een pensioenfonds. Een lage rente betekent een hogere waardering van verplichtingen en daarom een grotere kans op onvoldoende eigen vermogen. Dit effect van de rente is bij invoering van de Pensioenwet goed onderkend en de wetgever heeft hier weloverwogen voor gekozen. Daarbij is ook onderkend dat de kans dat bij een pensioenfonds een tekort in het eigen vermogen ontstaat, zou toenemen. Zo’n vermogenstekort is op zich ook niet erg, als het maar niet te lang blijft bestaan. Gebeurt dat wel, dan moeten toekomstige generaties deelnemers de rekening betalen. De regels over marktrente, over de eis van het eigen vermogen en over de korting op 1 januari 2011 zijn in de Pensioenwet en de uitvoeringsregeling daarvan vastgelegd. DNB kan daarom ook niet veel anders dan deze regels handhaven en de pensioenfondsen met onvoldoende herstel zo nodig via een aanwijzing dwingen om tot korten over te gaan. Werknemers van wie de pensioenen bij een verzekeringsmaatschappij zijn ondergebracht hoeven overigens van een dergelijke korting niet te vrezen: verzekeraars zijn niet bevoegd de pensioenen te korten.

Prof. Dr. Erik Lutjens

Hoogleraar Pensioenrecht aan de VU, verbonden aan Expertisecentrum Pensioenrecht.

Dit zijn delen uit lopende expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.