Evenementvrije stad

Het was op de tweede dag van Sail. Ik dacht dat ik nog wel met de tram naar de redactie zou kunnen gaan, met lijn 10. Het eindpunt ligt vlakbij het IJ, maar het is geen toeristentram, je ziet daar geen buitenlanders met koffertjes en rugzakken. Ik had me vergist. Geen toeristen, wel een andere route. Bij het Frederiksplein maakte de conducteur via de intercom bekend, dat een paar haltes verder rechtsaf zou worden geslagen, en wie dan naar de Czaar Peterstraat en verder wilde, moest bus 22 nemen. Ik volgde het advies. Zo zie je weer eens iets anders van de wereld. Het was mooi weer. Na een flinke wandeling door een paar straten waar ik nooit was geweest, bereikte ik mijn bestemming, deed wat ik moest doen en wilde terug. Maar hoe? Neem lijn 26. Die rijdt nog, zei een collega. Ik twijfelde maar hij bleek gelijk te hebben. Een groot deel van de route gaat langs het water. Zo heb ik, gestuurd door het toeval, nog een stukje Sail gezien, d.w.z. een ontzettend lange, dikke rij mensen, met daarachter een rij kraampjes waar je friet, worst en souvenirs kon kopen, en weer daarachter de masten van de tallships. Een prachtig gezicht!

Terwijl ik dit schrijf worden op het Museumplein in Amsterdam de voorbereidingen voor de Uitmarkt getroffen. De grote culturele gebeurtenis waarmee het nieuwe seizoen wordt ingeluid. Dranghekken, stellages voor de kramen, de vertrouwde stadsgezichten. Een paar weken geleden stonden daar nog honderdduizend vuvuzelablazers ter ere van Koning Voetbal. En wat hebben we nog meer gehad? Ja, de Gay Pride Parade. Ook reuzeleuk. En nog een evenement dat ik me nu even niet kan herinneren. En dan permanent de kunstattracties in het Rijksmuseum en het Van Gogh, lange rijen van liefhebbers die uit alle werelddelen zijn gekomen om te genieten en in afwachting daarvan snoep uit zakjes eten en frisdrank drinken en een spoor van afval trekken. Op 17 oktober krijgen we nog de Marathon van Amsterdam, en voorzover ik weet hebben we het dan voor 2010 gehad.

Ik besef dat al die evenementen goed zijn voor de stad. Zo wordt Amsterdam telkens weer op de kaart gezet, dat wordt de wereld ingepeperd. Ze geven hier ieder jaar miljoenen euro’s uit, sluiten vriendschap met de plaatselijke talenten en genieën wat weer goed is voor de export, en dus moeten we niet klagen, mopperen, zeuren. Als je tram wordt omgeleid of niet rijdt, als je café propvol zit met berugzakte Britten en Italianen en glimlachende Chinezen, begrijp dan dat je boft. Langs de kermis van het Leidseplein dring je je behoedzaam via de Hobbemastraat naar de kermis van het Museumplein, en zo bereik je langzamerhand rustiger buurten.

Amsterdam groeit voorspoedig tot een wereldcentrum voor de evenementenmens. Dat is de nieuwste mutatie van de homo sapiens, een wezen dat zich pas echt gelukkig voelt als hij zich in gezelschap van zoveel mogelijk gelijken – honderdduizend is het minste – kan vergapen aan een ongebruikelijk schouwspel, dan in gejuich kan uitbarsten of op de maat van de muziek met zijn armen kan zwaaien, springen en hossen. Daar gaat het tenslotte om, de aanleiding is van minder belang. Mijn zegen hebben ze.

Maar er is één nadeel. Degenen die zich door een genetisch gebrek of gevorderde leeftijd niet tot evenementenmens hebben kunnen ontwikkelen, treffen hun stad op gezette tijden in totaal verbouwde toestand aan. Het is alsof ze denken thuis te komen, en ze zien dat in hun huiskamer een menigte feestvierders aan het dansen is, hun slaapkamer is tot een love nest verbouwd en in hun werkkamer wordt friet gebakken. In de gang houden een paar agenten een oogje in het zeil. Voor veel mensen die de laatste mutatie hebben gemist, is de stad in feite niets anders dan een grote uitbreiding van hun huis.

Tegen de vooruitgang valt niet te vechten. Maar ik heb een reactionair idee. Sticht een evenementvrij stadje, voorzien van alle moderne gemakken, betrouwbaar openbaar vervoer, feilloos werkende digitale verbindingen en één centraal plein dat streng verboden is voor alle massa’s die groter zijn dan tien mensen. Mooie straatmuziek, graag, maar niets waarop gehost kan worden. Voor de neoneanderthalers.