Europees zwartepieten over Franse uitzettingen Roma

Frankrijk krijgt uit Europa veel kritiek op de wijze waarop het Roma uitzet. Maar het is niet zo een-voudig vast te stellen welke afspraken Parijs schendt.

Van de bijna duizend Roma die afgelopen weken Frankrijk zijn uitgezet, hebben de meesten een papier getekend. Daarin staat onder andere dat ze geld hebben gekregen – 300 euro per volwassene, 100 euro per kind – en vrijwillig Frans grondgebied verlaten.

Dit stukje papier is één van de redenen dat de Europese Commissie in Brussel, die moet zorgen dat EU-landen als Frankrijk Europese verdragen en verplichtingen nakomen, moeite heeft om een duidelijke reactie te formuleren op de uitzettingen.

Als zo veel Roma inderdaad vrijwillig vertrekken in ruil voor wat geld, is het moeilijk om een stevige juridische zaak tegen Parijs op te bouwen. „Wij monitoren de situatie”, herhaalt een Commissiewoordvoerder daarom al dagen. „Onze mensen werken aan een grondige analyse. Volgende week publiceren wij het rapport.”

Dat klinkt minder kordaat dan de reacties van veel andere instanties. In Genève vergeleek een anti-racismerapporteur van de Verenigde Naties de Franse uitzettingen met Roma-vervolgingen in de Tweede Wereldoorlog. De Raad van Europa veroordeelde de „voortgaande stigmatisering” van Roma in Frankrijk. Het Europees Parlement houdt binnenkort een spoeddebat. Volgens de liberale fractieleider Guy Verhofstadt maken de uitzettingen „de Europese waarden belachelijk”. Zelfs de paus bepleitte clementie.

Claude Gueant, kabinetschef van de Franse president zei tegen dagblad Le Monde dat „de regering nationale en Europese wetten respecteert, én menselijke waardigheid. Maar Frankrijk hoeft niet alle Roma te verwelkomen”.

Wie gelijk heeft, is moeilijk snel te bepalen. Volgens het vrij verkeer van personen heeft elke EU-burger het recht naar een ander EU-land te reizen. Hij mag drie maanden blijven. Daarna moet hij aantonen dat hij in zijn onderhoud kan voorzien en een ziektekostenverzekering heeft. Anders moet hij terug naar eigen land. Andere gronden voor uitzetting zijn verstoring van de orde, veiligheid of volksgezondheid. Dit moet altijd ‘van geval tot geval’ worden bekeken. Collectieve uitzettingen zijn verboden. Personen mogen altijd tegen uitzetting in beroep.

Dat zijn de regels. Wat het ingewikkeld maakt, is dat Roemenen en Bulgaren in Frankrijk tot 2014 niet mogen werken. Dit komt door de overgangsregeling die Frankrijk en negen andere landen hebben bedwongen bij de toetreding (in 2007) van Bulgarije en Roemenië tot de EU. Veel Roma zijn Roemeens of Bulgaars. Hoe kunnen zij in hun onderhoud voorzien als ze niet mogen werken?

Frankrijk beklemtoont in elk communiqué twee termen: de meeste uitzettingen zijn „vrijwillig” en worden „van geval tot geval” bekeken. „Slim”, zegt Fabrizia Panzetti, die Europarlementariërs adviseert. Ze beaamt: anders dan Italië maakt Frankrijk het lastig om vast te stellen of over het over de schreef gaat.

Het enige dat de Europese Commissie, als hoeder van de spelregels, kan doen, is dus feiten verzamelen. Panzetti: „Niemand heeft het document gezien dat veel Roma tekenen voor ze op het vliegtuig gaan. Ook moeten we weten onder welke omstandigheden ze hebben getekend. Kunnen ze Frans lezen? Werden ze gedwongen te tekenen? Waarom gaat haast niemand in beroep? Moeten ze echt vingerafdrukken zetten? Kortom, hoe vrijwillig zijn deze ‘vrijwillige uitzettingen’.”

Een andere vraag die beantwoord moet worden, is of hier sprake is van discriminatie van Roma. Dat is volgens het Europees Verdrag verboden. Parijs benadrukt: álle ‘gens de voyage’ zijn doelwit, niet alleen Roma. Ook „illegale kampen” van Fransen zonder vast adres (de redding van de druivenpluk) worden weggebulldozerd. Maar zij worden natuurlijk niet uitgezet.

De Commissie verzamelt nu feiten. Eurocommissaris Viviane Reding (Justitie en Mensenrechten) zegt „bezorgd” te zijn. Wat de analyse van haar medewerkers ook oplevert, zegt Huub van Baar, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, „het Roma-probleem in Europa gaat dieper. Het is de grootste minderheid in Europa, tien à twaalf miljoen mensen. In Oost-Europa, waar velen vandaan komen, worden ze als tweederangs burgers behandeld. Het probleem is een integratieprobleem, zowel daar als hier. Een probleem van onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, werk. Zolang je dat niet structureel oplost, houd je in een Europa zonder grenzen confrontaties op lokaal niveau.”

Ook Denemarken, Duitsland en Italië zetten Roma uit. De Franse premier François Fillon spreekt van een „Europees probleem”. Woensdag vroeg hij de Commissie meer geld naar Roemenië en Bulgarije te sturen, zodat die beter voor Roma kunnen zorgen.

Commissiefunctionarissen vinden dat Fillon zo wel erg makkelijk de verantwoordelijkheid van zich afschuift. Niet alleen hebben ‘oude’ EU-landen als Frankrijk om politieke redenen Oost-Europese landen sinds 2004 laten toetreden, ook al voldeed hun minderhedenbeleid niet aan de eisen. Daarbij: „Veiligheidsbeleid is nationaal. Integratie, onderwijs, werkgelegenheid en ziekenzorg zijn ook nationaal. Waarom? Omdat de lidstaten dat zo willen houden. Het enige dat wij kunnen doen, is de Europese afspraken bewaken, integratieprojecten financieren en overleg tussen lidstaten aanzwengelen.”

De Commissie geeft miljoenen aan Roma-projecten. In april was er in het Spaanse Córdoba een ‘Roma-top’, waar twee eurocommissarissen opriepen tot meer inzet van nationale en lokale overheden. De Commissie schrijft geregeld kritische rapporten over de voortgang, maar dat haalt weinig uit.

Europarlementariërs hebben sinds 2008 drie resoluties aangenomen over vrij verkeer en Roma. Ook hieraan bewijzen lidstaten vooral lippendienst. „Fillon heeft gelijk”, zegt Van Baar, „het probleem ís Europees. Maar als landen Europa alleen maar ‘soft governance’ laten doen, waarbij niets bindend is, blijf je zwartepiet spelen.”