Een gelukkig echtpaar

Laurent Fressinet en Almira Skripchenko omstrengelden elkaar heftig tijdens de prijsuitreiking van de Franse kampioenschappen in Belfort. Het gaf geen aanstoot, want ze zijn een echtpaar. Ze hadden ook goede redenen om elkaar onstuimig te feliciteren, want ze waren beiden kampioen van Frankrijk geworden, Laurent in het algemene kampioenschap en Almira bij de vrouwen.

Voor haar was het makkelijk gegaan. Ze is al voor de vierde keer Frans kampioen en deze keer had ze anderhalve punt voorsprong op nummer twee. Haar man had een tiebreak nodig van twee rapidpartijen tegen de jonge grootmeester Romain Edouard (19 jaar). Terwijl het echtpaar op het podium hartstochtelijk knuffelde, stond die er een beetje stuurs bij, met de handen in de zakken. Toen Almira, een aantrekkelijke vrouw die al vaak in reclamecampagnes is opgetreden, vervolgens ook hem kuste en omhelsde, leek hij niet blij, maar eerder iemand die het over zijn kant liet gaan. Het is ook moeilijk voor een buitenstaander om zoveel echtelijk geluk te verdragen.

Het is niet de eerste keer dat een schakend echtpaar in hetzelfde jaar twee kampioenstitels verovert. In 2008 werden Bartosz en Monika Socko kampioen van Polen en in 1994 werden Praveen (man) en Bhagyashree (vrouw) Thipsay kampioen van India. Of toen de mannen en de vrouwen ook tegelijk en in dezelfde zaal speelden, zoals nu in Frankrijk, weet ik niet.

Er waren in Belfort twee oud-wereldkampioenen als eregasten, Boris Spassky en Anatoli Karpov, en dat leidde tot een pijnlijk moment op een persconferentie waar ze beiden aanwezig waren.

Karpov wil president van de internationale schaakfederatie FIDE worden en reist voor zijn verkiezingscampagne de hele wereld af. Zijn rivaal Kirsan Iljoemzjinov, de huidige president, reist hem achterna om overal waar Karpov is geweest de lokale schaakbestuurders op andere gedachten te brengen.

Op die persconferentie werd aan Spassky gevraagd of hij de kandidatuur van Karpov steunde. Omdat Karpov daar ook was, zou je denken dat Spassky, zelfs als hij Karpov niet steunde, een diplomatiek antwoord zou geven, maar nee. Spassky zei dat het voor 99 procent zeker was dat hij niet de ‘destructieve’ Karpov zou steunen, maar Iljoemzjinov, die volgens hem veel goeds had gedaan.

De organisator van het Franse kampioenschap Jean-Paul Touzé, een goede vriend van Karpov, was er ook. Een ooggetuige schreef dat het gezicht van Touzé versteende alsof hij een Medusakop had gezien.

De partij die de wereld rond gaat is niet gespeeld door de kampioen Fressinet, maar door Edouard, de man die hij in de tiebreak versloeg. Ik aarzelde of ik hem hier kon laten zien. Daalt de schaakrubriek niet tot een bedenkelijk peil met een partij waarin zwart al na acht zetten verloren staat? Aan de andere kant, in de fameuze partij die Paul Morphy in 1858 in de Parijse Opéra won van graaf Isouard en de hertog van Brunswijk, stond zwart al na zes zetten verloren, en die partij is duizenden keren afgedrukt, tot vreugde van velen. Bovendien is Tkachiev, die in 2007 kampioen van Europa werd, wel een schaker van een andere categorie dan de graaf en de hertog. Hier knapte hij een uiltje, wat hem wel vaker overkwam.

Romain Edouard - Vladislav Tkachiev, Belfort 2010

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 b5 5. Lb3 Pa5 Er valt natuurlijk iets voor te zeggen om wits gevaarlijke loper meteen in te rekenen, maar de ervaringen met deze variant zijn toch niet gunstig voor zwart. Hij krijgt een achterstand in ontwikkeling. 6. 0-0 d6 7. Te1 Een verraderlijk zetje. Wit wacht even met d2-d4 om het straks met grotere kracht te spelen. 7...Pf6 8. d4 Pd7 Dit is al de beslissende fout. Als zwart deze zet al wilde spelen, had hij in ieder geval eerst 8...Pxb3 moeten doen. De gebruikelijke methode is overigens 8...Pxb3 9. axb3 Lb7. Een andere manier voor zwart om snel te verliezen is 8...exd4 9. e5, zoals Magnus Carlsen eens het genoegen smaakte om met wit te spelen in een Noors teamkampioenschap in 2001. 9. dxe5 Pxb3 Een zet te laat, maar 9...dxe5 10. Lxf7+ Kxf7 11. Pxe5+ Ke8 12. Dh5+ g6 13. Pxg6 is hopeloos voor zwart. 10. Lg5 f6 Hij laat het geweld maar over zich heen komen, liever dan met een pion minder te spelen na 10...Le7 11. Lxe7 Dxe7 12. exd6. 11. exf6 gxf6. 12. e5

Zie diagram bovenaan volgende kolom.

Zwart kan vijf slagzetten uitvoeren, maar er is er niet een afdoende. Na 12...Pxa1 13. exf6+ wint wit snel. Ingewikkelder is het na 12...fxg5 13. exd6+ Kf7, maar na bijvoorbeeld 14. dxc7 Df6 (of 14...Dxc7 15. Dd5+) 15. axb3 zou zwart het op den duur niet overleven. 12...dxe5 13. Pxe5 Nu gaat het vanzelf. 13...Pxe5 14. Txe5+ Le7 15. Dh5+ Kd7 Of 15...Kf8 16. Lh6+ Kg8 17. Te3 en wit wint. 16. Lxf6 Pxa1 Ook na 16...Lxf6 17. Td5+ komt zwart te veel materiaal achter. 17. Lxe7 Dxe7 18. Txe7+ Kxe7 19. Dc5+ Kf7 20. Dxc7+

Zwart gaf op, want wit wint met een paar schaakjes een toren of de loper.