De stelling van Vanja Ljujic: Praat niet over 'de' Roma-cultuur, laat gewoon het recht spreken

De uitzetting van Roma door Frankrijk is het zoveelste voorbeeld van de kwetsbare positie van deze minderheid. ‘Het ergste wat je kunt zeggen is: dat is nu eenmaal hoe de Roma zijn’, zegt de Servische onderzoeker Vanja Ljujic tegen Ingmar Vriesema.

Frankrijk is begonnen met het ontmantelen van illegale zigeunerkampen en het terugsturen van honderden Roma naar Roemenië en Bulgarije, landen van waaruit de Roma emigreerden. Ook andere Europese landen zoals Italië, Denemarken, Finland, Groot-Brittannië en Duitsland nemen maatregelen om Roma het land uit te zetten. Wat is er aan de hand?

„In veel Europese landen wás al sprake van een streng beleid tegen nieuwe immigranten, mede ingegeven door de wankele economische situatie. Roma worden echter harder getroffen dan andere immigranten, omdat zij geen moederland hebben in de precieze zin van het woord. Dat betekent dat er geen politieke entiteit is die specifiek opkomt voor de belangen van deze mensen. Roma lijden daardoor als een groep onder uitsluiting. De vraag is of de politieke wil bestaat om daar iets aan te veranderen.”

Die politieke wil ontbreekt vaak, juist omdat veel Roma niet geregistreerd staan en dus niet kunnen stemmen. Veel Roma-immigranten bevinden zich buiten de maatschappelijke orde.

„Dat komt doordat ze geen plek kunnen vinden binnen die maatschappij. Nieuwkomers hebben vaak geen burgerrechten, omdat ze geen papieren hebben. Ze leven in een sociaal vacuüm. We hebben het over echt arme mensen. Ik zou niet zeggen dat het hun wens is om afgezonderd te leven, want segregatie brengt alleen maar ellende met zich mee. Het zou dus nogal raar zijn als een hele groep ervoor kiest om zich af te zonderen. Nee, segregratie – als het al niet wordt opgelegd – is het gevolg van een lage sociale status of het gebrek aan politieke of sociale middelen om onderdeel uit te maken van de samenleving.”

Als het gaat om een puur sociaal-economisch probleem, waarom is de emancipatie van Roma gedurende de afgelopen eeuwen dan achterwege gebleven?

„In de stad in Servië waar ik vandaan kom, Nova Varoš, was er één straat waar de Roma woonden. Ze woonden dus apart, maar ze gingen wel naar dezelfde school als waar ook ik heen ging: een multi-etnische school – met Servische kinderen, moslims en dus ook Roma. Veel van de Roma van mijn school kregen een baan, in het ziekenhuis, in de supermarkt – allerlei soorten banen. Dit geldt voor een grote meerderheid van de Roma in voormalig Joegoslavië die niet gedwongen moesten verhuizen: die waren in staat een eigen leven op te bouwen en integreerden dus wel. Dat geldt dus ook voor Roma-immigranten in West-Europa: hun participatie hangt mede af van de bereidheid van landen om deze nieuwe groep op te nemen in hun samenleving.”

Ontbreekt die bereidheid van landen dan? Of is er een hoog aantal Roma-immigranten dat het nut van onderwijs of werk niet inziet omdat hun analfabete ouders dat nut ook niet inzagen?

„Helaas is een lage onderwijsparticipatie een probleem dat speelt in Roma-gemeenschappen. Dat wordt vaak toegeschreven aan de cultuur van de Roma. Het ligt anders. In veel Oost-Europese landen, waar veel van de circa 10 miljoen Europese Roma wonen, worden ze blootgesteld aan vernedering. Ook op school: kinderen worden gepest, mishandeld. In sommige landen zoals Tsjechië worden ze in aparte klassen gezet, of nog erger: naar scholen voor verstandelijk gehandicapte kinderen gestuurd. Dus aan de ene kant is er de tegenzin van armlastige ouders om kinderen naar school te sturen omdat die kinderen geld kunnen verdienen door bijvoorbeeld te bedelen. Aan de andere kant zie je dat als gezinnen hun kinderen wél naar school sturen, dat kinderen getraumatiseerd kunnen raken.”

Hier in West-Europa worden Roma toch niet naar aparte scholen gestuurd? En tóch hebben gemeentes de grootste moeite om Roma-kinderen op school te krijgen.

„Nieuwkomers hebben vaak slechte ervaringen met school in de Oost-Europese landen waar ze vandaan komen. Het wantrouwen van het onderwijs gaat niet weg van de één op andere dag.”

Ook Roma die al sinds 1977 in Nederland zijn, sturen hun kinderen niet naar school. Of als ze hen wel naar school sturen, halen ze hun kinderen er weer af. Citaat van de burgemeester van Nieuwegein uit 2009: ‘Als de meisjes in de vruchtbare leeftijd komen, worden ze van school gehaald, omdat het als een schande voor de familie wordt beschouwd wanneer ze met jongens onder één dak zitten.’

„Het kan zijn dat dat de norm is van een bepaalde groep, maar het is overduidelijk dat dat het niets zegt over een universele Roma-cultuur.”

Maar daar wordt de weigering van sommige ouders om kinderen naar school te sturen niet minder om.

„Ik zou hier niet te veel over filosoferen. Er zijn eenvoudigweg wetten en normen die voorschrijven dat ouders hun kinderen naar school moeten sturen. Dit moet geen onderwerp zijn voor publiek debat – het gaat om het toepassen van de wet.”

Dat is wel een erg juridische kijk op de zaak.

„De wet toepassen, het recht laten spreken – dat is stap één. Fundamentele rechten zoals het recht op onderwijs, behuizing en werk staan op het spel. De reden waarom we ooit de rechtsstaat in het leven hebben geroepen, is omdat de mensenmaatschappij lang geleden heeft besloten het lot van minderheden niet over te laten aan irrationele grillen.”

Hoe zou de integratie van Roma in het onderwijs in West-Europese landen in zijn werk moeten gaan?

„Het recht van het kind op basisonderwijs moet worden nageleefd. Waarom wordt de weigering van ouders om hun kind naar school te sturen geaccepteerd als een cultureel recht? Dat is geen cultuur, maar een beslissing van onverantwoordelijke ouders. Je moet de Roma-gemeenschap niet buiten de wet plaatsen. Het ergste wat je kunt zeggen, is: ‘dat is nu eenmaal hoe de Roma zijn.’ Er is niets in de Roma-cultuur dat verhindert dat kinderen naar school gaan. De Roma-cultuur wordt verkeerd neergezet in media en politieke toespraken, alsof het een eng systeem is met normen en waarden die indruisen tegen een beschaafde moraal. Maar er is zo weinig contact met de Roma zelf, dat veel mensen echt geen idee hebben waar het over hebben bij de Roma-cultuur.”

Licht ons in.

„De Roma-cultuur is net zo’n vaag begrip als de Nederlandse cultuur. Er zijn een paar algemene elementen aan te wijzen, zoals een sterk bewustzijn van het hebben van een Roma-identiteit, gerichtheid op de familie, respect voor ouderen. Maar er is geen strikte lijst van regels en gedragingen.”

De nomadische levensstijl, die ook vorige week in een hoofdredactioneel commentaar in deze krant aan Roma werd toegeschreven?

„Dat is een gegeneraliseerde, versimpelde manier om naar Roma te kijken. De Roma-nomaden hebben meer gemeen met Nederlandse woonwagenbewoners of de Franse ‘gens du voyage’ dan met de meerderheid van Roma, die op een vaste plek wonen. Zeker, sommige Roma-families kiezen voor een nomadische levensstijl. Maar vaak vloeit dat voort uit een sociaal benarde positie. Van oudsher hebben Roma problemen ondervonden bij het vinden van een baan of om in de gemeenschap te worden opgenomen, en dus reisde men van land naar land op zoek naar betere mogelijkheden of om discriminatie te ontlopen. Slechts een klein percentage van de Roma leven nu een nomadisch leven, dus het is één van die romantische stereotypen over de reizende, vrijheidslievende, toekomstvoorspellende zigeuner dat niet overeenkomt met de werkelijkheid.”

Of ze nu kloppen of niet, vooroordelen tegen de Roma zijn een werkelijkheid op zich geworden. En ze zullen hun uitwerking hebben op het gedrag van leden van de gestigmatiseerde groep. Men wordt fatalistisch, wantrouwt de staat, integreert niet ‘omdat het toch geen zin heeft’. Kortom, men zit opgesloten in een ‘culture of poverty’, zoals antropoloog Oscar Lewis het noemde.

„Ik zou het een vicieuze cirkel van armoede noemen.”

En die cirkel valt nauwelijks te doorbreken.

„Jawel, maar het is een kwestie van een lange adem. Er moet een structureel, institutioneel plan zijn om deze mensen te helpen aan deze vicieuze cirkel te ontsnappen. Een goed voorbeeld is de ‘Decade of Roma Inclusion’: een initiatief van twaalf Europese landen om de sociaal-economische status van Roma te verbeteren in de periode van 2005 tot 2015.”

We zitten nu halverwege dat decennium. De status van de Roma in Europa is op zijn zachtst gezegd niet verbeterd.

„De Decade of Roma Inclusion is een goed initiatief. Het probleem is echter de implementatie van de doelen. Neem Servië, een van de landen die de doelen van het Romadecennium heeft onderschreven. Er was een nationaal actieplan gericht op het bestrijden van armoede, meer kansen in het onderwijs, betere behuizing. Maar er gebeurde niets. De staat wilde er niet echt in investeren, omdat het blijkbaar niet relevant genoeg werd bevonden. Saillant detail: tijdens het Servische voorzitterschap van dit Decennium, van juli 2008 tot juli 2009, waren er Roma in Servië die nota bene uit hun huizen werden verwijderd. Bovendien waren veel Roma zich er niet eens van bewust dat er zoiets wás als dit Decennium. Het was niet bepaald een hot politiek issue. Het is lastig om de omstandigheden van Roma te verbeteren als er nauwelijks contact met ze is.”