De oorlogsclowns

Judy en Gary Kopff schieten met waterpistooltjes op gewonde militairen uit Afghanistan.

Judy Kopff (63) zamelt waterpistolen in bij mij in de buurt. Judy is voormalig stafchef op het Pentagon. Haar man Gary (65) was financieel strateeg bij McKinsey. Tegenwoordig verkleden zij zich als ‘clown Judy en clown Gary’ en schieten ze in het Walter Reed-ziekenhuis met waterpistooltjes op oorlogsgewonden.

Ha, ha!

Wacht even.

Walter Reed. Op Georgia Avenue, hier in de stad: het grootste militaire ziekenhuis van Amerika, voor zwaargewonden uit eerst Irak, nu vooral Afghanistan. Wekelijks worden ze afgeleverd, haastig, want wil je netjes amputeren, dan moet het snel.

Walter Reed probeert de gevolgen van oorlog al langer op te vrolijken. Twee jaar geleden zag ik daar hoe de Disney Company het personeel ‘klantvriendelijkheid’ bijbracht. Chirurgen en psychiaters met hun handen vol aan amputaties en posttraumatische stresssyndromen, kregen plastic Goofy’s voor een rollenspel en werden bijgespijkerd in ‘service op de manier van Disney’. Een onvergetelijke, uitgeputte arts trok een dekentje over zich heen en viel in slaap onder de powerpointpresentatie (‘Hoffelijkheid. Veiligheid. Effectiviteit. Show.’).

In de gangen klonk het zuchten en slurpen van kunstbenen op gymschoenen. Mannen zonder ledematen. Een oorlogstrauma krijgt de eerste maanden nauwelijks kans zijn tronie boven een deken van pijnstillers en valium uit te steken. Zij waren Disney-achtig opgewekt.

Ik bel Judy Kopff. Of ik haar mag vergezellen naar Walter Reed. Terwijl we aan de telefoon praten neemt haar man op een andere lijn op en al snel zijn Judy en Gary hartstochtelijk aan het kibbelen: Judy wil me niet zomaar meenemen naar het ziekenhuis, waar de persafdeling streng is, en Gary wel.

„But I think she can!”

„For goodness sake. She can’t.”

Gary gooit boos de hoorn op de haak. Judy wint. Ze nodigt me thuis uit, op Newark Street, het deel waar rijke, invloedrijke en soms buitenissige Washingtonians in fantastische negentiende-eeuwse buitenhuizen wonen.

Ik bel om twee uur ’s middags aan. Gary zwaait met één woord de deur open: „Wijn?”

Twee giraffen van ruim drie meter hoog nemen de huiskamer in beslag, samen met een struisvogel en een lama op ware grootte. De Kopffs reizen graag.

Ik zie een foto van Elian Gonzales, het Cubaanse bootvluchtelingetje dat tien jaar geleden onderwerp was van een strijd tussen zijn vader op Cuba en familieleden in Miami, nadat zijn moeder in de oceaan was verdronken. In afwachting van het oordeel van de rechter logeerde het kind toen in deze buurt. Judy en Gary organiseerden in deze huiskamer een kinderfeest om hem op te vrolijken.

Judy huilt als ze dat vertelt. Voor een clownsduo zullen Judy en Gary Kopff deze middag vaak huilen. Gary zet dan zijn clownsneus op, schiet met zijn waterpistool en roept: „Genoeg!” Daarna hernemen zij zich.

Ze kunnen geen kinderen krijgen. Dat zeggen ze nu en dan. We kunnen geen kinderen krijgen, zie je, but it is not like our limbs were blown off.

„Genoeg!”

Het begon met haar cursus dieren-van-ballonnen-maken, zegt Judy. En haar beslissing om daarna, in 1999, in haar eentje naar Vietnam te reizen en onaangekondigd weeshuizen te bezoeken, om ballondieren voor de wezen te maken.

Voor Defensie had ze met Vietnamveteranen gewerkt. Ze wil iets goedmaken namens Amerika, zegt Judy, weer met betraande ogen. Ze zegt ‘to atone’, wat ook ‘boeten’ betekent.

Gary was intussen aan het bergbeklimmen. Hij had zijn baan bij McKinsey opgezegd toen hij met het plotseling overlijden van een vriend ontdekte „dat het leven zélf een Dow-Jonesindex is”.

Toen Judy op het Pentagon werkte was Rumsfeld nog minister van Defensie. Mevrouw Rumsfeld regelde dat Judy met haar ballonnen kon optreden in Walter Reed, waar ook veel kinderen bij hun vaders op bezoek komen. Judy droeg er inmiddels een clownspak bij en haalde Gary over hetzelfde te doen. Hij kon, nu zijn leven een Dow-Jonesindex was, niet weigeren.

Hoe doen ze het?

Judy: „Bang en gespannen. Er zijn zoveel geamputeerde mensen.”

Gary: „Verstijfd. Moet ik mijn arm om die niet-meer-bestaande schouder slaan?”

Judy gaat aan het versieren met ballonnen. Gary praat over Ferrari’s. En wordt het ze te veel, dan pakken ze betraand hun waterpistolen.

„Genoeg!”

Zodoende worden ze nu wekelijks in Walter Reed teruggevraagd. Niet omdat de Kopffs bijzonder grappig zijn. Maar voor je huilen kunnen ze als de beste.