De duizend dilemma's van een machtspartij

De coalitiebesprekingen met de PVV leggen in het CDA tegenstellingen bloot. Tussen jong en oud, zuid en noord, links en rechts, stad en platteland. Waar is de uitweg uit de dilemma’s?

Hoe moet je als politieke partij onderhandelen over een regeerakkoord, als je niet weet waar de Christelijke ‘C’ van het CDA eigenlijk voor staat? Als je niet weet of je beginselen nog wel „houdbaar en werkbaar” zijn? Als je niet weet hoe je weer een brede volkspartij moet worden? Als je niet weet hoe je met je leiders en leden moet omgaan?

Intensief zelfonderzoek was gewenst, vond het partijbestuur van het CDA na de verpletterende nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni. Er moest in ieder geval een antwoord komen op de bovenstaande vragen.

Het onderzoek is begonnen, maar waarschijnlijk niet op de manier die het bestuur zich had voorgesteld. Vragen over koers, leiderschap en beginselen die de partij discreet had willen beantwoorden, zijn onderdeel geworden van het openlijke meningsverschil over de formatieonderhandelingen met anti-islampartij PVV.

Het lijkt misschien een onoplosbare ruzie, maar alles komt goed, blijft ook nu nog de boodschap van fractievoorzitter Maxime Verhagen en waarnemend partijvoorzitter Henk Bleker. Bezorgde CDA’ers kunnen de formatie gerust aan de onderhandelaars overlaten. Ze moeten het regeerakkoord maar even afwachten, zeggen ze zo vaak ze kunnen. Achteloos interne kritiek terzijde schuiven is een kunst die het CDA beter beheerst dan alle andere politieke partijen.

Ze kunnen sussen en zalven wat ze willen, tegenstanders van de samenwerking met de PVV voelen zich verloochend door de fractietop. Volgens bronnen dichtbij de CDA-top oefenen Verhagen en zijn medestanders „onmenselijke” druk uit op de deze steeds groter wordende groep dissidenten. Ze negeren de enorme verdeeldheid binnen de partij én de Kamerfractie. De fractietop luistert beleefd, maar ruimte voor kritiek is er eigenlijk niet. Laat staan begrip. Verhagen neemt een groot risico, zeggen de bronnen: op unanieme steun van zijn fractie hoeft hij op dit moment niet te rekenen.

Nadat ex-premier Ruud Lubbers was aanschoven in de lange rij CDA’ers die zich openlijk ongelukkig had verklaard met de gang van zaken, hadden voorstanders van de formatie hun analyse snel klaar: typisch gevalletje generatiekloof. Oude mannen, die niet begrijpen dat de wereld is veranderd en hun invloed tanende. Die niet begrijpen dat het Nederlandse volk niet meer van richting verandert als het CDA naar links of naar rechts wijst. Die boos worden omdat ze niet meer achter de schermen aan de touwtjes trekken.

Het zou fijn zijn voor de fractietop als dat het enige probleem was. Maar door het CDA lopen wel meer schisma’s dan alleen tussen jong en oud. Er is zuid tegen noord, stad tegen platteland, links tegen rechts, de partijtop tegen een deel van de achterban, pro- tegen anti-islam en in de verte ook nog wel katholiek tegen protestant. De verdeeldheid, zeggen CDA’ers, zit overal in hun partij.

Er is meer. Bij de verkiezingen in juni werd de partij gehalveerd. In het traditionele bolwerk Limburg kreeg het CDA ongekende klappen en in de vier grote steden is de partij nauwelijks meer dan een splinterbeweging. De post van partijleider is na het aftreden van Jan Peter Balkenende nog niet opgevuld. En op de vraag wat de partij eigenlijk met Nederland wil zijn de antwoorden duidelijk noch eensgezind. Het CDA zal niet uit elkaar vallen, daarvoor houden de leden te veel van hun partij, zegt ook het grootste deel van de kritische CDA-leden. Maar een existentiële crisis is er wel.

CDA’ers gaan graag prat op de onderlinge warmte, de geborgenheid en de loyaliteit binnen de partij. Als bij aartsvijand PvdA kopstukken elkaar weer eens openlijk de maat namen, klonk er bij het CDA altijd wel wat zelfvoldaan gegniffel. Bij hen zou dat nooit gebeuren. Nu is die illusie ze ontnomen. Gebrek aan discussie bleek geen teken van eensgezindheid, maar van angst voor ideologische onenigheid. En nu moet de strijd over de koers van de partij onder de hoge druk van de formatie worden uitgevochten.

Bij de fractietop leeft de indruk dat het succes van de formatie kan worden afgemeten aan de beleidsmaatregelen in het regeerakkoord. Voor de pragmaticus die de CDA-politicus vaak is, een logische gedachte: als het CDA genoeg van zijn verkiezingsprogramma kan realiseren, bloeit uit een historische verkiezingsnederlaag toch iets moois op. Zoals een geërgerde CDA’er een Kamerlid bij een ledenbijeenkomst hoorde zeggen: „Wilders mag roepen wat hij wil, wij gaan lekker besturen.”

Misschien genoeg voor kritisch meekijkende voorstanders van een door de PVV gedoogd minderheidskabinet. Maar de tegenstanders leven in een heel andere werkelijkheid. Hen gaat het helemaal niet om beleid en wetten. Het ‘legitimeren’ van de maatschappijvisie van PVV-leider Geert Wilders en de zijnen druist in hun ogen in tegen alles waar het CDA voor staat. Dat is met geen enkel regeerakkoord te compenseren.

Dat begrijpt de fractie weer niet. Daar heerst de gedachte: we hebben Wilders buiten de regering gehouden, dus worden niet door zijn gedachtegoed bevlekt. Dat, zeggen de critici, is wensdenken.

En ook onwaar volgens hen. Ze zagen al drie momenten in de formatie waarop het CDA zichzelf censureerde om de verhouding met Wilders niet te belasten. Toen de PVV-leider aankondigde op 11 september in New York tegen de bouw van een moskee daar te gaan protesteren. Toen Lubbers aan Verhagen vroeg om hardop te zeggen dat een kabinet VVD-CDA de islam wel degelijk als godsdienst zal zien en Verhagen dat volgens Lubbers „niet opportuun” noemde. En toen Wilders CDA-partijvoorzitter Bleker „een enorme zeurpiet” noemde, en Verhagen dat pareerde door te beamen dat Wilders kan zeggen wat hij wil.

Maar wat moet de fractietop anders? In de oppositie eens rustig naar de nieuwe leider en nieuwe ideeën zoeken die voor de volgende verkiezingswinst kunnen zorgen? Een naïeve gedachte, zeggen voorstanders van de huidige formatie. Het CDA gedijt als het aan de macht is, alleen daar kan het Nederlanders laten zien waarom ze op de partij moeten stemmen. Oppositie of niet, het terugwinnen van potentiële CDA’ers zit vol valkuilen. Ze zijn aan alle kanten weggelopen. Hangen naar de rechtse kiezer schrikt de nog overgebleven linkse kiezers af, zoals nu dreigt. Maar het omgekeerde heeft evenveel risico’s. Een duidelijke uitweg uit de duizend dilemma’s van het CDA is er niet.