Amateur in mijnenveld 2

Wetenschapsbijlage, 14-08-10

Een interessant artikel van Folkert Jensma, voor een deel gebaseerd op ideeën van Hendrik Gommer, in Zomer & Cetera. Hoe kun je bereiken dat rechters een brede visie hebben/ontwikkelen? Dat is kort samengevat een hoofdvraag in het artikel. Gommer denkt vooral aan een uitbreiding van het curriculum. Hij noemt in dat verband cursussen psychologie, biologie, sociologie, wetenschapsfilosofie en statistiek. Je zou dat lijstje best nog kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld met cursussen, culturele antropologie, scheikunde, farmacologie.Ongetwijfeld nuttig. Maar gaat het daar echt om? Maarten ’t Hart, die het proces van Lucia de Berk door een toeval volgde, zag al gauw dat hier iets misging. Kwam dat door zijn biologiestudie? Of doordat hij vanuit een andere gezichtshoek, als een onafhankelijk denker, naar de zaak en de procesgang keek? Met een “echt academische houding” zoals de eveneens in het artikel geciteerde Carel Stolker het uitdrukt?Zelf ben ik betrokken geweest bij het opleiden van leraren aardrijkskunde. De opleiding wordt afgesloten met een diploma. Maar met dat diploma ben je toch (nog) niet een goed leraar?Een opleiding is slechts een deel van de voorbereiding voor het beroep. Wil je als juridische faculteit toch zoveel mogelijk bijdragen aan die brede visie, dan denk ik meer in de richting van het stimuleren van een zo breed mogelijke maatschappelijke oriëntatie. Bijvoorbeeld (bij)baan in een productiebedrijf, vrijwilligerswerk bij organisaties die werkzaam zijn in de probleemkanten van de samenleving, deel van de studie in het buitenland, al of niet te honoreren met studiepunten.En tijdens het uitoefenen van haar/zijn beroep/ambt zou de rechter ruim de tijd moeten krijgen, niet alleen voor het bijblijven in zijn vakgebied, maar ook voor het volgen van de huidige snelle maatschappelijke ontwikkelingen.

Tsjalling Buwalda

Zuidhorn.