Ze wilde hoe dan ook bemind zijn

In 1993 viel Christa Wolf van haar voetstuk. Ze zou de Stasi hebben geholpen. In een reisverhaal – of is het een dagboek? – rekent Wolf, af met die episode, met ‘die blinde vlek’.

Christa Wolf in 1963. Foto AKG-images Christa Wolf, 1963 Wolf, Christa geb. 29.03.1929 Landsberg (Warthe) - Portraitfoto, 1963. picture-alliance / akg-images

Christa Wolf: Stadt der Engel oder The Overcoat of Dr. Freud. Suhrkamp, 416 blz. € 24,80

Haar paspoort. Het is blauw en niet meer geldig. Maar als de douanier haar vraagt of het land waar dat paspoort bij hoort nog wel bestaat, antwoordt zij koppig: Yes.

Zo moet het gegaan zijn bij de aankomst van Christa Wolf in de Verenigde Staten. Het voorval staat in haar nieuwste boek en het typeert haar houding: de DDR mag dan wel zijn verdwenen, Wolf blijft trouw aan het landje dat haar zoveel vertelstof gaf.

Wir haben dieses Land geliebt, lezen we in dat nieuwe boek, dat zich voor een groot deel niet in de DDR afspeelt maar in Californië. Wolf verblijft er van 1992 tot begin 1993, in een hotel dat zichzelf aanprijst met de woorden Old World Charm. Ze heeft een beurs gekregen waarvan ze goed kan leven, inclusief uitstapjes, etentjes en kostelijke wijn. Van Christa Wolf mogen we auteur en vertelster trouwens niet door elkaar halen. ‘Alle personages zijn verzonnen’, waarschuwt zij. Toch is Stadt der Engel oder The Overcoat of Dr. Freud een autobiografisch werk. Wolf schreef het in 2009, maar het meeste moet ze al in haar Californische tijd aan het papier hebben toevertrouwd, want ook daar, in Los Angeles, houdt zij zich aan de gewoonte om elke dag alles te noteren wat haar te binnen schiet.

De op de achterflap vermelde aanduiding ‘roman’ past daar niet zo goed bij. Stadt der Engel lijkt meer op een reisverhaal, een dagboek of een lang essay. De plot heeft weinig om het lijf. In de Nieuwe Wereld zoekt de vertelster de sporen van een zekere L., een emigrante, Duits, links en jong gestorven. Die speurtocht loopt algauw dood omdat Wolf minder op zoek is naar L. dan naar de vrouw die zij zelf vroeger was. Wat ze wil achterhalen, is ‘de blinde vlek’. Een episode die zij, met haar goede geheugen, helemaal is vergeten. Een verdrongen misstap die zich via de buitenwereld aan haar opdringt en haar neerslachtig maakt, ondanks de wijn en de wuivende palmen.

Dossier

Faxen vol boosaardige krantenberichten stromen binnen: Christa Wolf valt van haar voetstuk. Aan het licht is gekomen dat zij voor de Stasi heeft gewerkt. Lang geleden weliswaar, van 1959 tot 1962. En veel kan ze niet hebben losgelaten, want het belastende dossier is dun. Maar toch. Dat uitgerekend zij, het toonbeeld van integriteit, hand-en-spandiensten verrichtte voor de gehate Oost-Duitse verklikkersdienst, dat komt haar duur te staan. ‘Die ängstliche Margarete’, kopt Der Spiegel in 1993, de bange Margarete. Margarete, dat was bij de Stasi Wolfs schuilnaam. Hij komt in het boek niet voor. Is de auteur, wat veel Duitse critici van Stadt der Engel haar verwijten, daarom laf? Nee, dat ook weer niet. Verbaasd kijkt de tachtigjarige schrijfster naar de dogmatische jongedame die zij eind jaren vijftig was. Een jongedame die nog geen conflicten met de Partij had en die ook niet in conflict met zichzelf kwam toen twee beleefde heren haar vroegen wat dingen aan hen te vertellen, in het belang van het land. Ze was, zoals ze het zelf formuleert, ‘compromisloos. Consequent. Radicaal. En vooral: in het bezit van de waarheid, wat onverdraagzaam maakt.’

Ineens komt ze heel dicht bij die blinde vlek. ‘Je wilde’, zegt een vriend in het boek, ‘bemind zijn. Ook door de autoriteiten.’ Waarop de vertelster aan het kind dat zij was moet denken. En aan de angst, haar grote angst, om de liefde van haar moeder te verliezen. Freud uit de titel begint zich met het verhaal te bemoeien. Wat was dat nou voor een moeder? Wat was dat voor een kind? We hebben aanvullingen uit Wolfs grandioze roman Kindheitsmuster nodig om ons er een beeld van te vormen. En dan, samen met de aantekeningen in Stadt der Engel, herinneren we het ons weer. Een kruideniersgezin in een provinciestadje. Met protestantse, Pruisische en nationaal-socialistische liedjes maakt de moeder de dochter gehoorzaam. Vlijt en gezagsgetrouwheid gelden als hoogste deugden. Leergierigheid brengt de dochter zelf mee. In de Hitlerjugend schopt zij het dan ook ver. Totdat het gezin halsoverkop moet vluchten, in 1945. Een lange stoet Duitsers uit wat nu Polen is, probeert aan de Russen te ontkomen. Vergeefs. In een Mecklenburgs dorp komt de karavaan tot stilstand. Daar controleren Sovjets het gebied en de zestienjarige Christa (‘Nelly’ in Kindheitsmuster) wordt schrijfhulp bij de burgemeester. Razendsnel leert zij de nieuwe waarden. De burgemeester is zeer over haar te spreken.

Die waarden van een systeem waar zij na de oorlog als bij toeval in belandde, verdedigt Wolf nog steeds. Ze droomt van solidariteit, rechtvaardigheid en gelijke kansen, en in Amerika, waar de vertelster de slums en de daklozen ziet, weet ze weer dat naakt kapitalisme haar afstoot. Wat Wolf wilde, was een verbeterde versie van de DDR. Stell dir vor, es ist Sozialismus, und keiner geht weg! riep ze op 4 november 1989 vanaf een Oost-Berlijns plein een volk toe dat vijf dagen later de Muur omverwierp om weg te kunnen gaan, al was het maar voor even. Ja, het volk gaf haar ongelijk. De na de Wende losbarstende verwijten dat zij maar een brave staatsschrijver was geweest, probeert ze in Stadt der Engel te ontkrachten door op haar dissidente kant te wijzen. Een kant die haar juist, volgens de vertelster dan, tot sláchtoffer van de staat maakte.

Jarenlang schaduwden mannen van de Staatssicherheitsdienst haar omdat ze, in 1976, openlijk protesteerde tegen het gedwongen vertrek van de zanger Wolf Biermann. 42 dossiers legden die mannen over haar aan, 42 ‘Opferakten’. Daarbij moet die ene ‘Täterakte’, die haar in de media zo zwart maakt, wel verbleken, suggereert ze in haar boek, en één keer heeft ze het over een ‘heksenjacht’ tegen haar. Altijd zijn er vrienden die haar gelijk geven. En ze maakt veel, heel veel vrienden in Amerika. Het zijn geleerden die net als zij een beurs hebben gekregen, weldenkende Amerikanen met een veelal joodse achtergrond.

Asielzoekerscentra

Opeens wordt de schrijfster uit het ‘antifascistische’ deel van Duitsland geconfronteerd met het feit dat men haar als een vertegenwoordigster van héél Duitsland ziet. Ze moet zich verontschuldigen voor de aanvallen op asielzoekerscentra in Duitsland en ze luistert eindeloos naar verhalen over verdrijving, vervolging en moord. Alsof ze met haar aandacht het joodse leed een beetje kan verzachten.

Eigenlijk gedraagt die vrouw uit ‘Germany’ zich voorbeeldig. En toch is niet zij de engel uit de titel. Die eer komt een schoonmaakster toe. Angelina, ondanks haar overgewicht, verandert op klaarlichte dag in een etherisch wezen. Het gedoe met engelen is ook een grapje van Christa Wolf: omdat haar lezers wel weten dat zij niets van religie moet hebben kan ze er vrij mee omgaan. Het vooroordeel dat zij een doodernstige schrijfster zou zijn weerlegt ze daarmee meteen. Zelfspot is haar niet vreemd en meer dan eens lukt haar een geestige formulering, die de zwaarte draaglijk maakt. Als ze het boek bijna af heeft schrijft ze schouderophalend: ‘Een voorlopig werk is tot een voorlopig einde gekomen.’ Daar zit wel iets in. Afgeronde verhalen kom je in Stadt der Engel niet tegen. Indringende bijfiguren evenmin. Maar in de gevoelens en gedachten van Christa Wolf in een moeilijke periode van haar leven krijg je wel degelijk inzicht, en dat is heel wat waard.