Zalm verwacht beursgang ABN Amro

ABN Amro moet in 2013 klaar zijn voor de privatisering. Topman Gerrit Zalm verwacht geen verkoop aan een buitenlandse bank.

Nog 2,5 jaar. Dan verwacht ABN Amro de klaar te zijn met de samenvoeging met Fortis en er financieel zo goed voor te staan dat de Nederlandse overheid haar belang in de bank (gedeeltelijk) kan verkopen.

„Het lijkt mij aannemelijk dat de staat kiest voor een exit in de periode 2013-2015”, zei bestuursvoorzitter Gerrit Zalm gisteren. Of die privatisering begin 2013 kan beginnen, ligt deels aan de situatie op de financiële markten. Maar vooral de stand van zaken binnen de staatsbank zal bepalen of de staat haar investering in de fusiebank van ABN Amro en Fortis Bank Nederland terugkrijgt.

Het resultaat dat ABN Amro gisteren presenteerde lijkt weinig hoop te geven dat dit tijdsschema gehaald wordt. De nieuwe combinatie boekte over over de eerste zes maanden namelijk een verlies van liefst 968 miljoen euro.

Maar bij ABN Amro geloven ze erin. „We zijn financieel op de goede weg”, zei financieel directeur Jan van Rutte. De voormalige topman van Fortis Bank Nederland heeft ook wel reden tot optimisme. Het enorme verlies werd grotendeels veroorzaakt door eenmalige kosten van de separatie van Fortis Nederland uit het moederconcern, de integratie van de twee banken, voorzieningen voor het vertrek van duizenden medewerkers die overbodig zijn geworden en de door de Europese Commissie afgedwongen verkoop van een aantal regionale kantoren en dochter HBU. Exclusief deze eenmalige kosten zou de winst zijn gestegen van 207 miljoen naar 325 miljoen euro. De integratie zal het resultaat in de tweede helft van 2010 nog eens 400 miljoen drukken en volgend jaar nog eens voor eenzelfde bedrag. Aan de andere kant verwacht Zalm dat de samenvoeging 1 miljard per jaar aan kostenbesparingen zal opleveren.

Belangrijker is dat de efficiencyratio eindelijk daalt. Deze ratio – de operationele kosten afgezet tegen de inkomsten – ging van 71 procent naar 68 procent. De te hoge kosten waren jarenlang een probleem. Het onvermogen deze omlaag te brengen was – in combinatie met een onbegrepen strategie – een belangrijke reden dat beleggers begonnen te morren. De onvrede mondde uit in de overname van ABN Amro in 2007 door een bankenconsortium. Zalm wil dat de efficiencyratio in 2012 is gedaald naar 60 tot 65 procent.

Overigens is de daling van de efficiencyratio exclusief een eenmalige post. ABN Amro ging de afgelopen maanden met de stofkam door het bedrijf en kwam gisteren met een extra voorziening van 265 miljoen voor juridische zaken. Welke dit waren wilden Rutte en Zalm niet zeggen. Bekend is dat de bank miljoenen kwijt is aan gedupeerde klanten van haar Duitse dochter die een investering in de bouw van drie reuzenraderen zag mislukken. De voorziening was een tegenvaller. Maar de bank had onder de boekhoudkundige regels van IFRS weinig keus. Bovendien: liever nu met een tegenvaller komen dan vlak voor een beursgang. Beter het bedrijf nu opschonen dan straks beleggers afschrikken.

Want Zalm lijkt er zeker van dat een privatisering via een beursgang zal verlopen, en niet via een verkoop aan een grote buitenlandse partij. „Het zou verrassend zijn als ABN Amro straks door een buitenlandse bank wordt overgenomen. Ik weet niet of dit begrepen zou worden door de belastingbetaler. En dat is toch eigenlijk weer de aandeelhouder van de staat”, zei Zalm. Hij verwees daarmee naar het feit dat de overheid eind 2008 miljarden uitgaf voor de bank terwijl er toen ook voor een verkoop aan een ander bank gekozen had kunnen worden. De keuze voor een beursgang zal grotendeels afhangen van de stand van zaken op de financiële markten. Mochten deze nog zo onrustig zijn nu het geval is lijkt een gang naar het Damrak uitgesloten.

De belastingbetaler gaf inmiddels 30 miljard euro uit aan Fortis en ABN Amro, het voormalige vlaggeschip van het Nederlandse bankwezen. Na de initiële nationalisatie van 16,8 miljard waren er nog enkele kapitaalinjecties nodig om de klappen van de crisis op te vangen. Overigens zal de verkoop van de verzekeringstak van Fortis waarschijnlijk rond de 4 miljard euro opleveren, dus de banken hoeven ‘maar’ 26 miljard op te leveren om de inleg terug te verdienen.

De vraag of dit lukt zorgt regelmatig voor politieke onrust. Zalm zei in mei nog dat het moeilijk wordt het bedrag terug te verdienen. Gisteren was hij voorzichtiger. „Bij een exit wordt niet alleen gekeken naar het eigen vermogen [eind juni 11,4 miljard, red], maar spelen ook toekomstige winsten mee. Daar durf ik nu geen prachtige uitspraken over te doen.”