'We moeten goed kijken of het niet efficiënter kan'

De cultuursector verwacht onder het nieuwe kabinet forse bezuinigen. De PVV wil de subsidies afschaffen. Wat betekent dat voor de cultuurfondsen?

De cultuursector wacht met spanning op de uitslag van de formatie. Als er een kabinet komt van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV verwacht de sector bezuinigingen van rond de 20 procent. Het bedrag dat circuleert is 150 tot 200 miljoen euro. Waar moet dat geld vandaan komen?

In Groot-Brittannië werd begin deze maand ook fors gekort op de cultuursector. Daar werd de UK Film Council, het Britse equivalent van het Nederlandse Filmfonds, opgeheven. Nog vijftig andere instellingen worden opgeheven, afgeknepen of moeten gedwongen fuseren.

De PVV wil de kunstsubsidies helemaal afschaffen. De VVD neemt een iets gematigder positie in, maar vindt wel dat de cultuursector meer moet richten op particuliere gevers. De liberalen willen 170 miljoen euro niet langer verstrekken als subsidie, maar alleen als lening. Een nieuwe ‘Geefwet’, die particuliere donateurs belastingvoordeel geeft, moet ervoor zorgen dat het mecenaat een impuls krijgt. Het CDA wil ook bezuinigen op cultuursubsidies. Hoeveel is niet bekend.

Wat als de cultuurfondsen net als in Groot-Brittannië ook het eerste doelwit van bezuinigingen worden? Zien zij mogelijkheden om te bezuinigen, denken zij na over fusies, bouwen ze al aan een financiële buffer, hebben ze particuliere gevers op wie ze kunnen terugvallen?

De fondsen willen niet vooruitlopen op de zaken, blijkt na een rondgang. Liever benadrukken ze de baten van kunst en cultuur voor de samenleving. Vergeleken met Duitsland en Frankrijk zijn de overheidsuitgaven voor kunst en cultuur nu al relatief laag: 0,8 procent van de rijksbegroting. De bezuinigingsopbrengst in de sector is laag, maar de schade voor de samenleving is groot, zeggen de directeuren van de fondsen.

„Natuurlijk kun je nadenken over mogelijke scenario’s”, zegt Henriëtte Post, lid van de Raad van Bestuur van het Fonds Podiumkunsten. „Maar het heeft geen enkel nut om die al te benoemen zolang aard en omvang van de bezuinigingen onduidelijk is, dat zou onterecht tot onrust leiden.” Volgens haar is het eerst aan het ministerie van OCW om te bedenken waarop bezuinigd kan worden.

In politiek Den Haag wordt fuseren vaak genoemd als manier om te bezuinigen. De Mondriaan Stichting en het Fonds BKVB voeren al gesprekken over een fusie. De fondsen benadrukken dat die plannen niet voortkomen uit bezuinigingsoverwegingen.

Fuseren levert ook niet automatisch een bezuiniging op, zegt Henk Pröpper, directeur van het Nederlands Letterenfonds dat per 1 januari ontstond uit samenvoeging van het Fonds voor de Letteren en het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds. „Wij kregen er dit jaar een half miljoen euro bij van het ministerie voor de fusie en we gaan binnen een half jaar verhuizen naar een nieuw pand, dat kost ook geld.”

Daar komt bij dat sommige fondsen pas kort bestaan. Het Fonds Podiumkunsten ontstond eind 2007 uit een fusie (van drie fondsen) en het Fonds voor Cultuurparticipatie werd vorig jaar geboren uit de wens van het kabinet om de amateurkunst te bevorderen.

De Raad voor Cultuur geeft het ministerie advies over het verdelen van het budget voor cultuur. „Ons uitgangspunt is: het primaire proces, het maken en aanbieden van kunst, moet zoveel mogelijk blijven doorgaan”, zegt Kees Weeda, secretaris van de Raad. „Als er bezuinigd moet worden, zal er waarschijnlijk eerst worden gekeken naar de ondersteunende organisaties. Maar die maken juist het produceren van kunst mogelijk, dus het blijft een moeilijk dilemma. Natuurlijk zijn we wel gehouden ernaar te kijken of het efficiënter kan.” De Raad zal in maart 2011 advies uitbrengen.

Ook Jan Jaap Knol, directeur van het vorig jaar opgerichte Fonds voor Cultuurparticipatie, vindt het onontkoombaar dat er op de ondersteunende organisaties wordt bezuinigd. „We moeten goed kijken of het allemaal niet wat efficiënter kan. Al denk ik eerlijk gezegd dat het meevalt.”

Het Filmfonds verwacht dat de ingrepen waarover Weeda spreekt onvermijdelijk zijn. Ruim tweederde van het budget van het Filmfonds wordt besteed aan speelfilmproductie. „Als er bezuinigd wordt zal vooral het aantal speelfilms afnemen, waardoor ook het stevige marktaandeel van de Nederlandse speelfilm in de bioscopen zal dalen”, zegt directeur Doreen Boonekamp. Ze wijst erop dat ook succesvolle films als Komt een vrouw bij de dokter worden gemaakt met steun van het fonds. „In veel landen, waaronder ook België en Luxemburg, bestaan fiscale voordelen voor investeerders in film. Zo blijft in Groot-Brittannië de financiering via de zogenoemde taxcredit-regeling, een fiscale regeling, overeind. In Nederland bestaat alleen het Filmfonds.”

Van het mecenaat heeft niemand hoge verwachtingen. „Het is in Nederland niet als in de Verenigde Staten”, zegt Lex ter Braak, directeur van het Fonds BKVB. „Er zijn wel particuliere fondsen en er zijn verzamelaars, maar die kunnen zo’n bezuiniging als er nu aankomt nooit opvangen. Zeker niet in deze tijd van economische recessie.”

Er zijn wel andere ideeën. De cultuursector kent, naast de cultuurfondsen, sectorinstituten die ondersteuning bieden als informatie- en kenniscentra. Henk Scholten van het Theater Instituut Nederland, één van de sectorinstituten, zegt het „in principe niet onzinnig” te vinden om na te denken over nadere samenwerking tussen de sectorinstituten en de cultuurfondsen. Maar wel „voorbarig”. „Eerst moeten we het maar eens hebben over de hoogte van de bezuinigingen. Wat is de reden dat cultuur zwaarder moet worden aangeslagen dan andere sectoren? Pas daarna kunnen we serieus nadenken over reorganisaties.”

In het Cultureel Supplement vandaag meer aandacht voor de bezuinigingen.