Wat vond Horatius nou van een vakantiebeurs?

Arjen van Veelen: Over rusteloosheid. Augustus, 208 blz. €17,50

Een classicus kijkt nergens meer van op. Over de meest actuele problemen had Aristoteles al zijn mening klaar, en elke nieuwigheid is hoogstens een kruimel op het banket van Homerus. Of zoals classicus Arjen van Veelen het met een mix van liefde en ironie zegt in zijn boekje Over rusteloosheid: ‘Een classicus is een backpacker die denkt alles te hebben gezien en zucht bij wat zijn reisgenoten ervaren als nieuw. Been there, done that. […] Hij schudt dikwijls het hoofd.’

Vanuit die gedachte nuanceert Van Veelen in twintig mini-essays hedendaagse hectiek, door deze vanuit de klassieken te bekijken. Geen verrassende aanpak: hij won in 2009 de Jan Hanlo Essayprijs Klein met een stuk over de herleving van Latijnse citaten als tatoeages, dus dat smaakte naar meer. Zou Plato lid zijn van de profielenwebsite Facebook? Waarom lijkt de Griekse stoïcijn Zeno van Citium op zijn bijna-naamgenoot, de BNN- presentator Valerio Zeno? Alles op losse en luchtige toon, zodat je niet opkijkt van zinnen als: ‘Griekse helden zijn als personages in computerspelletjes: ze beschikken ieder over andere skills waarin ze excelleren.’

Hoewel de auteur nieuwsgierig is naar moderne verschijnselen als Twitter en sms-taal, maakt hij zich met stoïcijnse nuchterheid nergens écht druk om. En juist die gelatenheid is het grote manco van dit boek, want hoe plezierig Van Veelens luchtigheid soms ook is op stijlgebied, het is funest voor de inhoud.

Ja, de stukken lezen vlotjes weg, maar ze blijven door gebrek aan diepgang niet hangen. In het essay ‘Melk’ worden reclameslogans van yoghurtdrankjes vergeleken met beroemde filosofen. ‘Haal het beste uit jezelf’ is typisch Nietzscheaanse levensdrift, terwijl de gezondheidsbevordering van Danone meer humanistisch is. ‘De koelkast is een bibliotheek vol heilzame zuivelfilosofen’, stelt Van Veelen. Maar daar stopt hij: geen conclusies of verdere vragen, geen urgentie of direct belang. Zijn observaties zijn grappig, maar oppervlakkig: alles stroomt, maar niets beklijft.

Dat komt deels doordat Van Veelen zelf te weinig inbrengt. Het essay PerfectSmile® lijkt een wedstrijdje belezenheid, waarin een ellenlange riedel van obscure citaten over tandverzorging en glimlachen voorbijkomt, zonder dat daarin een duidelijke lijn verwerkt is. Het ontbreekt aan een auteur die de quotes tot één verhaal maakt, die vergelijkingen en tegenstellingen opmerkt, of die de citaten gebruikt om zelf verder te denken. Je zou willen dat hij zich eens ergens over opwond, want nu is Van Veelen als Wikipedia: hij kan andermans bevindingen prima herhalen, maar voegt er zelf weinig nieuws aan toe.

Daardoor voelt Over rusteloosheid uiteindelijk als een herhalingsoefening: met andere thema’s en andere citaten wordt steeds hetzelfde stuk geschreven. Als Van Veelen een vakantiebeurs beschrijft, wacht de lezer al op de antieke filosoof die daar iets van vond. En ja hoor, Horatius vertelt dat reizen een zinloze ontsnappingspoging is. Van Veelen betoogt dat alle moderne hectiek slechts een herhaling van eerdere geschiedenissen is, maar hij valt daarbij vooral zelf in herhaling. Al snel is zijn aanpak niet verrassend meer. Je leest het boek uit als een volleerd classicus: je hebt alles al gezien, en je denkt: been there, done that.