Vertrouw nooit op gezond verstand

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, De 50 grootste misvattingen in de psychologie. Of zijn ze dat bij nader inzien niet?

Als u nu antwoord moest geven op de vraag of de volgende stelling waar is, ‘Ons karakter is af te leiden uit ons handschrift’, wat zou u dan zeggen? U zou net als ik vermoedelijk denken dat daar heel lang in geloofd is, door heel veel mensen. En dat er een hele wetenschap op gebaseerd is, de grafologie, met van die mooie veronderstellingen als: brede spaties tussen woorden geven een neiging tot isolatie aan. Lopen uw zinnen schuin omhoog, dan bent u een optimist. Er zijn mensen die een verbluffend scherp zelfportret menen te lezen als ze de grafologische analyse van hun handschrift voorgelegd krijgen. Maar zou het waar zijn? Uit alle onderzoeken blijkt dat er geen enkel fundament is voor de beweringen van de grafologie.

Nog een stelling: ‘Het is beter om boosheid meteen te uiten dan ons in te houden.’ Waar of niet waar? Het leek mij eigenlijk van wel. Maar het is niet zo. Nog zo een: ‘Geluk wordt grotendeels bepaald door externe omstandigheden.’ Is niet waar. Nog een: ‘Een positieve instelling kan een remmende invloed op kanker hebben.’ Er is geen enkel bewijs voor. Gelukkig maar.

Ik kwam deze stellingen die allemaal niet waar bleken te zijn tegen in De 50 grootste misvattingen in de psychologie. Daarin worden door vier vooraanstaande Amerikaanse psychologen vijftig misvattingen besproken en in het kielzog daarvan nog een heleboel andere vergelijkbare gevallen – 300 in totaal. Al die misvattingen worden tegen het licht gehouden: de herkomst wordt verklaard, de denkfouten worden ontleed, het onderzoek wordt besproken. Alles in gewone taal, met wat humor her en der, alles goed onderbouwd en alles op een vriendelijke toon – zodat we na afloop niet anders kunnen dan opgelucht ademhalen om het nieuw verworven inzicht. Je schrikt eerst van je eigen domheid. Maar ik ben niet de enige. Zelfs hoogleraren in de psychologie blijken soms te geloven in pertinente misvattingen. Er stonden best leuke psychologische inzichten in het boek. Die midlifecrisis waar ik nu volgens mijzelf en alle zelfhulpboekjes al minstens vijf jaar last van heb, bestaat helemaal niet! En het lege-nestsyndroom waar ik regelrecht op af leek te stevenen ook niet!

Het dikke boek is een boek met een missie: het wil ons zuiver wetenschappelijk leren kijken en redeneren. Het wil ons een ‘kist’ meegeven, met ‘gereedschap’, waarmee wij in de toekomst zelf alle mythen en misvattingen te lijf kunnen. Vanaf nu gaan wij alert zijn op onze selectieve waarneming, op denkbeeldige correlaties en op de denkfout van de positieve voorbeelden. En wij gaan ons gezond verstand wantrouwen.

Maar dat valt niet mee. In het nawoord volgen nog, om aan te tonen hoe ingewikkeld het allemaal is, dertien misvattingen die eruitzien als al die andere misvattingen, maar dat nu juist niet zijn. ‘Een ongewoon groot aantal mensen woont in plaatsen met namen die op hun eigen voornaam lijken.’ Dat schijnt dan wel weer waar te zijn. ‘Honden lijken op hun baasje.’ Ook dat is waar (maar het geldt alleen voor rashonden). Nu weet ik het ook allemaal niet meer. Het kan vriezen en het kan dooien, maar misschien is dat wetenschappelijk gezien ook wel een misvatting.

Scott O. Lilienfeld e.a.: De 50 grootste misvattingen in de psychologie. Vert. Amy Bais. Bert Bakker, 398 blz.. € 25,-.