tijdschrift

Congo, het boek dat David Van Reybrouck over het Centraal- Afrikaanse land schreef, werd in een bespreking in deze krant vergeleken met Dave Eggers’ Wat is de wat en Al lachen de tanden, het hart vergeet niets van Andrew Rice. Volgens Marcia Luyten (Boeken, 07-05-10) alle drie boeken van ‘witte mannen die af willen van de witte blik’ op achtereenvolgens Congo, Soedan en Oeganda.

Die witte blik is, dit maal in het domein van de fictie, ook het thema van het laatste nummer van Armada. In korte essays wordt belicht hoe Vlamingen als Jef Geeraerts en Piet van Aken, maar ook Mark Twain en de onvermijdelijke Joseph Conrad zich verhielden tot Congo. Het zijn met name protesten geweest tegen de Belgische overheersing ten tijde van Leopold II.

Zo schreef Twain met King Leopold’s Soliloquy een satirische monoloog over de wandaden in de Belgische kolonie en illustreerde hij het werk met foto’s waarop Congolezen stonden wier handen waren afgehakt omdat ze hun ‘quotum’ op de rubberplantages niet hadden weten te halen. Niet alleen Leopold werd bespot, ook collega-schrijvers die zich niet in maatschappelijke misstanden durfden te mengen kregen van Twain de wind van voren.

Ook wordt een poging gedaan om de aan het licht gekomen verzinsels in het werk van Ryszard Kapuscinski (1932-2007) te verdedigen. De door diens biograaf Artur Domaslawski aangetoonde rijke fantasie van de Poolse schrijver zorgde eerder dit jaar voor ophef, maar in Armada lijkt men er niet zoveel moeite mee te hebben: als de boeken maar goed zijn.

Dat is wel wat aan de brave kant, wat überhaupt een beetje het bezwaar is tegen dit nummer: het zit allemaal gedegen in elkaar, maar op erg veel nieuwe gedachten zet het je ook weer niet.

Armada nr. 59. Wereldbibliotheek, € 14,50.