Soldaten met gitaren

Acteur Gijs Scholten van Aschat initieerde bij Orkater een opmerkelijk experiment: een stuk van Shakespeare mengen met liedjes van Tom Waits. Hij speelt Richard III in Schotse rock. „Richard is een bruut én een verleider..’’

‘Ellende is de rivier van de wereld. Iedereen roeien! Iedereen roeien!’ Te midden van zijn bende van treiterige, dreigende jongens met gitaren zingt gebochelde oorlogsveteraan Richard zijn credo: Misery is the River of the World. Boodschap: het kwaad regeert. Richard draagt een Schotse rok en een ruige soldatenjas met één lange arm. Aan zijn mismaakte hand houten belletjes. Ook zijn mannen dragen Schotse rokken. Dit is een guerrillalegertje en tegelijk een rockband. De elektrische gitaren doen denken aan machinegeweren.

De winter van onvrede is afgelopen, de burgeroorlog is bijna voorbij, maar Richard, de ‘ruwe klomp gespeend van veren’, heeft niets met de zomerweelde van vrede en voorspoed. Dus zet hij de oorlog voort in zijn eigen familie. Om koning te worden. Als hij opdracht heeft gegeven voor zijn eerste naoorlogse moord – op zijn eigen broer – zingt hij: God’s Away on Business. God is op zakenreis, op Hem kunnen we niet meer bouwen. Vanaf hier is het ieder voor zich.

In Richard III, dat op 25 september in première gaat in de Amsterdamse Stadsschouwburg, vermengt muziektheatergroep Orkater het historiestuk uit 1591 van William Shakespeare met popmuziek van de Amerikaanse zanger Tom Waits. Acteur Gijs Scholten van Aschat (50) speelt de hoofdrol en is de geestelijk vader van dit mengsel: „Ik luisterde in de auto naar All the World is Green en ik hoorde Tom Waits zingen: ‘You turn kings into beggars and beggars into kings’. Dat zou zo in Richard III passen, dacht ik. Zo is het begonnen.”

We zijn wel wat straffe Shakespeare-bewerkingen gewend in Nederland, maar de vermenging van een van zijn stukken met het oeuvre van een popartiest is weer wat nieuws. De gesproken tekst in het Nederlands, in de vertaling van Gerrit Komrij, de liedjes zingt de acteur in het oorspronkelijke Engels. Het idee klinkt gezocht, maar na uitleg van Scholten van Aschat lijkt het toch wel te kloppen. Een vergelijking met Mamma Mia!, de musical op basis van het oeuvre van Abba, wijst hij van de hand: „Nee, daar is een nieuw verhaal om bestaande liedjes verzonnen. Dit is een bestaand stuk vermengd met bestaande muziek.”

Scholten van Aschat brengt in Richard III voor het eerst twee kanten van zijn carrière samen. Enerzijds is de gelauwerde acteur bekend van de Shakespeares en andere klassieken die hij speelde, vooral bij het Nationale Toneel. Anderzijds maakt hij nieuw muziektheater bij Orkater. Nu hij afscheid neemt van beide om in vaste dienst te treden bij Ivo van Hoves Toneelgroep Amsterdam, laat hij Orkater voor het eerst een Shakespeare spelen. Muzikaal leider Vincent van Warmerdam: „Orkater begon ooit met de instelling: ‘Fuck Shakespeare, we maken onze eigen stukken en onze eigen muziek’. Maar voor de gelegenheid wijken we daar vanaf.”

De groep repeteert bij Orkater op een industrieterrein in de Amsterdamse Havens West. Voor de deur een picknicktafel aan een scheepsketting. Binnen in de grote hal repeteert de groep de scène waarin Richard zijn neefjes, de kroonprins en zijn broer ontmoet. In de setlist van de musici staat dit omschreven als: „Morricone-gedeelte, hele toestand in Londen met neefjes”. ‘Morricone’ slaat op een stukje cowboymuziek dat inderdaad van de spaghettiwesterncomponist zou kunnen zijn.

Neefje Edward komt op, de kroonprins. Na zijn broer ruw te hebben omhelsd, duikt hij meteen op Richards bochel, waardoor de mismaakte ten val komt. Staat dat in de tekst? Nee, maar het is wel een goede aanvulling. Scholten van Aschat: „Voor de jonge Edward is Richard het kneuzenoompje dat je niet helemaal serieus hoeft te nemen.” Richard blijft onverstoorbaar en zingt voor de jongen Little Man. Die schreeuwt er ruw doorheen. Regisseur Matthijs Rümke: „Heel goed. Heerlijk om een keer door die Waits heen te banjeren. Dit is al het vierde, vijfde liedje. Zo haal je het heilige ervan af.”

Little Man is een prachtige ballad van tenorsaxofonist Teddy Edwards, door Tom Waits gezongen op diens cd Mississippi Lad (1991), in de lome jazzy stijl die Waits toen op zijn eigen cd’s al lang had verlaten. Een vader neemt zijn zoontje op schoot en geeft hem wijze raad, een tekst vergelijkbaar met Kleine jongen van André Hazes. Richard zingt het echter voor het neefje dat hij niet veel later zal vermoorden. Daardoor krijgt de tekst een onverwacht ironische lading. Scholten van Aschat: „Richard is de oom en de voogd van de jongen, die op het punt staat om gekroond te worden. Dus dat lied klopt perfect. Alleen het publiek weet dat hij die jongen weldra in de Tower laat ombrengen.”

Tijdens de repetitie benadrukt Scholten van Aschat het belang van scherpe overgangen. Niet ieder liedje en iedere scène moeten soepel in elkaar overlopen. Nee: „Tabetiebedabediebedap. Tik. ‘Hoogheid!’ Dát is lekker!”

Regisseur Rümke probeert ondertussen de luidruchtige Sadists, de bende van Richard, in te tomen. The Sadists vormen een belangrijke schakel tussen de muziek en het toneel. Zij zijn musicerende acteurs die onder de vleugels van Orkater muziektheater maken. In Richard III behoren ze tot de cast én tot de band. Hun opdracht is om met hun elektrische gitaren heisa en anarchie op het podium te brengen. Maar bij sommige scènes moeten ze wat inbinden. Rümke: „Niet aan je gitaar likken als Gijs nog spreekt.” Bovendien: „In deze scène doen we een belangrijk stuk plotuitvoering; het schaakspel om de macht. Jullie moeten opstoken, rotzooi trappen, maar hier zijn jullie weer de gedisciplineerde soldaten die precies uitvoeren wat Richard beveelt. De groep moet nu als een gelikte machine gaan werken.”

Muzikaal leider Vincent van Warmerdam zit in een lokaal ernaast de muziek te repeteren, met een kerngroep van vier man. Ook in zijn rudimentaire vorm, zonder zang en franje, klinkt de muziek meteen als Tom Waits. Een flodderige grote trom en basdrum geven de tweekwartsmaat aan, de marimba kleurt grillig improviserend in. De piano speelt het motiefje eerst gewoon, en dan met een lichte aarzeling tussen twee nootjes. Precies zo’n gaatje waar het als Tom Waits van gaat klinken.

Hoe moet dat, klinken als Tom Waits? Van Warmerdam: „Zijn muziek klinkt ruig en rammelend, maar zit eigenlijk zeer geraffineerd in elkaar. Zijn platen zijn wat dat betreft heel listig geproduceerd. Dat is moeilijk om live met een gewoon bandje te imiteren. Het ritme wordt niet alleen door de drummer bepaald, zoals gebruikelijk bij popmuziek, maar door allerlei instrumenten die precies in elkaar grijpen. Het ongepolijste effect krijg je bijvoorbeeld door de musici op houten plankjes mee te laten stampen, net als in oude blues.’’

Gijs Scholten van Aschat zingt niet als Tom Waits. Hij heeft een aangename bariton, geen scheurende bluesschreeuw als Waits. „Ik ga natuurlijk niet Tom Waits imiteren. Waits is hier de componist, niet de zanger. We zijn trouw aan zijn composities, maar we moeten deze ook zelf inkleuren.”

Van Warmerdam: „Tom Waits gebruikt veel genremuziek, polka’s, walsjes, fanfare, blues, ballades, die hij naar zijn hand zet. Je hebt dus de onmiddellijke herkenbaarheid die vervolgens wordt gelogenstraft. Bijvoorbeeld doordat hij een maat veel langer aanhoudt dan gebruikelijk in dat genre. Doordat hij traditionele volksmuziek en jazz gebruikt, klinkt hij Europees, een beetje als Kurt Weill.”

Wat is de meerwaarde van de toevoeging van liedjes van Tom Waits? Scholten van Aschat: „Er ontstaat een andere sfeer. De liedjes geven vorm aan Richards melancholie. Gek genoeg wordt weemoed niet snel geassocieerd met Richard. De melancholische kant van het stuk komt nu dankzij de muziek naar boven.”

Volgens Scholten van Aschat past Tom Waits goed bij Richard: „Tom Waits kan de mooiste romantische ballades schrijven die je zachtjes meevoeren, maar op een onbewaakt moment kiepert hij dan weer een bak ijzerwaren over je uit. Hij verleidt je met zoete melodieën en hij stoot je af met teringherrie. Die twee kanten, dat verleidelijke en dat ruige harde, heeft Richard ook. Richard en Tom Waits lijken op elkaar. Zowel Richard als Waits spelen altijd een rol, ze hebben allebei altijd een act om zich heen. Tom Waits is ook een theatrale persoonlijkheid, met een zorgvuldig gecreëerd imago, van het leven aan de zelfkant, in havenkroegen biljarten met Chinese dwergen. Zijn werk zit vol freaks als Richard, de gebochelde.”

Deze dag repeteert de groep alleen met de mannen. Afgezien van oudgediende Rudolf Lucieer bestaat de cast rondom Scholten van Aschat uit jonge jongens en oudere dames. De jongens staan voor het sloopgenot en samenzweerplezier, de vrouwen voor het oprechte en de moraal. Dat dicteert het stuk ook enigszins: het gaat onder meer over moeders en zonen. Richards eigen moeder, gespeeld door Petra Laseur, komt even op om hem de oren te wassen.

All the World is Green, het liefdeslied dat Scholten van Aschat op het idee voor deze voorstelling bracht, zit in de beroemde scène waarin Richard Lady Anne verleidt, de verse weduwe van een van zijn slachtoffers. Scholten van Aschat: „Richard is een bruut én een verleider. Dank zij de muziek verleidt Richard nu niet alleen met woorden maar ook met zang. De grote scènes in het stuk zijn de scènes met vrouwen. De mannen zijn voor Richard geen probleem, die windt hij moeiteloos om zijn vinger. Voor de vrouwen moet hij meer moeite doen en gebruikt hij zijn ware verleidingskunst. Hij kan een macho zijn, een gevoelige man, een kind dat hulp behoeft; alles zet hij in. Het ene moment is hij zoet en zacht, dan is hij weer grof en meedogenloos.’’

Scholten van Aschat koos geen liedjes uit Waits’ vroegere werk uit de jaren zeventig, en ook bijna niets van zijn meesterwerken uit de jaren tachtig, zoals Swordfishtrombones en Rain Dogs, waarop Waits zijn eigen stijl uitvond en meteen vervolmaakte. In plaats daarvan kiest hij vooral voor de muziek die Waits in de jaren negentig schreef voor voorstellingen van regisseur Robert Wilson: Alice, Woyzeck (Blood Money) en The Black Rider. „Dat is theatermuziek, dus dat sluit beter aan. Die stuwt het drama voort.”

Die liedjes zijn niet geschreven voor Richard III. Hoe pas je ze er toch in? Als de oude koning Edward bijvoorbeeld overlijdt zingt de groep Poor Edward. Dat begint inderdaad met: „Did you hear the news about Edward?”, maar het gaat verder over een freak die is geboren met een tweede gezicht achterop zijn hoofd. Niet over een overleden Britse koning. Scholten van Aschat: „Maar eigenlijk gaat het over een man die ten ondergaat aan een vrouw; een helse vrouw die zijn leven heeft overgenomen: ‘Was it a woman’s face, or a young girl?’ Zo gaat koning Edward ook ten onder aan zijn vrouw, Elizabeth, een vrouw uit een verkeerde, laaggeboren familie, die haar factie het hof laat overnemen.”

Het lied The Part You Throw Away markeert volgens Scholten van Aschat een overgang in het stuk: „Richard is koning geworden, maar toch laat hij zijn neefjes doden, volkomen overbodige moorden. Dan beseft hij: nu ben ik te ver gegaan. Hij gaat door met moorden, terwijl hij zou moeten regeren. Maar dat kan hij niet, want hij heeft geen inhoud. Vanaf hier neemt de paranoia het over. Dat benadrukken we met muziek. ‘You'll soon forget the tune that you play/ For that is the part you throw away’. De muzikanten verlaten hem, de muziek desintegreert.”

Nadat Richard is verslagen en hij van Shakespeare zijn beroemde laatste woorden heeft gekregen – „Een paard, een paard, mijn wereld voor een paard” – krijgt hij er van Waits nog een paar bij. Richards zwanenzang is That’s the Way. Het minderjarig ogend meisje dat eerder figureerde als Richards bruid, zusje van de vermoorde neefjes, begeleidt hem op het harmonium. Het lied is een opsomming van variaties op het Amerikaanse gezegde that’s the way the cookie crumbles: zo gaan de dingen.

Richard zingt met zijn laatste adem. „Zo steekt de bij, zo prikt de naald, zo gromt de maag. Zo knarsen de tanden, zo vlekt de jus, zo krimpt de maan.’’

‘Richard III’ van 22 sept t/m 11 okt in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl: 020-6242311, ssba.nl, orkater.nl.