Ruimtelijke ordening biedt geen ruimtelijke ordening

Noud Köper: Woekeren met ruimte. Over de inrichting van Nederland. Business contact, 191 blz. € 19,90

Amsterdam is niet de enige stad in Nederland die moeite heeft met grote bouwprojecten. Ook in de rest van Nederland lopen ze vertraging op, worden ze duurder of mislukken ze, zo blijkt uit Woekeren met ruimte van Noud Köper. Wel schieten overal bedrijfsgebouwen en woonwijkjes uit de grond, die het gevoel geven dat Nederland in hoog tempo ‘verrommelt’ en vol raakt.

Köper, medewerker van adviesbureau PACT die eerder een boek over de Nederlandse energiemarkt schreef, heeft de bekendste grote Nederlandse bouwprojecten van de laatste decennia onder de loep genomen, zoals de Vinexwijken, de uitbreiding van Schiphol en de Kop van Zuid in Rotterdam. Hierover sprak hij met een groot aantal usual suspects van de Nederlandse ruimtelijke ordening, onder wie ex-minister Karla Peijs en projectontwikkelaar Rudy Stroink.

Köper heeft de gesprekken verwerkt tot een levendig en vooral onthutsend boek over het hedendaagse onvermogen om het land goed in te richten, iets waar Nederland tot diep in de 20ste eeuw juist wereldberoemd om was. Eigenlijk is er de laatste twintig jaar maar één groot bouwprovlot verlopen: de Vinexwijken, de nieuwe generatie buitenwijken.

Maar ook hierover zijn velen niet tevreden. Onder opinieleiders is de reputatie van de Vinexwijken slecht. Stedenbouwkundige Riek Bakker blijkt hierop een uitzondering. ‘Sodemieter toch op zeg, we kunnen toch niet allemaal aan de gracht wonen’, zegt zij in Woekeren met ruimte over de Vinexwijken. ‘Grosso modo is het goed beleid geweest.’

In Woekeren met de ruimte noemt Köper tal van redenen voor het falen van de ruimtelijke ordening. Die laten zich vrijwel allemaal scharen onder de noemers ‘te veel’ of ‘te weinig’. Te veel regels, te veel bezwaarprocedures en te veel ministeries die zich ermee bemoeien, zorgen ervoor dat er te weinig ‘centrale regie’ is in de inrichting van Nederland. Voor een groot deel is dit opzet, zo laat Köper zien. Omstreeks de laatste eeuwwisseling zag de rijksoverheid om ideologische, neoliberale redenen af van een leidende taak in de ruimtelijke ordening en liet die over aan de markt en lagere overheden. Maar gemeenten kijken niet verder dan hun grenzen en provincies Kunnen hun ordenende taak niet aan, stellen veel zegslieden vast in Woekeren met ruimte.

In zijn nawoord noemt Köper dit verontrustend. Ondanks de roep om meer sturing van de rijksoverheid, stelt hij vast dat in het regeerakkoord van het vorige kabinet uit 2007 een ‘integrale visie op de ruimtelijke ordening ontbrak’. Hij spreekt daarom de wens uit dat het volgende kabinet die wel heeft. Maar dat is niet waarschijnlijk: in de formatie speelt ruimtelijke ordening in ieder geval geen enkele rol.