Rintje

‘Ben je weer aan het luisteren of er uit de verte een auto aankomt?’ vraagt Rintje aan Tobias.

Tobias heeft een oor tegen de grond gedrukt en zijn voorpoten plat voor zich uit gestrekt.

Zijn achterlijf steekt omhoog en zijn staart staat kaarsrecht de lucht in.

‘Nee,’ zegt Tobias. ‘Vandaag is mijn staart geen radiomast die geluiden opvangt, maar meer een weerstation. Met mijn staart kan ik voelen wat voor weer het wordt!’

‘En?’ vraagt Rintje. ‘Wat denk je? De lucht is blauw, de zon schijnt? Er is geen wolkje te bekennen. Zo kan ik ook het weer voorspellen. Het blijft de hele dag mooi weer!”

‘Ja dat zie ik ook wel,’ zegt Tobias. ‘Maar met mijn staart kan ik toch voelen of het weer verandert!’

‘Wat zijn jullie aan het doen?’ vraagt Henriette als ze Tobias op de grond ziet liggen.

‘Tobias kan aan zijn staart voelen wat voor weer het wordt,’ zegt Rintje.

‘Ja hoor,” zegt Henriete. ‘En ik voel aan mijn krullen of het een strenge winter gaat worden. Laat me niet lachen!’

‘Doe niet zo flauw,’ zegt Rintje. ‘Misschien kan hij het echt!’

‘Als jullie nou even stil zijn kan ik mij concentreren,’ zegt Tobias. ‘Ik voel toch dat er een verandering op komst is.’

Rintje en Henriette kijken elkaar aan. Ze zeggen een hele tijd niets.

‘En? Wat voel je,’ vraagt Henriette. Ze geeft Rintje een knipoog. ‘Gaat het straks sneeuwen? Of krijgen we hagel en donder?’

‘Je kan er wel grapjes over maken,’ zegt Tobias. ‘Maar ik denk toch echt dat er regen op komst is. Ik voel aan mijn staart dat er een wind opsteekt. En na die wind gaat het regenen.’

‘Mijn oma zegt altijd; ‘dat voel ik aan mijn water,’ zegt Rintje. “maar bij jou kan je beter zeggen ‘dat voel het aan mijn staart’. Maar kom, we gaan naar m’n huis lekker in de tuin spelen!’

Als ze bij Rintje in de tuin zijn, spelen ze eerst verstoppertje en dan doen ze een paar keer tikkertje.

‘Het is veel te warm voor al dat geren!’ zegt Henriette. Ze gaat in de schaduw van de grote boom liggen.

Ook Rintje strekt zich languit op het koele gras onder de boom.

‘Waar die regen van jou vandaan moet komen…’ zegt Henriette. ‘Jouw weersvoorspelling klopt al net zo slecht als het weerbericht op de televisie!’

‘Wacht maar,’ zegt Tobias. ‘Ik krijg altijd gelijk!’

Net als de drie vriendjes een beetje liggen weg te dommelen in het gras voelt Henriette een spat op haar neus.

‘Ik voel druppels,’ zegt Rintje die ook wakker schrikt.

‘Wat zei ik jullie?’ zegt Tobias met een trots gezicht. ‘Regen!’

Maar dan horen ze opeens een stem . ‘Zo, het was echt even tijd om de tuin te sproeien na al die warmte!’

Het is mama die met de tuinslang de planten en het gras aan het sproeien is.

‘En dat noem je regen, Tobias’ giechelt Henriette.

‘Het is water en het komt uit de lucht!’ lacht Tobias. ‘Het blijft een goede voorspelling!’