Rijssen strijdt tegen regen met sleuven en lava

Bewoners van Rijssen in Overijssel hadden in het verleden veel wateroverlast door regen. Nu lijkt het tij gekeerd. Met sleuven, kratten en lava.

Veel regen viel gisteren en vannacht in het oosten van het land, zoals hier in de Tuindorpstraat in Hengelo. Eerder op de dag was veel overlast in de Randstad. Foto Eric Brinkhorst Hengelo Wateroverlast tuindorpstraat fietser foto eric brinkhorst

De definitieve rapportages moeten nog volgen. Maar het heeft er alle schijn van dat het Overijsselse Rijssen de hevige plensbuien van gisteren met „zeer beperkte schade” is doorgekomen.

Acht jaar geleden kwam in anderhalf uur 50 millimeter regen naar beneden. Er kwamen vierhonderd huizen blank te staan. Min of meer dezelfde gevolgen hadden twee andere regenbuien later dat jaar, en één in het jaar daarop. „Er zijn mensen die drie keer hun vloerbedekking hebben moeten vervangen”, zegt Gerard ten Bolscher, projectleider wateroverlast van de 38.000 inwoners tellende gemeente.

Gisteren viel in Rijssen bijna 120 millimeter water, waarvan 58 millimeter ’s ochtends in twee uur tijd. (Een gemiddelde augustusmaand is goed voor ongeveer 60 millimeter.) De gevolgen waren beperkt. De straten stonden weliswaar vol water, maar de woningen bleven droog. In het hoger gelegen deel van Rijssen, maar ook het twintig meter lager gelegen centrum van het stadje, dat min of meer op een helling is gebouwd.

Dat de overlast beperkt bleef, komt door een aantal maatregelen die de afgelopen jaren ten bedrage van vier à vijf miljoen euro zijn genomen, allemaal betaald uit een verhoging van de rioolheffing met acht euro. Maatregelen waar de rest van Nederland wellicht iets van kan leren.

In het hoger gelegen deel van Rijssen is maar liefst honderd hectare grond „afgekoppeld” van het riool. Veertig procent kreeg een aansluiting van de regenpijpen naar watergangen zoals sloten, zestig procent sluit aan op ondergrondse buffers; er zijn gaten en sleuven gegraven gevuld met kratten en lavasteen, zodat het hemelwater geleidelijk in de bodem infiltreert en het diepe grondwater bereikt.

In het midden van Rijssen zijn grote delen van het riool vergroot, dat wel zeggen dat de diameter van dertig centimeter is verwijd tot anderhalve meter. Bovendien zijn in de lager gelegen delen van de stad „buffers” aangelegd om overtollig regenwater op te vangen en „vast te houden”. Daartoe zijn watergangen verbreed en zijn enkele vijvers aangelegd, zoals één van vijftig bij driehonderd meter.

Ruim 90 procent van de gemeenten heeft te maken met wateroverlast, zo bleek uit een onderzoek drie jaar geleden van Stichting Rioned, het kennisinstituut voor riolering van overheden en bedrijven. In de meeste gevallen gaat het om rioolwater op straat en water in gebouwen.

Veel gemeenten nemen ook maatregelen, zegt directeur Hugo Gastkemper van Rioned. „De meeste gaan er pragmatisch mee om: ze doen iets op plaatsen waar overlast wordt gemeld. De maatschappelijke druk om iets te doen is meestal ook groot. Daarnaast is een aantal gemeenten bezig met afkoppelen: de riolering wijzigen van een gemengde rin een gescheiden riolering. Wij zijn in Nederland meestal geneigd om water onder de grond te stoppen. In het buitenland wordt het minder als een probleem ervaren als straten met water vollopen. En inderdaad hoeft veel water op straat, zoals gisteren, nog geen ramp te betekenen.”

Rijssen heeft z’n zaakjes inmiddels bijna helemaal voor elkaar; alleen het ontlasten van de Maatgraven, een watergang dwars door de stad, laat nog op zich wachten. „Die staat soms vol, zodat we er geen water meer in kwijt kunnen”, zegt projectleider Ten Bolscher. Het enige waar het bestuur van de gemeente niets aan kan veranderen, zijn de opmerkelijke hoeveelheden regen die de gemeente te verduren krijgt. „We hebben er allerlei wetenschappelijke instituten bij gehaald en het schijnt misschien iets met de thermiek bij de Holterberg te maken te hebben. Maar een duidelijke verklaring hebben ze niet. Wij hebben nu al vier keer regenbuien meegemaakt die volgens de statistieken maar eens in de honderd jaar voorkomen. Dan vraag je je wel af: wat zijn die statistieken waard?”