'Pijn heeft mijn hele leven veranderd'

Chronische pijn in zijn onderbuik en prostaatproblemen dwongen Tim Parks om zijn leven drastisch te herzien. De gang naar alternatieve geneeskunde beschrijft hij meesterlijk in zijn nieuwste boek Teach Us to Sit Still. Alles waar hij heilig in geloofde moest hij opnieuw onder ogen zien, ook het geloof in zijn eigen schrijverschap.

„Dit is het eerste boek dat helemaal uit mijzelf voortkomt. Geen Engelse voorbeelden, geen Europese, er is niets wat erop lijkt. Allereerst was er natuurlijk de schaamte. Wanneer je over dit soort problemen praat, schrijf je jezelf af als man, zoals dat heet”, vertelt Parks aan Bas Heijne.

Ik had een compleet ander mens verwacht, rustig en bedachtzaam, maar Tim Parks is nog net zo uitgesproken als altijd. Op het terras van een Londense pub haalt hij energiek uit naar polemische publiektrekkers als Christopher Hitchens en Richard Dawkins: „Bekendheid is hier zo ongeveer nog het enige wat telt. Mensen als Hitchens en Dawkins haken slechts in op een debat dat toch al in het hoofd van de mensen plaatsheeft. Ze zullen het debat nooit een andere richting geven, je wezenlijk anders tegen de dingen laten aankijken. Wat heeft een man als Hitchens ons te bieden? Vechtlust. Af en toe een goede grap. Dat is alles. Ik voorspel dat hij zich binnen twee jaar tot het christendom bekeert. Het zal hem niet wezenlijk veranderen.”

Maar hij heeft het nog niet gezegd, of de nieuwe Tim Parks laat zich gelden. „Al die discussies hebben plaats in een bepaalde ruimte, gedomineerd door taal, waar men uit is op een voortdurende zelfbevestiging. Wanneer je je terugtrekt uit die debatcultuur en de polarisatie die daar heerst, blijken er tal van andere manieren te bestaan om met elkaar om te gaan. Mijn relatie met mijn zieke moeder, een avondwandeling op het platteland, het koesteren van een pasgeboren baby, dat is allemaal oneindig waardevoller dan dat dorre debat.”

Het lijkt een zoetsappig inzicht, maar Parks heeft er hard voor moeten vechten. In zijn nieuwste boek, Teach Us to Sit Still, beschrijft hij op meesterlijke wijze hoe pijn hem dwong zijn leven op de schop te gooien. Een chronische pijn in zijn onderbuik, prostaatproblemen, doorwaakte nachten waarin hij zes, zeven keer naar de wc moest, vormen het begin van zelfonderzoek dat hem, wanneer de reguliere geneeskunde geen verlichting biedt, in aanraking brengt met fenomenen waar zijn sceptische geest vroeger van gruwde: alternatieve geneeskunde, oosterse massagetechnieken en meditatieweken.

Het is een bij vlagen hilarisch relaas, getekend door ironie en zelfspot. Maar Parks’ humor is nergens gemakzuchtig. De inzet is er ook te groot voor: zijn zoektocht naar gezondheid dwingt hem alles waar hij heilig in geloofde opnieuw onder ogen te zien, tot en met zijn geloof in zijn eigen schrijverschap.

„Dit is het eerste boek dat helemaal uit mijzelf voortkomt. Geen Engelse voorbeelden, geen Europese, er is niets wat erop lijkt. Allereerst was er natuurlijk de schaamte. Wanneer je over dit soort problemen praat, schrijf je jezelf af als man, zoals dat heet. Aangezien het al een stuk beter met me ging toen ik aan het boek begon, kostte me dat niet zoveel moeite. Bovendien durf je op papier allerlei dingen te beschrijven waar je in het openbaar niet zo gemakkelijk over spreekt.

„Technisch was het wel moeilijk. Ik wilde mijn ervaringen zo dramatiseren dat de lezer langzaam maar zeker meegaat in mijn verlangen om te veranderen, en later in de wil om te veranderen. Ik wilde ook dat het grappig zou zijn, dat was het op het moment zelf namelijk ook. Wanneer je op je rug op een tafel ligt en tevergeefs probeert te plassen in een trechter, terwijl verpleegsters toekijken, dan is humor je enige verdediging. Maar de humor mocht de wanhoop niet overschaduwen, mijn angst om de rest van mijn leven onder pijn gebukt te gaan, pijn die alle plezier in het leven en de omgang met mensen uitsluit. En dan heb ik het nog niet eens over mijn seksleven.”

De verandering die u zoekt, lijkt enkel twijfel met zich mee te brengen. Op een gegeven moment overweegt u zelfs te stoppen met het schrijven van romans.

„Dat overweeg ik nog steeds. In mijn roman Cleaver bleek ik mijn hele crisis al beschreven te hebben, terwijl ik hem zelf nog moest ondergaan. Die gaat over een man die onder ogen moet zien wat er met je gebeurt wanneer je je laat gijzelen door ambitie, door de drang tot voortdurende zelfbevestiging. In Teach Us to Sit Still vertel ik hoe ik, toen ik indertijd voor de Booker Prize genomineerd [voor Europa] was, eindeloos in mijn hoofd een dankwoord voorbereidde, terwijl ik heel goed wist dat ik niet ging winnen. Die prijs is het speeltje van het Engelse literaire establishment, hun jaarlijkse egomoment. Ik vond dat ik dat alleen op de hak kon nemen wanneer ik mezelf niet spaarde. Ik weet ook wel dat ik boeken blijf schrijven, simpel omdat ik het niet laten kan. Maar ik weet dat ik een ander mens zou zijn, wanneer het me zou lukken het schrijven op te geven. Dat zou een enorme opluchting zijn. En tegelijk zou het me het gevoel geven dat ik dood was, natuurlijk.”

De ontwikkeling die u beschrijft gaat niet alleen tegen de tijdgeest in, die beheerst wordt door zelfverwezenlijking en zelfpromotie, maar ook tegen het westerse denken sinds Socrates. Bewustzijn is alles, alleen het leven dat aan onderzoek wordt onderworpen, is het waard om geleefd te worden.

„Ik ben het niet met Socrates eens, het komt intellectuelen gewoon goed uit dat te vinden. Vraag aan een konijn of het waar is. Het zal geen antwoord geven, omdat het konijn zelf het levende bewijs is dat het niet waar is. In mijn boek val ik die notie aan, ook omdat die zich in mijn eigen hoofd bevindt.

„Toen mijn klachten begonnen, zag ik het als een medische aangelegenheid, een abstractie. Ik zag mijn lichaam zoals je een auto ziet, die je wegbrengt om gerepareerd te worden. Toen er geen simpele oplossing voor die medische problemen gevonden werd, begon het langzaam tot me door te dringen dat ze met mijzelf en mijn karakter te maken hadden, ook al waren ze niet alleen maar psychosomatisch. Ik realiseerde me dat als ik er vanaf wilde komen, ik zelf moest veranderen. Als ik dit ben, dan wil ik zo niet langer zijn. Nu lijkt het allemaal eenvoudig en helder, maar het heeft me veel tijd gekost voor ik het onder woorden kon brengen.”

Toch past dit boek heel goed in uw oeuvre. Vanaf het begin al probeert u authentiek bewustzijn en ijdel zelfbewustzijn uit elkaar te houden.

„Maar daarin was ik zo arrogant. Ik deed zo wegwerpend over dingen waar ik in wezen geen bal van afwist, zoals over het boeddhisme. En over de islam. Ik ben ook vastbesloten me serieus in de islam te verdiepen, want ik weet zeker dat er meer inzit dan alle onzin die er nu dagelijks in de media over wordt uitgeserveerd.

„Ik ben geen boeddhist geworden, omdat ik eerlijk gezegd niet weet wat dat is, maar heel veel noties in de boeddhistische geschriften zijn van veel waarde voor me gebleken, zoals het idee dat een vaste, onveranderlijke identiteit een verzonnen constructie is. Het klinkt ontzettend stom, want het is uiteindelijk gewoon de typisch links-liberale positie, maar ik heb geleerd dat er tal van manieren zijn om naar de wereld te kijken.”

Het lijkt wel alsof u er plezier aan beleeft al uw opvattingen in twijfel te trekken.

„Het is waar dat ik een uitweg zocht. In romans als Europa, Destiny en Cleaver raakt de hoofdpersoon steeds in een crisis over zijn eigen leven. Dat dreigde voorspelbaar te worden, ik wilde verder gaan dan dat. Ik ben ook gaandeweg wantrouwend komen te staan tegenover de hele westerse literaire traditie, waarin het er in de eerste plaats om gaat emoties op te roepen. Alles wordt in het werk gezet om je opwinding te bezorgen, je te laten voelen. Zo zie je jezelf ook, je leven is een verhaal, jijzelf een dramatisch personage, je bent voortdurend bezig je persoonlijkheid gestalte te geven. Op een vulgaire manier wordt dat idee uitgedragen door de reclame. In Italië wordt ijs aangeprezen met slogans als Prove nuove emozioni (Probeer nieuwe emoties) en Emozione senza fine (Emoties zonder einde). Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat ik met mijn schrijven niet veel anders deed, het aanhoudend stimuleren van intellectuele emoties. Ik wil een stap terugdoen. Ik wil kijken of het mogelijk is op een andere manier een verhaal te vertellen, of de lezer in ieder geval zijn voortdurende honger naar emoties te laten beseffen.”

Hoe gaat u dat doen?

„Ik ben opgegroeid in een gezin dat helemaal in het teken stond van het evangelische christendom, we waren fervent lid van de Pinkstergemeente. Omdat ik niets anders kende, was dat voor mij de enige werkelijkheid. Van mijn vijftiende tot mijn twintigste heb ik geprobeerd mezelf uit die gevangenis te bevrijden. Eerst was er de radicale afwijzing, later het besef dat ook wanneer je iets radicaal afwijst, je het nog altijd niet hebt losgelaten – het stadium waarin een man als Dawkins is blijven steken.

„Uiteindelijk heb ik het losgelaten. Maar in de literatuur was het later precies hetzelfde. Ik groeide op met een romantisch idee van schrijvers en literatuur. Pas later besefte ik dat de literatuur ook nog maar een paar eeuwen oud was. Zelfs Shakespeare ondernam geen pogingen om zijn werk uitgegeven te krijgen, omdat hij het eenvoudig niet de moeite waard vond. Het kostte me veel meer moeite om me van dat geloof te bevrijden, juist omdat het schrijven van romans me een zekere bevrediging gaf.”

Vreemd dat uw scepsis u doet belanden in een wereld die door rationele geesten als zweverig wordt beschouwd, en tegelijk het wantrouwen tegen de literatuur aanwakkert.

„Ik heb in mijn academische werk veel geschreven over het vertalen van literaire teksten. Wat ik wil laten zien is dat een tekst in vertaling totaal veranderd wordt. Dat je in direct contact staat met de tekst van de schrijver, is een romantische leugen. We leven in de overtuiging dat een individuele schrijver zijn persoonlijkheid op een directe manier overal op de wereld kan laten zien, omdat we willen geloven dat ook wij overal onszelf kunnen zijn en de ervaringen van anderen kunnen delen. Dat is gewoon niet waar. We begrijpen het verleden ook niet. We begrijpen ons eigen verleden niet. Probeer je maar eens te herinneren hoe je vijf jaar geleden in een relatie stond, dat is al vrijwel onmogelijk geworden.

„Ik heb een probleem met de toenemende internationalisering van literatuur. De schrijver zelf wil tegenwoordig een internationale schrijver zijn en de lezer wil een schrijver lezen die tot de grootste schrijvers van de planeet behoort, niet tot die van enkel zijn eigen land. Vertalers zijn nagenoeg onzichtbaar geworden, opdat de illusie van een direct contact tussen lezer en schrijver kan blijven bestaan. Er verandert ook iets. Schrijvers richten zich niet langer op de lokale situatie en lokale kwesties, omdat een internationaal publiek daar niet in geïnteresseerd is. Doen ze dat wél, dan doen ze dat voor dat internationale publiek. Daardoor verandert de literatuur. Je ziet schrijvers die over menselijke relaties schrijven en de culturele context tot een minimum beperken, zoals Gerbrand Bakker in Boven is het stil. Of je krijgt de schrijvers die zich louter van special effects bedienen, zoals Rushdie en Pamuk. In zijn eerste boeken verhield Pamuk zich nog min of meer direct met de Turkse culturele context, in zijn latere werk schrijft hij voor dat internationale publiek, ook al gaat het zogenaamd nog wel eens over Turkije – maar toch op een heel andere manier dan waarop een schrijver als D.H. Lawrence over Engeland schreef.

„Hetzelfde zie je nu met schrijvers uit landen als China en Iran. Wanneer je hun boeken leest, heb je helemaal niet het gevoel dat je bij iemand anders naar binnen kijkt, dat je in een andere cultuur terechtkomt. Dat komt doordat de schrijver zich rechtstreeks tot jou, de buitenstaander, richt. Dat maakt veel literatuur oppervlakkig en leugenachtig.

„Een prachtige schrijver als Hugo Claus is voor een publiek buiten België niet eenvoudig te begrijpen, je moet er echt veel voor moeite doen om zijn wereld binnen te komen. Vergelijk het met een kwestie waarin je binnen je familie jarenlang heftig redetwist. Wanneer je blijft doen alsof je het tegen familie hebt, maar je eigenlijk tegen buitenstaanders richt om indruk te maken, verandert je relatie met je familie totaal.”

Dat bewustzijn is overal nu. Mensen die iemand een persoonlijke tweet sturen, weten dat er honderden of duizenden meelezen. Een ervaring is geen ervaring wanneer die niet door anderen gezien wordt. Maar in uw boek etaleert u zelf toch ook heel particuliere en intieme zaken?

„Er is een wezenlijk verschil. Alle ervaringen die ik beschrijf zijn privé-ervaringen. Dat ik ze daarna als materiaal voor een boek ben gaan zien, met het idee dat ik een manier moest vinden om via het beschrijven van die ervaringen iets te vertellen, verandert de aard van die ervaringen niet. Ik heb geselecteerd, veel weggelaten ook. Toen ik dat alles onderging, dacht ik er helemaal niet aan om erover te schrijven. Ik zocht de ervaring niet als materiaal. In mijn boek schrijf ik over Wordworths beroemde definitie van poëzie als ‘emotie die in rust opgeroepen wordt’.

„Ik realiseer me pas sinds kort hoe gevaarlijk die gedachte eigenlijk is. Voor je het weet zoek je bewust emoties om ze vorm te kunnen geven. Het is alsof je seks hebt met een veertienjarige jongen enkel en alleen om er daarna over te kunnen schrijven.”

Ik ben het met u eens, maar toch blijft het vreemd: een gesprek met een schrijver die zijn geloof in de literatuur lijkt te hebben verloren.

„Ik beschrijf hoe ik uiteindelijk klem zit tussen twee verschillende visies op mijn eigen leven. En dat zit ik nu nog altijd. Maar je kunt ook zeggen dat ik geleerd heb mijn geloof in literatuur te relativeren. Mijn leven met literatuur verschaft me genoegen, ik voel bewondering wanneer iets goed geschreven is. Maar ik keer me ook tegen critici en schrijvers als James Wood, die beweren dat we ons tot de literatuur wenden om te kunnen leven. Dat is gewoon niet waar. Dat is zelfs dom.

„Ik lees deels omdat ik in een literaire cultuur ben opgegroeid. Natuurlijk lees je om je geest te scherpen, jezelf bewust te worden en vanuit een verlangen naar gedeelde ervaringen, dat staat buiten kijf. Maar het is geen levensvoorwaarde. Het is pijn geweest die mijn leven uiteindelijk heeft veranderd, geen roman. Je kunt bepaalde dingen heel goed onder woorden brengen, terwijl je ze eigenlijk nog niet weet. Het wordt pas interessant op het moment dat een ervaring invult wat je verbaal al had gearticuleerd.”

Toch vraag ik me af wat er met u gebeurd zou zijn, wanneer het u onmogelijk gemaakt was om dit boek te schrijven.

„U bedoelt dat ik mijn ervaringen eigenlijk alleen heb kunnen begrijpen door erover te schrijven, door er woorden voor te vinden? Dat is waar. Met mijn achtergrond kan dat niet anders. Maar ik geloof oprecht dat er mensen zijn die even waardevolle ervaringen ondergaan zonder dat ze de moeite nemen die te articuleren.

„Ik ben het eens met de Roemeense essayist E.M.Cioran die smeekte de laatste ongeletterde in leven te laten, omdat onze wereld zonder hem wezenlijk anders zou zijn.”

Tim Parks: Teach Us to Sit Still. Vintage, 352 blz. € 20,-. De vertaling, Leer ons stil te zitten, van Lidy Pol verschijnt in september bij uitgeverij De Arbeiderspers. De overige boeken van Parks, zowel fictie als non-fictie, verschenen eveneens bij De Arbeiderspers.