Pam riep dat ze de ether in wilde

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingsleven.

Vandaag: de vereniging anarchistische radio Patapoe, waar iedereen radio kan maken.

Vanaf een geheime locatie in Amsterdam slingerde de vereniging anarchistische radio Patapoe programma’s de wereld in. Iedereen die aandrang voelde tot het maken van radio was welkom. In het pand woonden Poolse krakers en waren kunstenaars aan het werk.

Bart van het programma Wreck this mess (’s maandags van half vijf tot zes uur) en Andreas van het programma Burgerwaanzin (zaterdags van zes tot acht uur) – „Mijn website is http://www.nictoglobe.com” – daalden een trap af.

„De studio!”, zei Bart toen we in een kelder stonden. De muren zaten vol graffiti, er stond een platenspeler en er lagen microfoons.

We vielen middenin het programma Streetsounds, ‘het enige programma voor dak- en thuislozen in de ether’. Pam (dakloos) en Annet (belangenbehartiger daklozen) zaten op een stoffig bankstel en luisterden naar Franse chansons. Annette verzorgde de techniek – ze zette de cd’s op – en Pam at chips en dronk jus d’orange uit het pak.

Pam frummelde aan haar trainingsbroek, stopte een hand chips in haar mond en zei: „Annet, ik heb zin om wat te zeggen...”

Annet gaf haar een microfoon.

„Heeeeeee”, zei Pam. „Het regent buiten! Kijk mekaar allemaal maar lief aan eventjes... En verder kom naar de Diaconessen, d’r is weer een nieuwe vakbond! Ik herhaal de boodschap! Zo, en dan ga ik nu weer effe zitten op de bank. Ik zal muziek draaien.”

Annet stopte een cd in de cd-speler.

Agentschap Telecom was laatst langs geweest, waardoor de uitzendingen van Patapoe voorlopig alleen via internet – http://freeteam.nl/patapoe – en niet op de vaste frequentie – 88.3 FM – te horen waren.

„Ze zeggen dat we een gevaar zijn voor de vliegveiligheid”, zei Bart. „Dat is onzin.”

Pam vulde aan dat het een ramp was voor de daklozen.

„En nu dan”, vroeg ze zich hardop af. „Daklozen hebben draagbare radio’s en geen computer, maar we gaan gewoon door.”

Bart: „Negentig procent van de wereldbevolking heeft geen computer. Alles is relatief. Besef dat!”

We beseften.

Volgens Andreas schommelde het aantal luisteraars.

„Meestal zijn het er elf, soms acht, maar ik heb ook weleens een piek van zestien gehad.”

In zijn programma Burgerwaanzin besteedde hij aandacht aan ‘niet-alledaagse zaken’. „Ik heb laatst muziek uitgezonden van psychiatrische patiënten uit Zwitserland. Heeeel interessant! Ik denk dat ik de enige ben die zoiets brengt. Maar er is meer: ik breng ook poëzie en Hezbollah-propaganda uit Libanon.”

Af en toe was zijn broer te gast in de studio.

„We krijgen altijd ruzie. Dat wordt dan live uitgezonden. Ik hoor van mensen dat het uniek is.”

Volgens Bart was radio Patapoe de enige nog vrije zender in Nederland. Hij maakte zich zorgen over de toekomst. Er moest een nieuwe geheime plek komen om de zender op te zetten. „De boetes die ze uitdelen, zijn waanzinnig hoog.”

Er was een plan in voorbereiding om de zender op het dak van de BNN-gebouwen in Hilversum te zetten. Dan zou bij een eventueel politieactie de ‘publieke commerciële omroep’ de rekening moeten betalen.

Andreas trok aan zijn sigaret.

„En als ze die boete niet betalen ontvoeren we die Filomeen. Die gijzelen we dan...”

Hij doelde op Filemon Wesselink.

„Filomon, Filomeen... Wat maakt het uit? Belangrijk is dat hij weet dat het Patapoe hem op de korrel heeft...”

Daarna: „Wat is die Filomijn eigenlijk? Een man of een vrouw?”

Pam riep dat ze de ether in wilde.

Er volgde een onduidelijk verhaal waarin ze alle daklozen opriep om naar de Diaconessen te komen om de subsidiepot te verdelen.

Toen ze klaar was met uitzenden, legde ze uit wat ze bedoelde.

„Ik ben ooit actief geweest met het opzetten van een daklozencamping. De gemeente was niet enthousiast, maar een particulier schonk geld. Daar heb ik nu slaapzakken van gekocht. Dus.”

De uitzending van Streetsounds stopte abrupt.

Pam: „Ik heb ook nog twee honden waar ik voor moet zorgen.”

Bart zette een cd met radiogeluiden op.

Hij sprak met Andreas over het maken van radio. Ze bereidden hun programma’s nooit voor, maar luisterden het resultaat later wel terug. Bart: „Soms als het in de studio een enorm zootje was, denk je: wat heb ik eigenlijk gemaakt? Thuis raak ik dan juist onder de indruk van het coherente geheel.”

Andreas: „Ik kom de studio in met mijn iPhone. Dan begin ik totaal onvoorbereid te praten. Ik weet tevoren niet wat ik ga zeggen. Later constateer ik regelmatig dat ik heel zinnige dingen zeg.”

Totaal onverwacht stond hij op. Hij zette de cd met radiogeluiden af, pakte een microfoon en sprak.

Hij meldde dat er een journalist van nrc.next in de studio was. Het was het begin van een razendsnelle, onnavolgbare monoloog die via de economische crisis uiteindelijk eindigde met een oproep om toch vooral in verzet te komen tegen de verschrikkelijke deportatie van Roma uit Frankrijk.

Na een minuut of tien zette hij de cd met radiogeluiden weer op.

Hij moest even bijkomen en draaide zich langzaam om.

„Heb je geluisterd”, vroeg hij.

„Heb je echt geluisterd?”

We knikten.

„Wat heb ik dan gezegd?”

We begonnen over de deportatie van zigeuners.

„Ahaaa!”, kraaide de kunstenaar, onder de indruk van zijn eigen woorden. „Interessant! Ik vind die deportaties ook verschrikkelijk! Echt heel interessant dat ik dat aankaart!”

Hij plofte op de bank en stak een sigaret op.

„Radio houdt me een spiegel voor”, zei hij. „Bij het terugluisteren van mijn programma Burgerwaanzin leer ik mezelf kennen!”