Naïef op het juiste moment

‘Het zijn net mensen’ van Joris Luyendijk werd een bestseller. Het verscheen in 2006, toen de media onder vuur lagen en iedereen journalistiek leek te kunnen bedrijven.

Toen Joris Luyendijk (1971) in 1998 door de Volkskrant en het Radio 1 Journaal werd gevraagd als correspondent voor het Midden-Oosten, had hij geen enkele journalistieke ervaring. Maar twee dingen had hij vóór op de meeste van zijn door de wol geverfde collega’s van andere media: hij beheerste het Arabisch en hij had een onbevangen, open blik, niet gehinderd door allerlei conventies die zelden ter discussie worden gesteld. Na vijf productieve jaren waarin hij de Volkskrant en Radio 1 had verruild voor NRC Handelsblad en het NOS-journaal en Kaïro voor het bezette deel van Jeruzalem, beschreef hij zijn ervaringen in het zelfkritische boek Het zijn net mensen.

In eerste instantie bedoelt hij met de titel de bevolking van de ramp- en oorlogsgebieden waar hij als correspondent door zijn opdrachtgevers naartoe werd gestuurd. Hij kwam er achter dat de massamedia van die mensen karikaturen maken en dat je daar als verslaggever, hoe integer je ook bent, niets tegen kunt doen. In dictaturen kun je sowieso geen authentiek, laat staan neutraal of objectief nieuws melden: iedereen liegt, is bang of is van de geheime dienst. En democratieën als Israël en de VS voeren hun oorlogen ook op het slagveld van de media.

Dat is oud nieuws en al vaker beschreven door internationaal gerenommeerde journalisten en mediadeskundigen. Wat Luyendijks boek bijzonder maakt, is dat ‘Het zijn net mensen’ niet alleen betrekking heeft op de slachtoffers van rampen, oorlogen en totalitaire regimes in het Midden-Oosten, maar ook op journalisten.

Luyendijk schroomde niet om zichzelf te kijk te zetten als gewoon mens, iemand die was ingehuurd om de waarheid te vertellen, de ‘macht’ te controleren en deskundig commentaar te leveren, terwijl hij daar geenszins toe geëquipeerd was. Zonder blikken of blozen zette hij voor radio of televisie zijn ‘deskundige stem’ op om te vertellen wat van hem werd verwacht. De kijkers moesten maar aannemen dat zijn commentaar bij de meestal gemanipuleerde beelden ‘waar’ was. Met aansprekende voorbeelden toonde hij aan dat hij zijn publiek had bedrogen en dat álle correspondenten, zo niet álle journalisten dat dag in dag uit doen. Journalisten, het zijn net mensen.

Hoeveel werknemers in het bank- en verzekeringswezen, het onderwijs, de gezondheidszorg, de zakenwereld zijn niet dagelijks bezig om tegen wil en dank, omdat ‘de organisatie’ of ‘het mechanisme’ nu eenmaal zo werkt, de hand te lichten met de waarheid? En wat willen we daar graag over lezen, zeker als iemand ‘van binnenuit’ de pretenties van opgeblazen professionals kan doorprikken. Toen het boek verscheen, lagen in het verlengde van 9/11 en de leugens over de Irak-oorlog de media internationaal onder vuur. In Nederland hadden vooral de kwaliteitsjournalistiek en de publieke omroep het te verduren. Populistische stromingen hadden het bij uitstek gemunt op deze media die zichzelf onafhankelijk en kritisch noemden, maar in werkelijkheid een steunpilaar van de ‘linkse kerk’ of ‘de elite’ waren. Internetsites als GeenStijl wekten de indruk dat kwaliteitsjournalistiek een grote leugen was, dat journalistiek geen vak is, maar een hobby waarmee iedere amateur met een grote bek kan scoren.

Liegen en bedriegen

Het zijn net mensen verscheen in 2006 en viel nagenoeg samen met de aankondiging dat Joris Luyendijk het prestigieuze VPRO-programma Zomergasten zou presenteren. Zo werd de auteur bekend bij een breed publiek, wat extra aandacht opleverde voor zijn ontwapenende kritiek op de media. Het boek werd een bestseller, waarvan in twee jaar tijd meer dan 200.000 exemplaren werden verkocht; het kreeg de journalistieke Dick Scherpenzeelprijs en de NS-Publieksprijs. Ook in kringen van journalisten werd Het zijn net mensen onderwerp van discussie en daarmee aanleiding tot zelfreflectie.

In 2008 verscheen de bundel Het maakbare nieuws. Antwoord op Joris Luyendijk onder redactie van de NOS-redacteuren Monique van Hoogstraten en Eva Jinek waarin buitenlandcorrespondenten schreven over journalistieke dilemma’s en valkuilen en hun strategieën om daarmee om te gaan. De belangrijkste kritiek op Luyendijk stond in de eerste zin van de inleiding: ‘Het is jammer dat hij aan zijn correspondentschap begon voordat hij journalist was.’

Maar deze naïviteit is de reden waarom het boek zo aantrekkelijk bleek voor buitenstaanders die met achterdocht naar ‘de media’ kijken. Luyendijk valt van de ene verbazing in de andere als hij bijvoorbeeld het bestaan van persbureaus ontdekt, of de filters waar het nieuws doorheen gaat. Voor vakjournalisten, die zich moeten verdedigen tegen populistische kritiek dat ze liegen en bedriegen in dienst van de elite, is Luyendijks naïviteit behoorlijk ergerlijk, aan de andere kant is reflectie op het eigen functioneren in een zo snel veranderende discipline als de journalistiek hard nodig. De roep om meer transparantie is begrijpelijk en zinvol.

Ex-correspondenten die Luyendijks boek recenseerden, betreurden dat hij, juist in een tijd dat media bezuinigen op dure buitenlandcorrespondenten, de opvatting uitdraagt dat berichtgeving vanuit dictaturen onmogelijk is. Maar wie, zoals veel omroepbazen en krantenuitgevers, denkt dat correspondenten best wegbezuinigd kunnen worden, moet Flat Earth News van de Britse journalist Nick Davies lezen dat twee jaar na Het zijn net mensen verscheen. Wat Luyendijk schrijft over (overbodige) buitenlandcorrespondentie, wordt door mediatycoons even vrolijk toegepast op de lokale, regionale en nationale berichtgeving. Als vakmensen worden wegbezuinigd omdat de waarheid toch niet te achterhalen is, blijven er op de redacties slecht betaalde amateurs over die de kolommen en rubrieken vullen met teksten van voorlichters en reclamemakers.

Behalve naïviteit is Luyendijk waarheidsrelativisme verweten. Luyendijk wil dat compenseren door het publiek te laten delen in twijfels, fouten en onvermijdelijke beperkingen in de berichtgeving. Dat levert een vorm van ‘metajournalistiek’ op die wordt uitgeoefend in columns van ombudsmannen en die Luyendijk zelf uitprobeerde in zijn rubriek in het Weekblad van deze krant. Maar of zo’n vorm van publieke zelfreflectie de journalistiek vooruit helpt is de vraag. Voor harde onderzoeksjournalistiek of ‘gewoon’ adequate verslaggeving is meer vereist dan zelfrelativering en transparantie.

Joris Luyendijk: Het zijn net mensen. Beelden uit het Midden-Oosten. Podium, 220 blz. €18,-