Mooi verlies

Alles aan Valery Gazzaev klopte, maar het meeste klopte nog zijn snor. Het leek of hij dat zwarte borsteltje van een statieportret van partijleider Stalin had afgetrokken, en onder zijn eigen neus had geplakt. Goeie snor, vond ik. Goede gesloten kop daar omheen, hondenogen; één en al berusting na een tragisch verloren wedstrijd. Het Oostblok leefde, kijk maar, daar zat ie. Meer dan twintig jaar na de val van het IJzeren Gordijn deed Valery Gazzaev (56) niet denken aan modern Oekraïne; eerder aan de Sovjet-Unie, het communistische imperium dat hij gediend had als voetballer, zo rond 1980.

Hij was in de Arena als coach van Dinamo Kiev. Zijn ploeg had meer verdiend dan een 2-1 nederlaag, maar dat zag je nergens aan af. In zijn ogen geen emotie. Naast hem het beste dat het Oostblok naliet: charmante, hoog opgeleide vrouwen. De oudere lelijke leider en zijn knappe jonge vertaalster leken zo weggelopen uit James Bond. Ik keek ademloos toe.

Kennelijk spreekt Gazzaev geen Engels of Duits: ja, zo was dat vroeger. De knappe vertaalster zei dat mister Gazzaev teleurgesteld was. Zijn verdriet had hij verwoord in lange volzinnen, in het Oekraïens dat Russisch aandoet, de taal van sombere literatuur, van ondergang en noodlot. „In de eerste helft hebben we goed gespeeld”, zei de leider uit Kiev. ‘Goed’ was het understatement van de dag. Dinamo was aanvankelijk een klasse beter geweest dan Ajax en had zichzelf eenvoudig naar de Champions League kunnen schieten. Toch: geen klachten over de gemiste kansen, geen oeverloos gezeur over als dit, dan dat. Geen woord over de scheidsrechter die Ajax bijna opzichtig had bevoordeeld. „Ik lever nooit kritiek op scheidsrechters”, zei Gazzaev uitdrukkingsloos. Natuurlijk niet, een Oekraïner weet wat schikken is. Geknecht door Mongolen, Polen, nazi’s en bolsjewieken. Vertel hem wat.

Op alle vragen gaf Gazzaev keurig antwoord: geen agressieve jij-bakken zoals in Nederland gewoonte is geworden. Hij feliciteerde Ajax met de zege. Verder nam hij alle verantwoordelijkheid op zich. „Bij nederlagen krijgen coaches altijd de schuld. Zo gaat dat nu eenmaal, dus ook nu zal dat gebeuren.” Weer die blik, die niets zei en tegelijk zoveel. Helaas stapte Gazzaev op en werd de persconferentie voortgezet met Martin Jol. Die verkocht de ene grap na de andere en daar had ik alle begrip voor; de Champions League-miljoenen schijnen van levensbelang voor Ajax. Maar liever had ik een college van Gazzaev gekregen over, pakweg, de dodenwedstrijd in 1942. Het zat er niet meer in.

Ik liep de natte avond in en wist niet waarvoor ik dankbaarder moest zijn: voor het lucky winnen van Ajax of voor het mooie verliezen van Dinamo Kiev.