Mijn oom, de vergeten waaghals

Slechts een enkeling weet nog dat Henri Wijnmalen in binnen- en buitenland ooit bekendstond als ‘luchtheld’. Maar er is nog het neefje van Henri. Een verlate ode aan een aviateur.

Ongedateerde foto van Henri Wijnmalen. Fotoarchief NRC Handelsblad

Met een vlucht op 2.780 m hoogte bracht de jonge vliegpionier Henri Wijnmalen op 1 oktober 1910 het wereldhoogterecord op zijn naam. In dezelfde maand won hij de vliegwedstrijd Parijs-Brussel-Parijs en kreeg daarvoor een prijs van 100.000 frank, zo’n half miljoen euro nu.

Henri was een oudere broer van mijn moeder. Zijn levenswandel is omgeven door raadsels. Dat begint al in zijn geboortejaar, 1889. Zijn vader, officier in het Oost-Indische leger, en zijn oudere broertje worden op Java vergiftigd. Henri’s moeder, mijn grootmoeder, is op dat moment zwanger van Henri en vlucht naar Nederland. De weduwe hertrouwt in 1895 met C.M. Kan, hoogleraar aardrijkskunde in Amsterdam. In deze stad brengt Henri zijn schooltijd door. Hij raakt verzot op paarden. Wanneer Henri in Utrecht rechten gaat studeren komen spoedig de paarden op de eerste plaats. Financieel loopt deze hobby uit de hand en stiefvader Kan moet in 1908 Henri’s schulden saneren.

Juli 1909 maakt de Fransman Blériot zijn historische, eerste vlucht over het Kanaal. Vliegen trekt durfals en hun ‘investeerders’ aan. Jacques Verwey, een succesvol auto-importeur, haalt zijn neefje Henri over de studie te laten voor wat het is en vlieglessen te nemen in Frankrijk. Henri blijkt autodidact en ‘joyflyer’ want tot schrik van zijn instructeurs stijgt hij bij herhaling zonder hun toestemming op. In de zomer van 1910 haalt hij zijn brevet en wordt, na zijn heldendaden in het najaar, in binnen- en buitenland voorpaginanieuws.

In 1911 neemt Henri deel aan het Circuit de l’Europe, de meest spraakmakende vliegwedstrijd van dat jaar. Twee van de veertig deelnemers komen om. Henri moet met zijn Farman toestel niet ver van Calais een noodlanding maken. Slechts zeven vliegers komen uiteindelijk op 2 juli in Parijs aan. Henri is een paar weken voor zijn vertrek met de operazangeres Tina Verheyden getrouwd. Wanneer in 1913 hun dochter wordt geboren dwingt zij hem met vliegen te stoppen. Een jaar later wordt Henri, dan 24, directeur van de N.V. Industrieele Maatschappij Trompenburg, de fabrikant van Spyker automobielen en vliegtuigen. Hij ontpopt zich als een gedreven ondernemer en geeft de fabriek het motto nulla tenaci invia est via, oftewel: voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar. Tot zijn 32e is Henri er de baas, maar het wordt geen succes. Slechts 200 vliegtuigen worden geproduceerd en de Spykers blijken te duur. Met de Spyker C4 zal Henri in 1921 nog een interessant wereldrecord van nabij meemaken. De auto heeft 24.000 km aan één stuk gereden op het traject Londen-Edinburg. Daarmee heeft de auto het wereldduurrecord, dat op naam stond van Rolls Royce, gebroken. Henri volgt de prestaties van zijn renstal overigens vanuit zijn eigen Rolls Royce. In 1922 is Trompenburgs ondergang een feit en Henri vertrekt met zijn gezin naar Engeland. Daar stort hij zich op de import van Amerikaanse auto’s. Inspelend op een construction boom importeert hij bouwmaterialen uit Nederland en België. Voor het Britse leger ontwikkelt hij met succes mobiele tentconstructies. Hij krijgt meer dan 100 octrooien op zijn naam. Vanaf 1932 woont hij op Kingswood House, een fraai landgoed niet ver van Henley-on-Thames. In mijn schooltijd heb ik daar drie maal gelogeerd. Dan werd er behalve over de familie over koeien, vissen en natuurlijk paarden gesproken. In Engeland heeft hij zich met zijn paarden kunnen uitleven. Zo schrijft hij, als Henri Wynmalen, enkele boeken over paarden, onder meer Dressage: A Study of the Fine Points of Riding.

Wat me ook altijd is bijgebleven, is zijn terloopse verhaal dat hij in de oorlog prins Bernard te logeren had gehad en dat die onaangekondigd een voor Henri onbekende mevrouw had meegenomen. Tot zijn dood in 1963 ontving Henri jaarlijks op Kingswood House een door Bernard getekende kerst- en nieuwjaarswens.

Mijn moeder (1906-1985) repte weinig van Henri’s heldendaden als aviateur. Ik hoor haar over haar broer spreken als haar ‘tweede vader’, haar vader overleed toen zij 12 was. Henri was zeer zorgzaam voor haar. Wie nu Henri Wijnmalen googelt wordt er aan herinnerd dat zo’n eeuw geleden tientallen jonge mannen hun drang om de lucht in te gaan met de dood moesten bekopen. Mijn moeder en ik hebben geluk gehad: zij had een broer die zij een leven lang lief had; ik een oom die ik nog altijd een held vind.