Margriet de Moor

Pieter Steinz blijft een heer tijdens zijn gesprek met Margriet de Moor (20-08-10) over haar roman De schilder en het meisje. Hij confronteert de schrijfster met een aantal anachronismen en andere inconsequenties. De Moor vindt consequentie ‘een onzinnige eis van de literatuurwetenschap’. Waarom besteedt zij dan zoveel minutieuze aandacht aan 17de- eeuwse couleur locale? Als lezer eenmaal meegevoerd in die prachtig beschreven setting, is Rembrandts gedachte ‘Hebben die wilden, in een idioom (!) dat waanzinnig lijkt maar het misschien niet is, de taal van hun god opgespoord?’ namelijk erg storend. Of een discussie tussen twee meesterschilders, waarin het woord ‘taboe’ valt. Hoewel ik niet twijfel aan het vakmanschap van De Moor, lijken dit beginnersfouten. Wil fictie haar werk doen, dus zonder dat de lezer uit zijn ‘literaire concentratie’ gehaald wordt, dan zal de schrijver toch consequent moeten zijn. Doorbreken van conventies is geweldig, maar je moet het wel vakkundig doen.

Jacques van den Oever, Harlingen