Ik heb u in de val gelokt

De Filippijnse filmmaker Brillante Mendoza is briljant. Met de eenvoudigste middelen maakt hij zeer indringende films. Het thema is altijd armoede. Het Eye Instituut wijdt in november een retrospectief aan zijn werk.

Het was niet eens gefluit of boegeroep, zoals bij de andere schandaalfilms op het filmfestival van Cannes 2009. Het was meer een zaal die getroebleerd zwijgend leegliep. De film heette Kinatay, wat hadden wij zojuist gezien? Iets vreselijks: de ontvoering, mishandeling, verkrachting en moord op een verslaafde, oudere Filippijnse prostituee door de ogen van politieagent in opleiding Peping. Een aardige, straatarme jongeman die bijklust voor een misdaadbende en zo ergens belandt waar hij niet wil zijn. Samen met Peping zaten we lang in een donker busje. Buiten neon en de chaos van Manilla, geraas van mensen, motors, claxons; daarna de stilte van het platteland. In het busje keuvelenden moordenaars en ergens op de grond lag prostituee Madonna. Soms hoorde je haar even kermen, dan een vloek en een doffe klap, het silhouet van een maaiende arm. We wisten hoe dit ging eindigen: de filmtitel betekende ‘slachtpartij’. We wilden liefst ontsnappen, net als Peping.

Kinatay werd in Cannes eensgezind gekraakt door de filmpers. Enkele dagen later kreeg regisseur Brillante Mendoza de prijs voor de beste regie. „Soms doet grootse kunst pijn”, zei een jurylid.

Je onderschat hem al snel, de vijftigjarige filmmaker Brillante Mendoza. Een kleine Filippino met streepsnorretje die veel giechelt. Een zachte stem, een open, bescheiden uitstraling. Kinatay was de eerste film waarin hij echt vertrouwen had, zegt hij. De boze reacties in Cannes? Begrijpelijk. „Met Kinatay bezorgde ik u dezelfde benauwende ervaring als Peping. Ik heb u in zeker zin in de val gelokt en mentaal gefolterd. Maar een film die over u heen spoelt, vergeet u. Kinatay blijft nog lang in uw hoofd rondspoken.”

Mendoza is in Amsterdam met zijn vriend: niet lang na ons gesprek zal hij tijdens een lunch in Parijs Isabelle Huppert strikken voor een kidnapdrama in de rebelse moslimregio Mindanao (de Filippijnen zijn een overwegend katholieke natie). Huppert weet wat we in Nederland nog nauwelijks weten: Brillante Mendoza is briljant. In november wijdt het Eye Film Instituut, voorheen het Filmmuseum, een retrospectief aan het werk van deze oorspronkelijke, intuïtieve filmmaker die met de eenvoudigste middelen zeer indringende ervaringscinema maakt. In Kinatay is de emotie beklemming, bij de opvolger Lola verwarring. Maar eigenlijk draaien zijn films om armoede. Armoede als gevangenis die moreel verval afdwingt, idealen vermaalt en recht irrelevant maakt.

In zijn nieuwste film, Lola, werpt Mendoza ons opnieuw plompverloren in de chaos van Manilla, in het district Malabor City dat na tien jaar van overstromingen in een soort lompen-Venetië veranderde. De ruis van de grote stad, versterkt door het kraken van onweer, de wind die loeit, de regen die geselt. Een oma probeert een kaars aan te steken op de plaats waar haar kleinzoon om een onbenulligheid werd doodgestoken. De paraplu waait binnenstebuiten, het heeft allemaal geen zin. Zoals haar vastberadenheid om recht te krijgen voor haar kleinzoon gedoemd is weg te zinken in het drijfzand van omstandigheden, in de afstompende noodzaak van hosselen, geld bijeen schrapen, details regelen. De omgeving is niet kwaadaardig: mensen voelen met oma Lola mee, bureaucraten zijn best welwillend. Maar recht is een luxe die niemand zich kan permitteren.

Lola oogt, zoals Mendoza’s hele oeuvre, bijna als een Dogmafilm van Lars van Trier, met low-tech opnames zonder veel artificieel licht of geluid. Dat is curieus, want Mendoza is van origine een art director. Van zo iemand verwacht je rijke sets, gepolijste belichting en fraai camerawerk. Rebelleert hij soms tegen zijn verleden? Mendoza: „Met reclame verkoop je producten, die probeer je glamour te geven. Toen ik films ging maken, besefte ik dat ik een verhaal moest verkopen. En een verhaal moet je eerlijk vertellen. Zo ontwikkelde ik mijn esthetiek, of anti-esthetiek.”

Brillante Mendoza stamt uit een arm gezin en groeide op in San Fernando, het Filippijnse Sodom en Gomorra rond de Amerikaanse luchtmachtbasis Clark. Hij kreeg een beurs voor een katholiek college, werkte na zijn opleiding vijftien jaar tot volle tevredenheid als art director in de reclame en daarna in de Filippijnse filmindustrie. En toen won hij in 2005 op 45-jarige leeftijd uit het niets opeens de Gouden Luipaard in Locarno voor The Masseur.

De film was oorspronkelijk bedoeld als softporno voor homo’s, giechelt hij. „Een vriend had tienduizend dollar over, zijn idee was snel geld te verdienen met homo-erotiek voor de videomarkt. Hij dacht aan zo’n melodrama waarin ze dat bij ons verpakken: mooie jongen houdt van zijn vriendin, maar moet om te overleven in een massagebordeel werken en zijn lichaam aan mannen verkopen, blablabla. Enfin, ik had andere ambities en we gingen op onderzoek. Je praat met masseurs, uit hun bekentenissen groeit het verhaal. Ten slotte moest de hele filmploeg zich undercover in zo’n bordeel laten masseren, dat vond ik belangrijk. Ik zei: laat je gewoon gaan en luister goed.”

Mendoza, die ooit droomde regisseur te worden van Hollywoodspektakels, was na het succes van The Masseur ontketend. Er volgden acht films in vier jaar die op steeds grotere festivals draaiden. Hoe doet hij dat zo snel? „Er zit veel onderzoek en denkwerk in elke film, maar filmen zelf is simpel. Kinatay draaide ik in twaalf dagen. Ik monteer mijn films al tijdens de opnamen: zo weet ik beter wat ik de volgende dag nodig heb. Daarom schiet ik films ook chronologisch.” Vier weken draaien, twee maanden monteren: zo kom je op twee films per jaar en hou je zeeën van tijd over voor onderzoek.

Elke film is de vader van een volgende. Zo ontstond Kinatay tijdens het onderzoek voor Slingshot, een film over kleine criminelen. Voor die film nodigde Mendoza een aantal straatcriminelen uit. „Die kwamen dan tegen betaling op mijn kantoortje praten. Ik vroeg op een gegeven moment om een autodief, iemand die auto’s steelt en daar onderdelen uit sloopt in zo’n chop shop. Mijn onderzoeker, die goede connecties heeft in de onderwereld, begreep dat verkeerd: hij hoorde chop chop. Dus vond hij iemand die mensen ontvoerde, vermoordde en in stukken hakte. Het werd een surrealistisch gesprek: hij praatte over mensen, ik over auto’s. We begonnen over zijn opdrachtgevers, officieren uit het Filippijnse leger. Daarna vertelde hij me hoe zwaar zijn leven was, zijn wroeging, dat hij niet kon slapen. Ik dacht: wat een gevoelige jongen, het zijn maar auto’s! Tot het me begon te dagen dat hij het over iets anders had. Ik zakte heel diep weg in mijn stoel en luisterde.”

Het was best eng, vervolgt Mendoza. „Praten met moordenaars is gevaarlijk, maar hijzelf was nog veel banger. Hij kon niet stoppen, dan werd hij zelf vermoord. Die angst maakte enorme indruk op mij, daarom gaat Kinatay over het gevoel in een hel zonder uitweg te zitten. Zijn bende was toen vaak in het nieuws. Ze hakten hun slachtoffer in stukken en lieten lichaamsdelen met opzet langs de weg achter. Gelukkig is de groep uiteengevallen omdat de generaal die de baas was met pensioen ging. Nu is hij weer een vrij man.” En voor arrestatie hoeft zijn informant niet te vrezen, uiteraard. „Het is oud nieuws, die moorden. Dat interesseert niemand meer.”

Op de Filippijnen werd de prijs in Cannes voor Kinatay met gejuich ontvangen, zegt Mendoza. Maar een publiek heeft hij niet. „Ik krijg schouderklopjes van collega’s die daarna grif toegeven nooit iets van me te hebben gezien. Ik draai niet in bioscopen.” Bitter stemt het hem niet. „Gewone Filippino’s denken: waarom moet ik naar mijn eigen ellende kijken? Daar wil ik juist in een film even aan ontsnappen. Ik moet eerlijk zijn: ik maak films voor goed opgeleide mensen.” Lola bevat een bijna terloops moment van zelfreflectie, als de heldin in de trein een filmploeg aan het werk ziet die krotten filmt en lacherig commentaar geeft. „Voor filmmakers is armoede vaak gewoon een leuk decor.”

Wat wil Mendoza dan met zijn ultrarealistische ervaringscinema bereiken? „Socialisten in de Filippijnen lijven me nu in, maar ik ben gewoon een filmmaker die wil laten zien waar hij vandaan komt. Als ik u maar even de realiteit van Manilla laat voelen, ben ik gelukkig. Mijn werk gaat over de vernedering van armoede, hoe die je van je keuzes en je vrijheid berooft. Was ik een socialist, dan had ik mijn helden tragisch en nobel gemaakt. Helaas, het zijn gewoon mensen, net als u. Niet beter of slechter, alleen veel armer.”