Ik blijf in het sprookje geloven

Paméla Menzo deed jarenlang audities om toe te treden tot de theaterwereld.

Het lukte niet en nu komt ze met haar eigen productie. De langverwachte doorbraak?

‘Weet u wel wat u uw dochter aandoet?’ vroeg de bioscoopuitbater aan haar moeder, toen ze als elfjarige mee naar binnen wilde om Aliens te gaan zien. Maar Paméla Menzo (nu 34) was wel wat gewend. Met Kerst werden bij haar thuis traditioneel stapels films bij de videotheek gehuurd. De actiefilms voor overdag met haar broertjes, de thrillers voor ’s avonds met haar moeder. Toen ontstond haar liefde voor acteren. Vanavond gaat haar eerste eigen voorstelling I was here in het Amsterdamse Bos in première. Een mimevoorstelling, samen met Anne van Dorp, over vergeten mensen.

Je wilde altijd al actrice worden.

„Ja. Maar ik dacht ook, dat wil dus iedereen. En dat als ik dat anderen zou vertellen, iedereen zou zeggen: ‘ja! wie niet!’ Ik stond er niet bij stil dat er ook mensen zijn die bijvoorbeeld dierenarts willen worden, of tandarts. Pas later begreep ik dat er iets bestond als ambitie, het hebben van een droom.”

Dus toch maar geen actrice?

„Ik heb me door het laatste jaar van de havo heen gespijbeld. Ging veel liever naar de Riks [bioscoop, red.] ‘Maar zonder reclame doen?’ vroeg de programmeur, als ik daar als enige in de zaal zat. Na mijn havo besloot ik biochemica te gaan studeren. Ik weet het niet eens meer precies. Ik ging naar Delft, of Leiden om te kijken in zo’n laborantentoestand. Daar kreeg ik een rondleiding. De onderzoeker zei: [Menzo verlaagt haar stem, praat monotoon en gebaart] ‘dan gooi ik dit bij dit en dan gaat het bruisen zullen we nu een broodje kroket eten?’ Nou, en dan kwamen we weer terug en dan was het ineens roze geworden. En was het weer tijd om een bakje koffie te drinken. Uiteindelijk zaten we de hele dag in de kantine. Verschrikkelijk.”

Wanneer heb je wel voor acteren gekozen?

„Op mijn vijftiende ging ik naar de theatervooropleiding in Groningen, waar ik de lessen heel leuk vond maar de cultuur die er omheen hing heel raar. Dan hoeft het niet voor mij. Anderhalf jaar later deed ik een dansproject in Groningen. Dat was veel interessanter; gedisciplineerder en heel fysiek. Het kan dus wel, als ik maar de goeie mensen om me heen heb. Dat was het moment waarop ik dacht: ‘laat ik dan maar es proberen om op de toneelschool terecht te komen’. Ik had Aliens III in de Riks gezien. Niet eens een heel goeie film. En toen dacht ik, ik doe het gewoon.”

Hoe ging dat?

„Om me voor te bereiden ging ik voorstellingen bekijken in de Amsterdamse Schouwburg. Maar ik snapte geen bal van dat klassieke teksttheater. Dat hoort zo, zeiden de mensen dan. Je hoeft het niet te begrijpen. Maar wat zit ik daar dan drie uur lang te doen? Ik heb in die tijd bij verschillende theateropleidingen geauditeerd. En ik was steeds maar weer het net-niet-meisje.”

Dat klinkt ontmoedigend.

„Dat is het ook. Ik speelde ondertussen bij een Alkmaars mimegezelschap maar ook op de mimeopleiding werd ik niet aangenomen. Ze zeiden altijd ‘we zijn heel blij met je, probeer het volgend jaar weer.’ Ik heb me dus opnieuw aangemeld. Ik had een platform nodig waar ik me zou kunnen ontwikkelen. Dit zou wel mijn laatste poging zijn, intussen was ik 25 en ik was niet van plan om de eeuwige auditant te worden. Ik kende al heel veel mensen op school, had veel ervaring en de auditie ging goed. Dacht ik...”

Maar ...

„Ik kwam op de wachtlijst! Ik ging echt door de grond. De artistiek leidster heeft me gered door dat schooljaar één leerling meer toe te laten in de klas. Dat was ik.”

En toen werd je mimespeler?

„Mime is een rotwoord. Dat beeld van mime, daar moet je echt tegen vechten. Mensen vragen ook altijd of ik dan op de Dam sta. Met witte handschoenen en een wit geschminkt gezicht [maakt beweging alsof ze aan een touw trekt], non-verbaal een beetje te gebaren. In films zijn mimespelers ook altijd degene die het eerst overreden worden. En terecht, want ze zijn heel irritant.”

Wat is mime dan wel?

„Mime gaat uit van het hier en nu. Van de beweging. Op de theaterschool moet je teksten leren. Pas als dat in je hoofd zit ga je op de toneelvloer staan. De mimeopleiding is een heel bijzondere mengelmoes van techniek, dans, beeldende kunst, theater en tekst, waarmee je vanuit ‘nul’ iets maakt. Als een soort Legoproces. Mimeacteurs zijn spelers en makers tegelijk. Hoewel ik mezelf altijd meer als speler heb gezien.”

Kon je met je mimediploma op zak je droom najagen?

„Dat hoop je natuurlijk. Ik liep stage bij Orkater en dacht nu gaat het gebeuren. Maar het stuk was de flop van de eeuw. Ik heb nog in een Franse speelfilm gespeeld met Vanessa Paradis, een afstudeervoorstelling gemaakt met Lotte van den Berg. En elke keer dacht ik: here we go! Maar niks.”

Wat verwachtte je dan, op zo'n here we go-moment?

„Dat de grote rollen zouden komen. Dat ik gevraagd zou worden voor audities, volwassener dingen. Carver, Mug met de gouden tand of een spannend filmproject. Het doorrolgevoel. Spanning en sensatie. Het succesverhaal: ineens is ze er dan heus. Dat de droom open gaat. Maar dat bleef uit. Uiteindelijk bleef ik het bij jeugdtheater.”

Maar je wilde meer?

„Ik ben na mijn afstuderen wel gevraagd voor dingen. Maar alsmaar in hetzelfde circuit. En al die gezelschappen die ertoe doen, die zien je dan niet. Er wordt zo in hokjes gedacht. Aan de andere kant, dankzij al die projecten heb ik steeds weer een paar maanden salaris. Maargoed, na elk project houdt het op. Het hele jaar staat dan open. Weer auditeren.”

Wat doet dat met je?

„Het begint steeds weer opnieuw. Als kunstenaar ben je zo goed als je laatste product. En dat product, dat ben ik zelf. Iedere keer weer sta je heel naakt en kwetsbaar auditie te doen en hoop je dat ze jou kiezen.”

Hoe houd je de moed erin?

„Op het moment dat je na elf jaar weer terecht komt bij dezelfde jeugdtheatergroep, dan kom je op een punt in je leven waarbij je denkt: ik ben nu 34 en de grote doorbraak is nog niet geweest. Ben ik wel goed genoeg? Moet ik dit wel doen?”

En wat was het antwoord?

„Ik heb ‘nee’ gezegd tegen nieuwe kinderdingen en heb een kantoorbaan gezocht.”

Een kantoorbaan, was dat niet het einde van je droom?

„Ach, ik ging kantoortje spelen. Dat was gewoon even een gekke rol. En ondertussen goed nadenken. Wat moet ik doen zodat ik kan spelen wat ik echt wil spelen? Ik had al een poosje ideeën en ik heb toen besloten die maar gewoon te gaan maken. Ik weet dat ik het kan. En als ik straks 50 ben, moet ik weten dat ik wel alles heb geprobeerd. Dat lijkt me het ergst namelijk; dat je er dan achterkomt dat je spijt hebt.”

En je droom?

„Ja, die is er nog. Het is heel veilig om te dromen van Alien- of actiefilms. Als kind heb ik al veel geoefend op Oscars in ontvangst nemen. Ik wil in het sprookje geloven, dat is ook precies wat toneel ook is. Ik ga niet voor de roem, maar voor de beste actrice, die ik voor mezelf zou willen zijn.”

De productie I was Here, van Paméla Menzo is van 25 augustus t/m 4 september te zien in het 3x30 programma in het Amsterdamse Bos. Kijk voor speeldagen op de website www.bostheater.nl.