Het Gesprek heeft nooit een kans gehad

Het omroepbestel stamt uit een ander tijdperk en moet op de schop. En de Publieke Omroep is niet te ‘rechts’, maar wel sektarisch en amateuristisch, meent

Jan Kuitenbrouwer.

Ik kreeg laatst nog een telefoontje van Het Gesprek, of ik mee wilde doen aan 1 Op 1, een ontmoeting in de studio met een onbekende. De onbekende had ook toegezegd. Wie dat was zal ik wel nooit weten, of ik moet naar de veiling van de boedel gaan en alle redactiecomputers opkopen.

Vorige week werd in stilte de stekker uit Het Gesprek getrokken. Toch nog onverwacht, zoals het dan heet.

Dat de kijkcijfers van Het Gesprek de laatste tijd niet verbeterden, begrijp ik wel. Het was een beetje een santenkraam geworden. Een elektronische zeepkist voor mensen met audiovisuele geldingsdrang. Maar of je zonder noemenswaardig budget (ik heb ook ooit programma’s voor de zender gemaakt) een coherente programmering kunt opbouwen, is zeer de vraag. Een nuttige les, waar iedereen in de media-industrie de oprichters van Het Gesprek dankbaar voor mag zijn. Nederland is misschien te klein voor dit soort producten.

En te splijtziek. Want terwijl we als klein landje al worstelen met een (te) krap bemeten afzetmarkt voor taalgevoelige producten, zitten we op dat te kleine speelveld ook nog eens landjepik te spelen, in plaats van de krachten juist te bundelen. Er is geen land ter wereld dat op zo weinig inwoners zo veel tv-kanalen heeft.

De Publieke Omroep moet inderdaad zo snel mogelijk op de schop, daar heeft Geert Wilders gelijk in, maar ik ben bang om de verkeerde redenen. Dat de omroep ‘links’ zou zijn, of ‘elitair’, is het probleem helemaal niet. ‘Linksheid’ en ‘talent’ gaan nu eenmaal vaak samen, en dat een van de weinige uitgesproken rechtse televisiemakers die de industrie heeft voortgebracht, Theo van Gogh, nergens de kans kreeg, valt moeilijk vol te houden. Voorvechters van ‘rechtse’ zenders en omroepen willen meer spreektijd voor zichzelf (dan krijg je Ronald Sörensen, Bob Smalhout en Rita Verdonk, maar dan nog langer) of ze willen Hans Teeuwen, die natuurlijk niet ‘rechts’ is en op de 36 andere kanalen ook terechtkan.

Nee, sektarisme, hobbyisme en amateurisme, dát is het probleem van de Publieke Omroep. Die verenigingsstructuur moet zo snel mogelijk worden opgeheven. Te vervangen door een BBC-model, zonder STER. En dat is wat het CDA koste wat kost zal voorkomen, in ruil voor de draconische bezuinigingen die Rutte en Wilders willen. Dan krijg je het slechtste van twee werelden: budgetten doormidden, stelsel intact.

In discussies over de Publieke Omroep wordt vaak verwezen naar het ideaal dat er destijds achter zat: pluriformiteit, een stelsel dat recht deed aan de verzuiling. Welnu, die verzuiling is allang verdwenen, de samenleving kent evenveel ‘zuilen’ als een bos bomen. Vandaar die pijnlijke maskerade van imago’s en identiteiten waar omroepen als de AVRO, NCRV en KRO in verstrikt zitten, de pseudoparochies die ze in dat bos menen te ontwaren, maar die er een seizoen later toch weer anders uit blijken te zien.

En dat is maar één kant van het verhaal. Waarom moesten al die zendzuiltjes destijds in één stelsel worden ondergebracht? Omdat etherruimte ‘schaars’ was: het aantal kanalen was beperkt, dat moest eerlijk worden verdeeld. Ook die schaarste is allang verleden tijd: één draadje is al genoeg om een huishouden van meer audiovisuele kanalen te voorzien dan het ooit kan wensen, laat staan consumeren. En dan zwijg ik nog even van internet.

Met andere woorden: de Publieke Omroep is een meervoudig anachronisme, waar wij driekwart miljard euro per jaar aan uitgeven. Een moloch, loom van de subsidies, die frisse, eigentijdse initiatieven als Het Gesprek onder z’n luie, verwende gat verplettert. Initiatieven ondernomen met dezelfde durf waarmee deze krant gesticht werd, maar die, als er op dat moment een ‘publieke dagbladpers’ was geweest, geen schijn van kans had gehad.

Niet omroepen zouden gesubsidieerd moeten worden, maar makers, producenten, net als in de kunst. Ongeacht het distributiekanaal.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver, journalist en directeur van de Taalkliniek.