Het gaat dus beter, maar blijft dat zo?

Kwartalen lang moesten bestuursvoorzitters en financieel directeuren met sombere gezichten bekennen dat hun bedrijf het maar moeilijk had met de economische crisis. Presentaties stonden vol met bedrijfskundige clichés als ‘moeilijke markt’, ‘economische tegenwind’ en ‘zwaar weer’.

Maar nu kunnen topmannen weer voorzichtig glimlachen. Het broze economische herstel, aangewakkerd door de miljarden die overheden als stimulering in de economie hebben gepompt, heeft de omzetten en winsten van bedrijven doen stijgen.

De vraag is hoe lang de topmannen goedgeluimd blijven.

Eerst het goede nieuws. Duitsers hebben vertrouwen in hun eigen economie. Zowel consumenten als producenten denken dat het economisch herstel niet van tijdelijke aard is, zo bleek de afgelopen twee dagen uit onderzoeken van het Institut für Wirtschaftsforschung (Ifo) en GfK. Het IFO stelt zelfs dat het vertrouwen van het bedrijfsleven op het hoogste punt in drie jaar is.

Dat is goed voor Nederlandse bedrijven. Duitsland is de economische motor van Europa en de grootste handelspartner van Nederland. Als de Duitse economie goed draait, zullen Nederlandse bedrijven meer exporteren, direct naar Duitsland en naar andere Europese bedrijven die weer in Duitsland afzetten.

Er is ook minder nieuws. De effecten van de grootscheepse stimuleringsmaatregelen raken uitgewerkt en overheden moeten fors bezuinigen om de daarbij opgelopen staatsschulden onder controle te krijgen. Dit remt het economisch herstel.

Daar komt bij dat er sombere geluiden uit de VS komen. Huizenprijzen blijven dalen en hebben nu het laagste punt in bijna een halve eeuw bereikt. Gisteren werd bekend dat er minder nieuwe werkloosheidsuitkering in de VS zijn aangevraagd vorige week. Dat is op zich goed nieuws, maar de Amerikaanse werkloosheid is met 9,5 procent nog steeds hoog. De grote vrees is dat de Amerikaanse economie weer in recessie belandt en dat deze ellende overwaait naar Azië en Europa: de zogenoemde double dip.

Bestuursvoorzitter Gerrit Zalm van staatsbank ABN Amro stelde gisteren dat hij niet gelooft in een nieuwe periode van recessie. Wel zei hij een tijd van lage economische groei te verwachten. Dat doet een beetje denken aan Japan in de jaren negentig, toen het land na een recessie niet groeide en een relatief hoge werkloosheid kende.

Die periode staat nu bekend als het verloren decennium. Misschien moeten Nederlandse topmannen aan hun Japanse collega’s vragen hoeveel ze toen gelachen hebben.