Het bewogen leven van danseres Zahra Bahrami

Zahra Bahrami zit al acht maanden vast in Teheran, bleek eerder deze week. Volgens haar dochter is Bahrami overgehaald om ‘misdaden’ te bekennen.

Teheran, 27 aug. - Toen de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami de eerste keer terugkeerde naar haar vaderland Iran, was het om haar 18-jarige dochter te begraven die zelfmoord had gepleegd. Tien jaar later is ze er weer. Nu staat ze voor de revolutionaire rechtbank, die haar ter dood kan veroordelen wegens banden met een gewapende oppositiegroep en drugshandel.

Het is de bizarre apotheose van een bewogen leven dat haar van Teheran naar Spijkenisse, Londen en terug in Iran heeft gebracht. Overal wist de vloeiend Nederlands sprekende Bahrami te overleven. Door haar open, soms naïeve instelling, maakt ze makkelijk vrienden, maar soms de verkeerde, zegt haar dochter in een vraaggesprek in Teheran.

Banafsheh Najebpour, lang, roze gelakte nagels, zit in het kantoortje van de advocaat van haar moeder in de Iraanse hoofdstad. Haar moeder, van wie deze week duidelijk werd dat ze zich al bijna acht maanden in de Evingevangenis in Teheran bevindt, heeft ze twee dagen geleden nog telefonisch gesproken.

Banafsheh – die de naam van haar vader heeft aangenomen – oogt gespannen. Van veiligheidsdiensten moest ze een document ondertekenen waarin ze belooft niet met buitenlandse media te praten, haar man wipt zenuwachtig op zijn stoel.

„Mijn moeder is een warme vrouw, maar ook erg naïef en simpel”, zegt Banafsheh. „Mensen konden haar makkelijk misbruiken.” De advocaat van de familie, Nasrin Sotoudeh, knikt.

Beetje bij beetje, met soms lange stiltes en korte antwoorden, komt de puzzel die het leven van haar moeder is op tafel. Zahra Bahrami is een vrouw die meer wilde van het leven dan haar familie en later haar man wilden bieden. „Er was veel druk op haar, ze mocht weinig”, zegt de dochter. „Ik was te jong om te begrijpen waar het precies over ging.”

Na hun scheiding verbood haar ex-man Bahrami haar kinderen nog langer te zien, wat onder de Iraanse wet mogelijk is. Ze pakte haar spullen. Via Duitsland kwam Bahrami in 1994 in Nederland terecht waar ze uiteindelijk werd genaturaliseerd.

Ze onderhield zich onder andere als oosterse danseres voor familiefeesten, een beroep dat ze in Iran nooit zou kunnen uitoefenen, omdat vrouwen er niet in het openbaar mogen dansen. Ook studeerde ze aan het conservatorium in Rotterdam. Uit haar tweede huwelijk heeft ze een zoon. Die zit momenteel in de gevangenis in Nederland wegens kleine delicten, zegt Bahrami’s Nederlandse advocaat, Adri Tilburg.

„Ze is dol op Nederland”, zegt Banafsheh, die zelf ook een jaar in Nederland woonde. „Hier worden mensen tenminste gerespecteerd, vertelde ze me altijd.” Tien jaar geleden werd Bahrami echter ruw herinnerd aan het leven dat ze in Iran had achtergelaten toen haar jongste dochter, Bahareh, zelfmoord pleegde. Het duurde een maand om haar Iraanse papieren te krijgen.

De terugkeer in Iran was emotioneel. Het was ook een warm bad van vrienden, de eigen cultuur en een hernieuwde kennismaking met een land dat – aangeraakt door globalisering – snel aan het moderniseren was, tot afkeer van sommige islamitische geestelijken.

Na haar vertrek uit Iran verhuisde Bahrami van Nederland naar Londen, voor een huwelijk dat uiteindelijk niet doorging. Ze kocht ook een huis in de stad Karaj, net buiten Teheran, waar ze vaak op bezoek kwam.

De laatste keer dat Banafsheh haar moeder zag, was een maand voordat ze in haar auto waar ze met vier mannen in zat, werd aangehouden. Dat moet tussen 31 december en 2 januari zijn geweest. Banafsheh weet het niet precies, omdat ze op dat moment de banden met haar moeder had verbroken. In de maanden daarvoor waren er felle discussies geweest over de mensen met wie Bahrami omging. „Straatcriminelen”, zegt Banafshehs man. Ook waren er gesprekken geweest over de antiregeringsdemonstraties die de islamitische republiek op haar grondvesten hadden doen schudden. Bahrami stuurde – zoals veel mensen – soms e-mails met nieuws naar oppositiezenders.

Pas na drie maanden hoorde Banafsheh dat haar moeder in de gevangenis zat. „Ik dacht dat ze terug naar Europa was gegaan”, zegt ze. Haar moeder vertelde hoe haar ondervrager haar had overstelpt met bloemen en taart; ze zou snel vrijkomen. Niet veel later verscheen Bahrami op de staatstelevisie. Ze bekende lid te zijn van een groep gewapende monarchisten die de staat omver wilden werpen.

Met rechtszaken en bekentenissen proberen Iraanse leiders hun volk ervan te overtuigen dat het Westen achter de recente demonstraties tegen de staat zit. Danseres Bahrami, binnengekomen op een vlucht uit Londen en in het bezit van een Nederlands paspoort, kan een rol spelen in dat verhaal, zegt advocaat Sotoudeh.

„Ze is gewoon overgehaald om te bekennen”, zegt Sotoudeh. Veel mensen die op televisie misdaden hebben bekend, zeggen later onder druk te zijn gezet. „Mijn moeder gelooft mensen snel, daarom had zo ook veel verkeerde vrienden”, zegt Banafsheh.

De drugs die de autoriteiten in haar bezit zeggen te hebben aangetroffen – als ze er al waren – moeten van de mannen in de auto zijn geweest, zegt de schoonzoon. Volgens hem werken straatcriminelen soms samen met elementen van de veiligheidsdiensten. „Waarom zijn zij anders nu vrij?”

„Zahra Bahrami is geen politiek activist”, zegt Sotoudeh. „Maar dat is wel de hoofdbeschuldiging tegen haar.”

Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt in een verklaring geen mededelingen te kunnen doen over de zaak-Bahrami omdat ze geen buitenlandse is.