Herinner je de 'Porrajmos'!

EU-landen zetten hun Roma-migranten uit. In Hongarije wonen er velen in een huis.

Enkele jaren geleden bezocht Jutka Rona (1934) het Holocaust herdenkingscentrum in haar geboorteplaats Boedapest. Ze raakte geïntrigeerd door die ene foto van het meisje dat met een ondoorgrondelijke blik tussen de bijna gesloten deuren van de veewagon naar Auschwitz kijkt. Dit meisje werd het icoon van de Jodendeportaties – later bleek dat ze een zigeunerin was. Het centrum, uitvoerig gedocumenteerd over de vernietiging van de Hongaarse Joden, had wel enige informatie over de deportaties en de vernietiging van zigeuners, maar Rona vond het te summier. Ze besloot zelf achter de verhalen aan te gaan.

Een verhalenfotograaf wordt Rona wel eens genoemd Haar album Hongaarse zigeuners. Verhalen van overlevers mag dan een fotoboek zijn, er wordt in woorden stilgestaan bij de families die in het boek voorbijtrekken.

Jutka Rona is de geestelijke, artistieke erfgenaam van ABC Press, in 1932 opgericht door haar vader, Imre Rona (1902-1974), de uit Hongarije gevluchte Joodse journalist die, net als menig landgenoot, liever met beelden dan met woorden over de wereld berichtte. Hij ging vriendschappelijk om met André Kertész en László Moholy-Nagy en haalde lang vóór Magnum bestond, foto’s van Capa en Cartier-Bresson naar Nederland. ABC Press stond voor nieuws, maar ook voor een artistieke benadering en maatschappelijk engagement.

Met dit engagement ging Rona te werk, terwijl haar doel, het tastbaar maken van de vervolging en het aan de vergetelheid ontrukken van individuen, al was het maar een enkeling, bij voorbaat hopeloos was. De zigeunergemeenschap zat niet op Rona te wachten om haar slachtoffers te bewenen – die doden hebben waarschijnlijk al lang een metamorfose ondergaan en zijn in de vorm van duistere bossen en vuurrode vogels teruggekeerd op de schilderijen van naïeve schilders.

Uiteindelijk lieten toch enkelen haar toe in hun leven – zij stapt het liefst met een groothoeklens op haar onderwerp af – en kon Jutka Rona een album samenstellen uit de verhalen over vroeger en foto’s over het heden van zeven zigeunerfamilies – een magisch getal. Zeven mannen en vrouwen die zich nog iets herinneren van de Porrajmos (zigeunerholocaust), maar die deze herinneringen schijnbaar niet dagelijks als een loden last met zich meedragen: het leven van alledag valt ze al zwaar genoeg. Geen enkele bevolkingsgroep in Hongarije krijgt het zwaarder te verduren dan de zigeuners. Maatschappelijke uitsluiting, hoge werkloosheid, lage scholingsgraad, diepe armoede, slechte gezondheid en criminaliteit zijn sleutelbegrippen waardoor deze groep doorgaans wordt gedefinieerd en deze begrippen hebben een wederkerig oorzakelijk verband.

Het is niet de diepste armoede die Rona aantrof: er bestond ruimte voor beelden van een uitzonderlijke levenskracht, liefhebbende saamhorigheid en trotse ijver om deel uit te maken van de omgeving en tegelijk trouw te blijven aan de eigen groep. Aranka Farkas haar feestkleren tonend: een lange gebloemde rok met ruches. De slaapkamer van Zsuzsanna Horváth, met de ingelijste eindexamenfoto’s van dochter en zoon aan de muur, aan weerszijden van Jezus de herder. De kleindochters Mursa als majorettes. En het moment van zweven tijdens een sprong in het opblaasbad. De kijker wordt niet afgeleid door kleuren: alleen het licht leidt de blik, feilloos, in de goede richting.

Jutka Rona: Hongaarse zigeuners. Verhalen van overlevers. Zwart-witfoto’s in duotone gedrukt. Bas Lubberhuizen, 128 blz., € 29,50