Gekte, seks, de drang om te leven

De muziek van de Beatles raakt alle generaties – ook de jonge zangers die nieuwe arrangementen van hun liedjes straks vertolken in de muziektheaterproductie Here, there and everywhere .

Sshhhoo..!’ klinkt het door de kerk, donker, onheilspellend. En nog eens: ‘Sshhoo!.. Tadaaw’. Drie mannen, jongens, zetten meerstemmig in: ‘Here come old flattop/ He come grooving up slowly/ He got ju-ju eyeballs/ He’s one holy roller...’ Het is Come Together van The Beatles, ontleed en geschikt gemaakt voor zeven stemmen – in het tweede couplet vallen vier vrouwen in. Gezamenlijk zingen ze soms ook een gitaarlijn of een basloopje. In hun energieke, spannende, ietwat dreigende interpretatie klinkt het nieuw, fris en onverwacht.

Zo moet het worden wanneer de muziektheaterproductie Here, there and everywhere van Ruut Weissman en Kees Prins, met 27 opnieuw gearrangeerde Beatles-nummers, straks langs de Nederlandse theaters toert.

Maar zover is het nog niet. Voorlopig wordt in de piepkleine Eglise Saint-Etienne, in het Franse dorpje Couze-et-Saint-Front, gerepeteerd voor een korte, concertante uitvoering van het materiaal, voor een handvol inwoners uit het dorp en veel Nederlandse vakantiegangers uit de omgeving. Bijna twee weken werkt regisseur Weissman hier nu met zijn jonge cast: de oudste 31, de jongste 21 jaar. Voor drie van hen is dit hun afstudeerstage.

Weissman koos bewust voor jeugdige zangers. „Omdat zij nu de leeftijd hebben die The Beatles hadden toen ze al die frisse, onstuimige nummers schreven, die barsten van de energie en levenslust. Dat is volgens mij precies wat luisteraars nog altijd aanspreekt in die muziek. De essentie van die leeftijd zit erin verpakt: de drang om te leven, seks, de vitaliteit, de jongheid, de gekte.”

Het vereiste wel een andere repetitieaanpak. Weissman: „Zij zijn jong en onervaren, en dit is een grote productie, met een zware tournee. Ik wilde daarom dat ze snel met elkaar vertrouwd raakten. Ze moesten in hoog tempo elkaars energie, temperament, uithoudingsvermogen leren kennen.”

De regisseur, die zelf een huis heeft in Couze, huurde een grote boerenhoeve, waar hij de zeven in onderbracht. Daar sliepen, aten, speelden, praatten en zongen ze, elke dag, twee weken lang. Een medewerkster van theaterproductiebedrijf Senf kookte. En elke avond presenteerde iemand zijn eigen aflevering van Zomergasten. Twee keer Jiskefet kwam daar voorbij, een paar keer Pulp Fiction; een fragment uit de computeranimatiefilm Ratatouille. „Wat inspireert je, waar word je enthousiast van – dat moeten ze van elkaar weten. En natuurlijk wilde ik een groepsgevoel creëren, het idee van een vriendenclub. Want dat is ook The Beatles.”

Inmiddels denken, dromen, ademen de zeven The Beatles. Peter van Rooijen (26) was de enige echte kenner vooraf. Hoofdrolspeelster Carolien Spoor (22): „Ik kende alleen de bekendere nummers. Nu hebben we ons in het hele oeuvre verdiept. Ik vind het verbijsterend hoezeer die nummers ons nog raken, hoe ze de generaties moeiteloos overstijgen.”

Daar gaat de voorstelling straks over. De ‘oude rocker’ Frank (Han Römer) sluit vriendschap met de 16-jarige Julia (Spoor), zij ontdekt zijn Beatles-platen en raakt begeesterd. Bij de repetities in de kerk in Couze onttrekt de prominent geplaatste hoes van Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band een kruisbeeld aan het zicht.

Kees Prins (1956), die het libretto schreef, en Weissman (1955) beluisterden samen alle 212 Beatles-nummers. Prins: „Het is heel simpel: na The Beatles is er nooit meer goede popmuziek gemaakt. Er is niets dat daaraan kan tippen.” De wens om er een voorstelling over te maken, kwam voor Weissman toen hij op een plein in Frankrijk een meisje, ‘van 12, 13 jaar’, met een ghettoblaster zag, waaruit The Beatles klonken. „Mensen bleven staan, zongen de teksten mee. Dat was magisch. Toen begreep ik pas hoezeer die muziek iets van binnen raakt, bij iedereen, nog altijd.”

Drie jaar geleden maakte Weissman al een kortere muziekvoorstelling met Beatlesmuziek, waarin ook Peter van Rooijen zong. Maar met de ambitie voor een grote, avondvullende productie kwam de noodzaak van een theatraal kader, een langere spanningsboog. Kees Prins als schrijver was een voor de hand liggende keuze: Prins: „We zijn even grote Beatles-fans.”

Beide stemden ze bij elk nummer: ‘ja’, of ‘nee’. Voor wat zij wilden: zeven zangers, nieuwe arrangementen van Bas Odijk, die vaak instrumenten door vocalen verving, bleek het latere werk het meest geschikt. Weissman: „De vroege liedjes, zoals I wanna hold your hand, zijn simpel, rechttoe, rechtaan. Als je die voor zeven zangers bewerkt, wordt het te veel close harmony, te AVRO-tuttig.” Latere nummers, zoals I am the Walrus, met de grote muzikale variatie, de vreemde verschuivingen van akkoorden, de niet-kloppende ritmes en de gekke geluidjes, bleken beter geschikt.

Als Niels Geusebroek (31), voormalig zanger van de band Silkstone, nu in de voorstelling I am the Walrus zingt (‘coo coo kechoo’), vormen de vrouwenstemmen op de achtergrond een hoog, ijl sirenenkoor. Hun gilletjes stijgen op, schurken tegen het valse aan, vliegen – bedoeld – bijna uit de bocht. Ze zijn wind, golf, meeuw en walvis tegelijk; fraai en bevreemdend.

En zo deed arrangeur Odijk meer brutale ingrepen; verving hij strijkers door vocalen, of drums door Afrikaanse percussie. Hij smolt meerdere nummers aaneen; soms klinkt van een nummer slechts één zanglijn, of alleen de underscore.

Prins: „Sommige arrangementen van Bas zijn minstens zo gedurfd en energiek als de oorspronkelijke nummers. Daarbij voel ik dezelfde opwinding als toen ik voor het eerst The Beatles hoorde.’’

Uiteindelijk vertellen nu 27 nummers het verhaal. En zeker niet letterlijk, zoals bij Mama Mia! de musical met Abba-liedjes, of Doe Maar, de musical, benadrukken Prins en Weissman. „We wilden niet het verhaal niet vertellen met tekst van de liedjes, maar hebben nummers gezocht die bij het verhaal de juiste emoties uitdrukken.”

Als rocker Frank Julia over zijn oude bandje vertelt, mogen het vrij vroege liedjes zijn. Prins: „Die hebben die jonge, frisse energie.” Het nostalgische In my life moest verderop in de voorstelling. „Dat vertelt waar de voorstelling over gaat, iemand die zijn leven overziet.” Eén keer kon Prins niet kiezen, vertelt hij. Dat was op het punt dat Frank en Julia Abbey Road bezoeken, en daar voor even allebei heel erg gelukkig zijn. „Daar twijfelde ik tussen Getting better en Good Day Sunshine. Toen heeft Bas die twee heel slim aan elkaar gesmeed.”

De nummers moesten niet alleen het verhaal vertellen, ze moesten ook de energie en kracht van de muziek blootleggen. Hoe? Weissman: „In The End zit een drumsolo van Ringo Starr die essentieel is. Die wordt bij ons gespeeld door Vernon Chatlein, maar dan op percussie. Zo licht je juist dat ene element eruit, en breng je het opnieuw onder de aandacht.”

In de Eglise Saint-Etienne overtuigt het voorproefje het publiek. Vooral wanneer Eva Laurenssen (21) vanaf het koor haar gewijde versie van Here, there and Everywhere laat neerdalen op het publiek. Als singer/songwriter Nina June (25) met haar schor-romige soulstem Dear Prudence tot gospelachtige hoogten tilt. Wanneer Van Rooijens opvallende falset bij Because het schip van de kerk vult. En als Geusebroek met zijn schuurpapieren popgeluid guitig I am the Walrus brengt.

Als het straks goed gaat, mijmert Weissman, dan lukt het zijn jonge cast om precies die veerkracht en levenslust van de Beatles-liedjes in de theaters over te brengen. „Ze hoeven van mij na afloop geen Beatles-plaat te gaan kopen. Wél moeten ze opgeladen zijn en overlopen van energie; ze moeten goede seks gaan hebben, of de keuken verbouwen.”

Bekijk de trailer op youtube. Speeldata op www.herethereandeverywhere.nl