Finnegans Wake

In het kader bij Robbert-Jan Henkes’ stuk over de ‘verbeterder’ editie van Finnegans Wake (Boeken, 23-07-10) haalt Pieter Steinz een ook in dit geval weer verdraaide anekdote aan over James Joyce die met het werk ‘de critici 300 jaar bezig’ zou hebben willen houden. Een precisering is op z’n plaats; ik citeer Richard Ellmanns biografie van Joyce, waarin hij vertelt hoe de Franse vertaler van Ulysses aan Joyce vroeg om het schema van zijn boek te zien: ‘Joyce gave him only bits of it, and protested humorously: ‘If I gave it all up immediately, I’d lose my immortality. I’ ve put so many enigmas and puzzles that it will keep the professors busy for centuries arguing over what I meant, and that’s the only way of insuring one’s immortality.’ Even belangrijk als ‘het verlengen van de grenzen van de schrijfkunst’, zoals Steinz aangeeft, was voor Joyce zijn eigen onsterfelijkheid. We moeten zijn overgave aan de vernieuwing van de literatuur serieus nemen, maar niet romantiseren: Joyce’ ego ging altijd voor.

Onno Kosters, Duivendrecht