En nu zelfs Lubbers

Ruud Lubbers vroeg zijn partij het CDA een time-out te nemen bij de formatie.

De keuze voor een complexe formatie lijkt de christen-democraten op te breken.

CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen, gistermiddag. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 26 augustus 2010 CDA fractievoorzitter Verhagen geeft ,na een onderhandelingsronde in de formatie, een toelichting op de brief van Lubbers waarin hij om een 'time out' vraagt. foto © Roel Rozenburg

Niks aan de hand. Het verzet komt maar van een klein deel van de leden. Het gaat om linkse protestanten die zijn blijven steken in de jaren tachtig. De partijprominenten die zich roeren denken dat het CDA nog steeds met vijftig zetels de baas in Nederland is. Heel lang konden CDA’ers luchtig doen over het interne verzet tegen de formatiebesprekingen met de PVV.

Maar de luchtigheid begint plaats te maken voor ergernis en vooral voor bezorgdheid. Nu is ook een van de laatste – en misschien wel belangrijkste – CDA-mastodonten openlijk criticus van zijn partij geworden. Ruud Lubbers, ex-premier, ex-partijleider, ex-fractievoorzitter en ex-informateur, vindt dat de formatie van VVD, CDA en PVV even moet stoppen. Hij wil een „time-out”, zodat CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen hem, het partijbestuur en andere prominenten precies kan vertellen waar ze nou mee bezig zijn. Want hij heeft er op dit moment zo weinig vertrouwen in dat zijn mening over de formatie zich heeft ontwikkeld „van ‘ja mits’ tot ‘neen tenzij’”. Het stond allemaal in twee brieven die Lubbers naar alle CDA-Kamerleden stuurde. Uitlekken gegarandeerd.

Deze formatie was al een bijzondere, omdat het doel een minderheidskabinet is met gedoogsteun van een grote partij. De continue stroom verzet vanuit het CDA, van prominenten maar ook van onbekende kaderleden, was ook ongewoon. Maar dat de ex-informateur, die aan de wieg stond van deze formatiepoging, zijn vertrouwen erin opzegt, is helemaal ongekend. Juist Lubbers adviseerde tenslotte Koningin Beatrix een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV te onderzoeken.

Lubbers stuurde zijn teksten de wereld in op de dag dat PVV-leider Geert Wilders de toch al zo broze verhouding met het CDA op scherp had gezet. Hij noemde partijvoorzitter Henk Bleker op Twitter „een enorme zeurpiet”, omdat Bleker in het tv-programma Knevel & Van den Brink zalvende woorden had gesproken over de regeringscoalitie waarover nu wordt onderhandeld. De PVV „moet accepteren” dat deze regering „een bindmiddel in de samenleving” moet zijn. Wilders verklaarde dat Bleker „snel moet ophouden met zijn partijpolitieke gespin in de media”. „Anders brengt hij wat mij betreft de kansen op politieke samenwerking met de PVV in gevaar.”

Het was Wilders ten voeten uit: op het moment dat je het niet verwacht laat hij even flink van zich horen. De boodschap: inbinden doe ik nooit. En dat juist waar die keur aan partijprominenten van het CDA zo bang voor is: Wilders zal het minderheidskabinet van VVD en CDA tarten als het hem uitkomt en heeft misschien helemaal geen zin om het landsbelang mee te wegen bij zijn gedrag.

Het CDA heeft voor een complexe formatie gekozen op een moment dat de partij ook andere zorgen heeft. Het verwerken van de enorme verkiezingsnederlaag van dit voorjaar, het leiderschapsvacuüm dat ontstond door het aftreden van Jan Peter Balkenende als partijleider, en de richtingenstrijd die daarvan het gevolg is. Al die problemen schemeren ook door in de brief van Lubbers. Hij en andere partijprominenten worden nauw betrokken bij de formatie, juist vanuit de wetenschap bij de fractie dat de steun van de partij niet meer vanzelfsprekend is.

Afgelopen dinsdag praatten fractieleden Lubbers en andere partycoryfeeën weer eens bij over de voortgang van de formatie. Maar die briefing op het partijbureau had Lubbers niet gerustgesteld, zo schreef hij gisteren aan Verhagen en waarnemend partijvoorzitter Bleker: „Ank [Bijleveld, red.], die daar namens de fractie was, kon geen antwoord geven op bezorgde vragen van twee oud-ministers van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek en Ben Bot, hoe het nu toch stond met de risico’s op het terrein van Buitenlandse Zaken resp. het buitenland, gezien de markante posities die Geert Wilders ter zake inneemt.” En Lubbers had ook andere zorgen. Over het gebrek aan aandacht voor duurzaamheid, over het „in het duister tasten over voldoende uitzicht op godsdienstvrijheid, ook voor moslims, en het gevrijwaard blijven van discriminatie op grond van geloof”.

Lubbers doet weinig moeite om zijn gebrek aan vertrouwen in de fractietop te verhullen. Er is „frustratie over wat er gebeurt met de opvattingen van prominenten die een en andermaal de moeite hebben genomen naar het Partijbureau te komen”. Misschien was het die frustratie die Lubbers deed besluiten zijn brief aan Verhagen direct maar door te sturen naar alle CDA-Kamerleden, en dus de wijde wereld in.

Het was zijn tweede brief aan Verhagen in één week tijd. Vorige week had Lubbers al de behoefte gevoeld Verhagen en Bleker te vertellen dat hij niet meer zo blij was met de formatieonderhandelingen met de PVV. De reden? Aan het begin van de formatie had PVV-leider Geert Wilders van VVD en CDA de vrijheid geëist en gekregen om te ontkennen dat de islam een godsdienst is. Wilders vindt het namelijk een verwerpelijke politieke ideologie. Lubbers had daarover nagedacht, en vond algauw dat CDA-fractievoorzitter Verhagen daar eigenlijk openlijk afstand van moest nemen en moest verklaren dat voor het CDA de islam een religie is, waarvoor dus gewoon de vrijheid van godsdienst geldt. Als Verhagen dat zou doen, zo hoopte Lubbers, dan zou VVD-leider Mark Rutte zich verplicht voelen zich daarbij aan te sluiten. Maar er gebeurde niets, schreef Lubbers in zijn eerste brief: „Maxime berichtte mij later dat tegen zulk een tekst geen bezwaar was, maar dat het niet opportuun werd geoordeeld er nu mee te komen.”

Dat de PVV tegen de islam wilde strijden vindt Lubbers tot daar aan toe. Maar als dat voor VVD-leider Mark Rutte aanleiding zou zijn om „de islam ook te karakteriseren als een te bestrijden (politieke) ideologie” zou er volgens Lubbers een onmogelijke situatie ontstaan en dus „geen aanvaardbare grondslag voor het CDA voor politieke samenwerking.”

Het CDA is in zijn 30-jarige historie altijd een partij geweest waarvan de leden de partijleiding weinig in de weg zaten. Zelden kwam er kritiek van de trouwe achterban op de koers van de partijleiding. Probleem nu is dat het CDA in feite geen sterke leiding meer heeft. Partijleider Jan Peter Balkenende is vertrokken, partijvoorzitter Henk Bleker is slechts een waarnemer en de beoogd opvolger van Balkenende, Camiel Eurlings, vertrekt uit de politiek.

Het CDA is op dit moment te stuurloos om zo’n risicovol avontuur als dit aan te gaan, verklaarde Arjan Kaaks, die meeschreef aan het verkiezingsprogramma, al eerder in NRC Handelsblad. Een vanzelfsprekende kandidaat voor het partijleiderschap is er niet. Maxime Verhagen mag dan wel fractievoorzitter zijn, voor hem betekent dat geen vanzelfsprekende opstap naar het partijleiderschap. Hij is iemand die binnen de partij niet onverdeeld wordt gesteund, is door zijn jarenlange aanwezigheid in de politieke strijd hier en daar beschadigd. Ab Klink, minister van Volksgezondheid en secondant van Verhagen bij de onderhandelingen, heeft ook de papieren om partijleider te worden. Maar hij is evenmin de droomkandidaat die vanzelfsprekend brede lagen van de bevolking zal aanspreken.

Wat betekent dit voor de formatie? De kansen nemen toe dat het CDA onder druk zal bezwijken en dat deze formatiepoging zal mislukken. Verhagen heeft er in ieder geval groot belang bij het tempo in de formatie hoog te houden. De openlijke worsteling binnen het CDA slaat steeds diepere wonden.

Maar de bemoeienis van Lubbers heeft voor Verhagen misschien ook een aangename kant. De niet aflatende kritiek van buiten kan voor de fractie reden zijn de steun aan hun fractievoorzitter te vergroten. Zelfs bij de altijd begripvolle partijvoorzitter Blekers geduld over al dat publieke geklaag was gisteren even op. Hij verwierp net als Verhagen de oproep van Lubbers voor een time-out en sprak van „mannen en vrouwen die belangrijk zijn geweest in de generatie van vroeger”. Hij wees Lubbers op het verschil tussen meedenken en meedoen.

Geert Wilders sms’te journalisten aan het einde van een bewogen formatiedag: „Ik ben totaal niet onder de indruk van Lubbers en ben het deze keer zowaar met Bleker eens: Lubbers doet niet mee. En voeg ik daar zelf aan toe: dat is maar goed ook.” Dat had Lubbers toch maar voor elkaar gekregen: Wilders was weer even wat milder.