Een aangenaam gebrek aan zelfbeklag

Pragmatisme en goklust zitten Britten in het bloed. Juist die combinatie staat garant voor dynamiek en verrassingen. ‘Onze cor-respondent’ blikt terug.

Brits incasseringsvermogen: in Londen na terreuraanslagen (links), in Wootton Bassett na verliezen in Afghanistan (boven) en in Gloucester na zware regenval. Foto's AP, Reuters This image released by World Press Photo in Amsterdam, The Netherlands on Friday, Feb. 10, 2006, shows the third prize Spot News Singles category of the World Press Photo 2006 contest by British photographer Edmond Terakopian, Press Association, showing a London underground bomb attack survivor, July 7, 2005. (AP Photo/Edmund Terakopian) ***NO SALES, NO CROPPING, NO MANIPULATION*** THIS MATERIAL IS FOR SINGLE PUBLICATION IN PRINT OR FOR A TEMPORARY ONLINE PUBLICATION AND MAY BE USED EXCLUSIVELY TO PUBLICIZE THE 2006 WORLD PRESS PHOTO CONTEST AND EXHIBITION. IT MAY NOT BE PUBLISHED AS PART OF AN ARTICLE OR ANY OTHER ITEM THAT CONTAINS NO DIRECT LINK TO THE WORLD PRESS PHOTO AND ITS ACTIVITIES WITHOUT PRIOR PERMISSION FROM THE PHOTOGRAPHER OR AGENCY *** AP

Floris van Straaten

Toen ik in 2005 in Londen arriveerde, droop de welvaart van de stad, op het hedonistische af. De restaurants zaten vol, de huizenprijzen schoten omhoog. Het zoontje van een bevriend Brits echtpaar ging naar een verjaarsfeestje waar kinderen per helikopter boven Londen werden rondgevlogen. Bij het warenhuis Harrods zag ik een met goud en diamanten ingelegde braadpan voor 100.000 pond (destijds 150.000 euro). Niet per se voor Britse klanten, maar toch. Ook mensen met een smallere beurs consumeerden er lustig op los.

Minister van Financiën Gordon Brown pochte dat het land de langste periode van onafgebroken groei doormaakte sinds 1701. Meer dan eens verklaarde de aanvankelijk zo sobere Schot dat de Labour-regering de oude cyclus van ‘boom and bust’, van groei gevolgd door neergang, definitief had doorbroken. Niet alleen bij particuliere banken, ook bij de overheid leek het geld niet op te kunnen. De regering strooide met tientallen miljarden ponden voor nieuwe luxueuze ziekenhuizen en scholen, die hun vaak nogal krakkemikkige voorgangers moesten doen vergeten. Honderdduizenden Polen en inwoners van andere nieuwe EU-lidstaten trokken naar Groot-Brittannië om mee te profiteren van dit luilekkerland. De regering legde immigranten geen strobreed in de weg.

Terwijl Labour onder Tony Blair economisch de teugels liet vieren, voelde zijn regering zich in toenemende mate geroepen burgers tegen zichzelf in bescherming te nemen via een niet aflatende stroom ‘health and safety’-verordeningen. Het verst sloeg de betutteling door op twee terreinen, waarmee de Britten vanouds een nogal ambivalente relatie hebben: seks en kinderen. In alle ernst wilde de regering in haar nadagen miljoenen vrijwilligers die regelmatig met kinderen werkten dwingen tot de aanschaf van een overheidscertificaat dat ze geen veroordeelde pedofiel waren. Veel ouders juichen zulke maatregelen overigens toe.

Zoals een meerderheid ook de onstuitbaar oprukkende bewakingscamera’s verwelkomt. Geen volk ter wereld dat zich zo bespied weet door de eigen overheid als het Britse. Veel vrijheden zijn de afgelopen jaren tot veler verontrusting beknot, vaak onder het motto dat dit nodig was om het terrorisme tegen te gaan.

Uit het voorgaande zou kunnen worden afgeleid dat een verblijf in Londen de afgelopen jaren nogal een beproeving is geweest. Niets is minder waar. De Britten, bovenal de Londenaren, hebben het oude adagium ‘leven en laten leven’ tot een bijzondere kunst verheven. Het is een houding die iedereen veel ruimte laat. Een zekere lichtvoetigheid, waarmee de Britten enige afstand bewaren en voorkomen dat ze elkaar en buitenlanders echt diep in de ogen hoeven te kijken, bewijst daarbij eveneens goede diensten.

Diezelfde lichtvoetigheid komt ook goed van pas nu de economie na een hevige recessie blijft kwakkelen. Dit voorjaar was het geduld van de kiezers met Labour echter op, al vertrouwden ze de Tories nog onvoldoende om hen alleen te laten regeren. De nieuwe regering van Conservatieven én Liberaal-Democraten, een novum, erfde een van de hoogste begrotingstekorten in Europa en moet nu fors bezuinigen.

Tot dusverre hebben de Britten deze rampspoed verrassend gelijkmoedig ondergaan. Massale protesten zijn uitgebleven. Dat kan ook te maken hebben met een groter incasseringsvermogen dan in andere landen. Levendig herinner ik me nog de reacties van inwoners van de stad Gloucester, die na zware overstromingen in de zomer van 2007 terugkeerden naar hun nog deels ondergelopen woningen. In de media was gesuggereerd dat de overheid tekort was geschoten. Maar toen ik – naar goed journalistiek gebruik – viste naar commentaar, wezen sommigen die suggestie resoluut van de hand. „We wisten dat we de kans liepen dat zoiets zou gebeuren, toen we hier kwamen wonen.”

Dat gebrek aan zelfbeklag en de weigering anderen meteen de schuld te geven bij tegenslag blijft een van de mooiste eigenschappen van veel Britten. Het etaleerde zich, kort na mijn aankomst, ook al op indrukwekkende wijze, toen Londen op 7 juli 2005 werd opgeschrikt door vier zelfmoordaanslagen, die ook 52 burgers het leven kostte. Snel was duidelijk dat de daders extremistische moslims waren, maar de Londenaren wandelden, al dan niet gewond, stoïcijns naar huis en gingen de volgende dag weer aan het werk. Represailles tegen moslims bleven uit. Vergelijkingen met de legendarische ‘Blitz spirit’, toen Hitlers aanhoudende bombardementen de inwoners niet klein konden krijgen, waren snel gemaakt.

In veel opzichten is de Britse samenleving ook een graadje harder dan de Nederlandse. Het sociale vangnet van de staat strekt zich minder ver uit. De uitkeringen zijn er minder genereus en het subsidiewezen is er een stuk minder ontwikkeld dan in veel landen op het Europese vasteland. Het veel geprezen theater bij voorbeeld, dat zich met name in Londen kan meten met de beste ter wereld, bedruipt zich grotendeels zonder overheidsinfusen. Hetgeen de levensvatbaarheid ten goede komt. Maar zelfs hoog aangeslagen acteurs en actrices komen vaak nauwelijks rond. Geklaagd in het openbaar wordt er echter zelden. Klagen doe je hooguit over het weer.

De schaduwzijde van die hardheid en ‘laisser faire’ in de samenleving is een groeiende kloof tussen rijk en arm. Dertien jaar Labour heeft in dat opzicht nauwelijks voor verbetering gezorgd. Het verschil in inkomen tussen de ‘onderklasse’ – een veel gebruikte, zij het rijkelijk neerbuigende term – en de bovenlaag is de afgelopen jaren verveelvoudigd. De meeste Britten laat dat koud.

Symbool bij uitstek van dat Britse incasseringsvermogen zijn de strijdkrachten. Zonder geweeklaag hebben die sinds 2001 ruim 300 manschappen in Afghanistan verloren, terwijl ze ook nog eens meer dan honderd kameraden zagen vallen in Irak. Een veelvoud van welk ander Europees land ook. Soms lijken hun eigen politieke superieuren zelfs ronduit misbruik te maken van hun offervaardigheid door de militairen op pad te sturen met sterk verouderd materieel. Nog levendig staan me de geselende commentaren voor de geest van Amerikaanse experts in de Zuid-Iraakse stad Basra op de Britse uitrusting ter plekke.

Zoals me ook het grenzeloze geduld van de militairen zal bijblijven die na uitputtende en levensgevaarlijke maanden in Irak uit Qatar zouden worden opgehaald door een goedkoop chartertoestel voor enkele weken verlof. Keer op keer begaf dit het. Daardoor liep hun thuisreis dagenlange vertraging op, die werd afgetrokken van hun verlof. Meer dan een zucht slaakten de militairen amper. „Het ligt ook aan onszelf dat we zo slecht behandeld worden”, erkende een officier. „Als dit een toestel met gewone passagiers was geweest, had iedereen al lang staan tieren tegen het personeel. Maar zo zijn wij militairen niet.”

Ik verlaat het land op een moment dat de kussens stevig worden opgeschud. De nieuwe regering van David Cameron en Nick Clegg wil een kleinere overheid en meer ruimte voor eigen initiatief. Dat verlangen vloeit niet zozeer uit ideologische gedrevenheid voort als uit de harde noodzaak het begrotingstekort terug te brengen.

Het pragmatisme heeft de Britten altijd in het bloed gezeten. Maar tegelijk zijn ze gek op een gokje, of het nu om paardenrennen of voetballen gaat, dan wel om een gewaagde investering of zelfs de toekomst van hun eigen land. Juist die combinatie staat garant voor een dynamische en altijd verrassende samenleving. Ik zal die missen.

Dit is het laatste artikel van Floris van Straaten als correspondent in Londen.