Chinese bank valt niet snel om

Waar zullen de Chinese banken straks over struikelen? De spilzieke lokale overheden of de uit de hand lopende vastgoedprijzen? Ondanks alles duiden de cijfers over het tweede kwartaal van de grootste banken van het land erop dat een grootschalige crisis niet erg waarschijnlijk is. Ook al ligt er pijn in het verschiet, de banken zouden de sombere voorspellingen van de doempredikers wel eens kunnen trotseren.

Bank of China (BOC) en China Construction Bank (CCB) hebben allebei goede resultaten geboekt. De rente-inkomsten zijn gestegen, doordat de prijsstelling van nieuwe kredieten is verbeterd. Het kernkapitaal bedraagt meer dan 9 procent. De percentages slechte leningen zijn laag en zijn nog verder aan het dalen. In de achteruitkijkspiegel ziet alles er uitstekend uit.

Maar de grote problemen liggen in de toekomst. De voornaamste zorg is de kredietverstrekking aan overheden via zogenoemde ‘special purpose vehicles.’ De centrale bank heeft de omvang daarvan geschat op 7.700 miljard yuan (890 miljard euro). Bijna de helft van al die kredieten werd verstrekt na het einde van 2008. Maar de openbare werken die ermee zijn gefinancierd, zullen niet allemaal genoeg geld opleveren om de leningen terug te betalen. Misschien een kwart ervan zou wel eens een sof kunnen blijken.

De vier grote beursgenoteerde banken – ICBC, BOC, CCB en Agricultural Bank of China – hebben ruwweg voor 2.500 miljard yuan (290 miljard euro) aan kredieten aan lokale overheden in hun boeken staan. Als een kwart daarvan de komende drie jaar niet wordt terugbetaald, zouden de banken een verlies lijden van zo’n 625 miljard yuan (72 miljard euro). Maar dat verlies zou worden gecompenseerd door de 1.800 miljard yuan (208 miljard euro) aan nettowinsten die de banken naar verwachting in dezelfde periode zullen boeken.

Een scherpe val van de vastgoedprijzen zou de projectontwikkelaars en sommige debiteuren in zware problemen brengen. Maar als we uitgaan van een verlies van 25 procent op zo’n 5.000 miljard yuan (580 miljard euro) aan vastgoedkredieten over dezelfde periode van drie jaar, zouden de vier grote banken 1,2 biljoen yuan (139 miljard euro) moeten afschrijven – net genoeg om ze in de rode cijfers te doen belanden.

Het mislopen van drie jaar winst zou slecht nieuws zijn voor de aandeelhouders, maar is nog geen kapitaalcrisis. En de beleidsmakers zijn niet blind voor de risico’s. De banken is recentelijk gevraagd hun kredieten aan overheden te onderzoeken en strenge stresstests door te voeren met betrekking tot hun vastgoedkredieten.

De vier grootste banken hebben ook voor bijna 50 miljard dollar (40 miljard euro) aan nieuw aandelenkapitaal binnengehaald.

Het grootste probleem op de langere termijn blijft de kapitaalplaatsing. Lokale afdelingen van de banken leggen niet genoeg gewicht in de schaal om de overheden hun wil op te leggen, dus is het voor Peking makkelijker om achteraf opruiming te houden dan om de banken te vragen geen slechte beslissingen te nemen. En het gebruik van banken als monetaire beleidsinstrumenten zorgt er ook niet voor dat er discipline wordt gekweekt.

Een crisis moet voorkomen kunnen worden, maar het ongedaan maken van de slechte gewoonten van de Chinese banken kan nog jaren duren.