Aubergine als misverstand

„De aubergine is een groot paars misverstand” schreef Sylvia Witteman, culinair schrijfster voor de Volkskrant, een keer. Die zin is zo leuk dat je de neiging hebt om ermee in te stemmen, wegens het grappige van de uitspraak. Maar waar is het niet, wat jammer is, want anders kon je het vaker zeggen.

Aubergine is juist een bijzonder geweldige uitvinding. Waar ik was toen John Kennedy werd vermoord weet ik niet zo precies meer, maar waar ik was toen ik mijn eerste aubergine proefde wel. In Oostende. In de zomer. Tijdens de lunch.

De aubergine in kwestie bevond zich in de spaghetti die Belgische vrienden van mijn ouders serveerden. De aubergine was een nog naamloze substantie die deze spaghetti in één keer onvergetelijk maakte: zo’n heerlijke bijzondere toevoeging had ik in de weinige spaghetti’s die ik tot dan gegeten had, nog nooit geproefd.

Eigenlijk ben ik de aubergine geweldig blijven vinden – die smaak plus die substantie. Gebakken aubergine met tomaat, beetje balsamico erbij, paar blaadjes basilicum erover – altijd goed. En caponnata natuurlijk, het Italiaanse auberginezomergerecht bij uitstek, of mijn eigen befaamde kip met citroen,spekjes tomaat en aubergine – allemaal even heerlijk.

En dan praten we nog niet over gebakken aubergine met munt en knoflook! Aubergine als melitzanosalata! Als baba ghanoush!

Zeg: aubergine en het mediterrane zomergevoel wordt meteen je deel. Al ken ik wel onder meer een heerlijke Indiase pickle met aubergine, van Claudia Roden, toch heb ik geen Aziatische associaties bij de aubergine. Dat is echt historisch verkeerd, want ze komen volop in ‘oosters’ eten voor. Sterker nog: de aubergine komt uit India.

In oosterse en Surinaamse gerechten tref je vooral die kleine ronde witte of groenige auberginetjes (antroewa), die zo ongehoord bitter kunnen zijn en waarmee ik wel eens een gerecht grondig heb verpest, alles werd zo angstaanjagend bitter dat het niet meer te eten was. Wat natuurlijk te denken geeft over de betrekkelijke smaakloosheid van onze paarse jongens, die, als alle hier te lande verkrijgbare groenten, wel speciaal doorgekweekt lijken te zijn om zoveel mogelijk op water te lijken en zo min mogelijk op iets met een smaak. Hoewel je tegenwoordig ook wel weer af en toe de iets grotere ronde witte tegenkomt (die duidelijk maken waarom Engelsen ‘eggplant’ zeggen) en die wél lekker zijn.

Laten we dus niet aan het mopperen slaan. Het is Indonesische/Indische week en dat is iets om vrolijk van te worden. Al die heerlijke geuren in je keuken.

Deze aubergines, een soort auberginesla, zijn Indonesisch, van Lonny Gerungan en ik had er tot voor kort nog nooit van gehoord. Ten onrechte. Dit gerecht is ook nog eens een keer heel gemakkelijk en snel te maken en het bevat lekker weinig ingrediënten – dat mag ook wel eens. Het hoeft geen strafweek te worden.

Snijd de aubergine in partjes.

Breng water met zout aan de kook, blancheer de aubergine 1 minuut, giet af en dompel direct in koud water. Laat uitlekken.

Roer de sambal, de ketjap en het citroensap of de asem door elkaar. Giet de saus over de aubergine en bestrooi met geraspte kokos.