Als de kamelen naar Puncak komen

Prostitutie is geen hoererij als man en vrouw eerst trouwen, al is het voor even. In Indonesië biedt men deze service aan Arabieren die de hitte thuis ontvluchten. Een villa en een meisje „dat voor hem zorgt als een echte vrouw”.

Illustratie Sebe Emmelot

Daar zat Ani Kartika (21) dan, vier maanden geleden. Net gescheiden, haar zoontje nog geen jaar. Geen geld voor poedermelk of voor steun aan haar ouders. Een baantje in een bar leverde weinig op. En toen kwam haar zus met een idee. Kon ze zichzelf niet verhuren aan een Arabische toerist, in een contracthuwelijk?

Ani ziet er fris uit in spijkerbroek en zonder make-up. Ze praat zelfverzekerd. Je zou niet zeggen dat ze alleen lagere school heeft gehad. Ze vertelt haar verhaal in een kamertje in Cisarua, een plaatsje bij de Puncakpas ten zuiden van Jakarta. Bewoners van de hoofdstad staan in het weekend urenlang in de file om hier het uitzicht te bewonderen op de hellingen met sawa’s.

De eerste keer werd ze in haar eigen dorp opgehaald door Mevrouw Sophia, die de huwelijken regelt. „Dan ga je naar de verhuurvilla en word je voorgesteld aan de kameel.” De kameel? Ani schiet gierend in de lach. O ja, buitenstaanders kennen die bijnaam voor Arabische toeristen nog niet. Na enige onderhandeling tussen de Arabier en Mevrouw Sophia werd ze verhandeld voor 2 miljoen roepia (174 euro), voor vier dagen.

Maar eerst moesten ze trouwen. Dus werd er een islamitische geestelijke opgetrommeld, een andere man was getuige en nog een ander speelde voor Ani’s vader. Er kwam geen contract aan te pas, het duurde misschien vijf minuten. „Één groot toneelstuk”, zegt Ani.

De Arabier was aardig, stopte haar af en toe wat extra geld toe en deed niet moeilijk over eten. Voor het slapen wilde hij met haar naar bed, ‘s ochtends nog een keertje. „Dat duurde veel korter dan bij mijn ex-man, erin en eruit.” Arabieren hebben grote geslachtsdelen, weet ze inmiddels, dat kan wel pijn doen. Ze konden elkaar niet verstaan, al had Ani op haar islamitische lagere school wat Arabisch geleerd. „Maar mij interesseert het niet wat hij zegt, en ik denk dat het hem ook niet interesseert wat ik zeg.” Overdag probeerde ze hem zoveel mogelijk van dienst te zijn. Een glaasje water halen, hem opvrolijken als hij somber leek. „Ze verwachten dat we voor hen zorgen als een echte vrouw.”

Na de vier afgesproken dagen verviel het ‘huwelijk’ vanzelf. En kort daarna trouwde Ani met de volgende Arabier: 10 dagen voor 4 miljoen roepia.

In Cisarua is het nu Arabierenseizoen. Van juni tot augustus, wanneer het in Jeddah, Medina of Riad te heet is om te werken, komen duizenden Arabieren naar de koele Puncakpas. Behaarde mannen met mouwloze shirts en dure horloges racen achterop de brommer door de heuvels. Hier en daar loopt een boerka, want sommige mannen nemen hun gezin mee. Maar de meesten komen om te doen wat thuis verboden is. „Het zijn net paarden die uit de stal komen”, zegt brommertaxirijder Mulyadi, die meisjes regelt voor de verhuurvilla’s en zoals veel Indonesiërs maar één naam heeft. Dat betekent: veel drinken, lawaai maken en naar de hoeren.

In het scala van seksuele diensten dat in Cisarua beschikbaar is, bezet het contracthuwelijk een unieke niche. Het zijn veelal oudere Arabieren die hun hoererij willen overgieten met een islamitisch sausje. Zo doen ze niet aan overspel, wat een zonde is in de islam. Al gaat deze truc er bij Indonesische moslims niet in. Mulyadi: „Het is echt schijnheilig. Ook al zijn wij moslims net als zij, een huwelijk is toch niet zoals dit?”

Maar de vraag wordt alsmaar groter. Toenmalig vice-premier Jusuf Kalla suggereerde een paar jaar geleden zelfs dat Indonesië er meer toeristen mee kan trekken. „Als er veel mannen uit het Midden-Oosten naar Puncak komen om weduwes en gescheiden vrouwen te zoeken, lijkt dat me oké”, zei hij tijdens een toerismeseminar. Zolang de vrouwen er maar wat aan overhielden, vond hij. En als er kinderen uit kwamen, des te beter, want die zijn knap en kunnen mooie tv-sterren worden, grapte hij.

Helemaal fout, want daarmee overtrad de vicepresident een ongeschreven Indonesische wet: bijna alles kan, zolang niemand er openlijk over praat. Alle lokale bestuurders rond de Puncakpas buitelden onmiddellijk over elkaar heen om hun verontwaardiging te uiten. Dit soort immorele praktijken? In hún gebied? Schandalig. Binnen een week plukte de politie een paar Arabieren en hun gelegenheidsechtgenotes uit bed om de eer van het gebied te redden.

Na al deze publiciteit voor het contracthuwelijk werd Cisarua overspoeld door Japanners en Koreanen die ook van deze dienst gebruik wilden maken, vertelt Mulyadi. Maar die moesten teleurgesteld afdruipen. Ook het islamitisch nephuwelijk blijft exclusief voor moslims.

Nu doet men in Cisarua weer zaken als gewoonlijk. Arabieren laten aan de eigenaar van hun verhuurvilla weten dat ze een contracthuwelijk willen. Die belt iemand als Mulyadi, die op zijn beurt Mevrouw Sophia inschakelt. Zij heeft altijd wel een voorraad meisjes uit arme dorpen in het nabijgelegen Cianjur of Sukabumi die willen. Binnen drie uur staan er een paar kandidaten bij de Arabier op de stoep.

De meeste Arabieren willen een onervaren meisje. Onbedorven, net uit de kampong. Vaak zijn die er ook, net zoals Ani die vier maanden geleden haar eerste stappen in de betaalde seks zette. Maar in andere gevallen doet een ervaren prostituee een hoofddoekje om en is ze al het Arabisch dat ze van eerdere klanten heeft geleerd opeens vergeten. Mocht de Arabier zich afvragen waar haar vader is om het huwelijk bij te wonen, wordt een willekeurige brommertaxirijder van straat geplukt om die rol te vervullen. „Soms gaat het fout”, zegt Mulyadi. Zoals die keer dat de toerist en zijn kersverse echtgenote een meningsverschil hadden, en zij uit haar rol viel om hem in het Arabisch de huid vol te schelden.

Voor een echte maagd betalen de Arabische toeristen wel 50 miljoen roepia (4.350 euro), vertelt Mulyadi. In zo’n geval willen ze wel dat een dokter de maagdelijkheid van hun nieuwe vrouw garandeert. Zelden een probleem: de dokter zit ook in het complot.

Contracthuwelijken zijn maar één voorbeeld van de vele gedaantes die prostitutie in Indonesië kan aannemen. In Jakarta stikt het van de barmeisjes die gemakkelijk met een leuke man mee naar huis gaan, maar die de volgende ochtend wel ‘taxigeld’ verwachten. Aan de onderkant van de markt zitten straatarme vrouwen in kleine dorpjes die zichzelf op de Chinese begraafplaats verpatsen voor een euro of twee. Ertussen zit van alles. Van straatkinderen die zich voor een paar centen laten betasten, tot vrouwelijke golfcaddies ‘plusplus’, tot masseuses in schijnbaar respectabele massagetenten die hun mannelijke klanten een happy end aanbieden.

Voor vrouwen is de prostitutie een manier om veel meer te verdienen dan in welk ander beroep ook. Ze beginnen vaak uit noodzaak, maar wennen al snel aan het geld dat ze eindelijk te besteden hebben. Als ze gescheiden zijn, is de drempel minder hoog. Hun mooie haar, nieuwe kleren en dure mobieltjes trekken jonge vrouwen uit hun dorp over de streep om hetzelfde te gaan doen. Soms worden ze zelfs aangemoedigd door hun ouders, die via hun dochter een brommer of stenen huis hopen te bemachtigen.

Het contracthuwelijk is voor veel aspirant-prostituees een eerste kennismaking. Ook Ani is inmiddels overgeschakeld op de reguliere prostitutie, want dat verdient beter. Van het bedrag dat een Arabier voor een contracthuwelijk neertelde, kreeg zijzelf minder dan de helft. De rest gaat op aan een ingewikkeld netwerk van makelaars, tussenmakelaars en alle anderen die ook maar zijdelings betrokken zijn. Nu heeft ze elke nacht een andere ‘kameel’. „Als ik hulp in de huishouding was geworden, verdiende ik 400.000 roepia in de maand”, zegt ze. Zo’n 35 euro; nu verdient ze dat per nacht.

Voor de plaatselijke economie in Cisarua is het ook goed. Brommertaxi’s hebben veel werk, er zijn Arabische restaurants geopend. Bewoners verkopen levende geiten, want de Arabieren vertrouwen niet dat het Indonesische vlees echt halal is. Bovendien geven ze veel donaties aan de plaatselijke moskeeën.

Toch zijn de bewoners niet echt blij. „Economisch heeft Jusuf Kalla misschien gelijk, maar moreel niet”, zegt de hoogzwangere Nina Utami, die bij een kleine warung met haar dorpsgenoten zit te kletsen. „Kijk, daar heb je er weer een”, zegt ze, en iedereen kijkt om naar de jonge vrouw die tussen twee Arabieren op de brommer van de heuvel afrijdt. „We zijn bang dat die meiden onze kinderen slecht beïnvloeden.”

Ze vertellen hoe jonge vrouwen als een soort koopwaar van villa naar villa worden gebracht, waar ze zich soms moeten uitkleden om gekeurd te worden. In het dorp zijn de half-Arabische peuters gemakkelijk te herkennen. Vaak zijn ze ter adoptie afgestaan door hun moeders, die zich schamen om hun ‘bastaardkind’ mee naar huis te nemen. Terwijl ze zwanger zijn doen ze nog even goede zaken, want sommige klanten houden van zwangere vrouwen. „Ze zijn hartstikke gek allemaal”, zegt Nina. Ze schaamt zich inmiddels om te vertellen dat ze uit Cisarua komt.

Dit is deel achttien van een serie over prostitutie wereldwijd.