Zo vraag je octrooi aan, daar is een schimmelprobleem

Rondom de Landbouwuniversiteit Wageningen ligt Food Valley, een netwerk van onderzoeksinstellingen en ondernemingen op het gebied van agrarische technieken en voedsel. Deel 9 in een serie over bedrijvenclusters.

Elke dag gaan de 300 plantjes in de onderzoekskas van het Wageningse bedrijf KeyGene van alle kanten op de foto. Via een lopende band verdwijnen ze in de fotocabine buiten de kas, waarna de transportband hen weer op hun vaste plek in de kas aflevert. „Zo volgen wij het verloop van de groei van de plantjes heel nauwkeurig”, zegt directeur Arjen van Tunen. „Een boer wil bijvoorbeeld spinazie die in het begin snel groeit en dan lang op het land kan blijven staan voordat het bloemen gaat maken”, legt hij uit. „Dan heeft hij alle ruimte om precies te oogsten wanneer de prijs op de veiling het hoogste is.”

KeyGene werkt aan genetische methoden om de eigenschappen van gewassen te verbeteren, bijvoorbeeld de opbrengst, ziektegevoeligheid, kwaliteit, geur en kleur. De onderneming heeft wereldwijd zaadveredelingsbedrijven als klant. „Wij zijn niet zichtbaar voor het grote publiek”, zegt Van Tunen, „maar veel nieuwe rassen in de gewasteelt komen tot stand met behulp van onze technieken. Zo hebben wij een luizenresistente sla ontwikkeld. Een veredelaar kan daarmee wereldwijd marktaandeel pakken.”

KeyGene is met 135 werknemers en een jaaromzet van 15 miljoen euro één van de meest succesvolle innovatieve bedrijven binnen het cluster van Food Valley. Het ontstond al twintig jaar geleden – ver voor er sprake was van Food Valley – maar groeide vooral de laatste vier jaar hard. „We behoren wereldwijd tot de grootsten in deze sector”, zegt Van Tunen.

Hoe anders is het bij Arne Aiking, oprichter van Clean Light. In zijn kantoor in een van de bedrijfsverzamelgebouwen van BioPartner Center Wageningen heerst de rommeligheid van een jongenskamer. Aiking is uitvinder, met ultraviolet licht gaat hij schimmels en bacteriën op planten te lijf.

Ontsmetting met uv-licht bestond al langer, met toepassingen in zwembaden en bij de zuivering van drinkwater. „Maar dat gaat met zeer hoge doses”, zegt Aiking. „Iedereen dacht: dat gaat in de landbouw nooit werken, want als je zo’n lamp aanzet in een kas heeft iedereen binnen een straal van vijftig meter lasogen.” Maar Aiking ontdekte dat een honderd maal lagere dosis uv-licht ontkiemende sporen van schimmels kan doden, als de behandeling maar vaak genoeg wordt herhaald. „Je hebt maar heel weinig licht nodig voor een effect”, zegt hij.

Dankzij de uv-behandeling kunnen telers toe met minder chemische bestrijdingsmiddelen. Clean Light heeft inmiddels een kantoor in Canada en in Korea, met klanten in 17 landen, variërend van telers van kastomaten tot aan beheerders van golfbanen. Zij kunnen „fors” besparen op gewasbescherming, zegt Aiking.

Het netwerk van Food Valley is voor het kleine bedrijf Clean Light „van wezenlijk belang”, zegt Aiking. „Zij helpen contacten te leggen en weten de weg naar subsidies. Uit het netwerk hoor je als uitvinder: zo vraag je octrooi aan, zo regel je de certificatie, daar is een schimmelprobleem. Alleen als een techneutje met een briljant idee red je het niet. Je hebt een warm beschermend bad nodig.”

Zes jaar geleden werd de stichting Food Valley gevormd met als doel innovatie te stimuleren, het bedrijvencluster te profileren en zakenpartners met elkaar in contact te brengen. „Het oude concept ‘Kennisstad Wageningen’ voldeed niet meer”, zegt directeur Roger van Hoesel van de stichting Food Valley. „Door over de gemeentegrenzen van Wageningen te gaan moest het kennishart rond Wageningen zich internationaal gaan profileren.”

Van Hoesel krijgt „elke week wel een buitenlandse delegatie over de vloer”, vertelt hij. Het zijn mensen die in hun eigen land soortgelijke clusters willen ontwikkelen, maar ook innovatiemanagers van grote bedrijven. „Die komen langs met een wensenlijstje met onderwerpen waarop zij samenwerking of productiemogelijkheden zoeken. Die leiden we dan twee dagen rond langs partijen die dat kunnen.”

Voor de bedrijven en instellingen betekent het een heel nieuwe manier van werken, zegt Van Hoesel. „Je moet echt kunnen pitchen om een opdracht te verwerven.” Maar het slaat aan, zegt hij. Op deze manier komen „tientallen contracten per jaar” tot stand.

Maar volgens Van Tunen van KeyGene is het nog niet voldoende. „Het concept moet nodig worden doorontwikkeld”, zegt hij. „Bedrijven van 20 tot 100 mensen moeten kunnen doorgroeien naar een omvang van 100 tot 1000. Het grote voorbeeld is wat mij betreft het Research Triangle Park in North Carolina in de VS. In zo’n kenniscluster kunnen succesvolle bedrijven als Monsanto en Genzyme floreren. Maar hier is het nog lang niet zover.”

Voor een gemeente van 30.000 inwoners is het niet makkelijk om op wereldniveau iets neer te zetten, zegt Van Tunen. „In Nederland ontbreekt het aan het laatste stukje killermentaliteit dat nodig is om te winnen.” En wat voor Food Valley geldt, geldt ook voor zijn bedrijf, vindt Van Tunen. „We moeten weg van het polderen, en beseffen dat we op wereldniveau moeten concurreren.”

Enkele tientallen internationale voedingsbedrijven, waaronder Heinz, Unimills en Kikkoman, hebben een onderzoeksafdeling in de Food Valley. Ook de eind 2008 gefuseerde zuivelonderneming FrieslandCampina koos ervoor zijn onderzoek in Wageningen te concentreren. Daar zitten zij dichtbij belangrijke onderzoeksinstituten als NIZO Food Research in Ede. „De relatie met hen en anderen is er al”, zegt een woordvoerder van FrieslandCampina, „maar door in de buurt te zitten kan het allemaal wat makkelijker. In de directe omgeving zitten bedrijven en dus mensen met dezelfde focus als wij.”

Het onderzoek van het oude Campina zat al in Wageningen, versnipperd over diverse gebouwen. Daaraan zal nu de onderzoeksafdeling van Friesland Foods in Deventer worden toegevoegd. FrieslandCampina is volgens de woordvoerder „nog aan het kijken” naar een geschikte locatie waar alle 250 werknemers onder één dak gebracht kunnen worden.„Toen wij bekendmaakten dat wij ons daar wilden vestigen, kwamen de aanbiedingen vanzelf op ons af”, zegt een woordvoerder.

Even verderop zit in een immens voormalig universiteitsgebouw het bedrijfje NSure. Het gebouw staat grotendeels leeg. „We hopen dat we snel buren krijgen”, zegt commercieel manager Haye Radersma. „Dan zit er in ieder geval iemand bij de receptie en kunnen wij klanten fatsoenlijk ontvangen.”

NSure begon vier jaar geleden als spin-off van de universiteit en heeft nu 12 mensen in dienst. Het ontwikkelt testkits, waarmee fruittelers de rijpheid van hun appels of peren kunnen bepalen. De teler neemt zelf een monster van de vruchten, wrijft het fijn in een plastic zakje en druppelt het sap op een kartonnen kaartje. Dat wordt opgestuurd naar NSure, waar het wordt geanalyseerd.

NSure kijkt op DNA-niveau naar de status van het gewas. „Wij kunnen zo een betrouwbare voorspelling doen over de kwaliteit en de houdbaarheid, of het optimale moment voor de oogst bepalen”, zegt Radersma. De test kan de teler veel voordeel opleveren. „Wij helpen klanten bijvoorbeeld in Zuid-Amerika te beslissen of het zin heeft een partij fruit naar Europa te verschepen of dat ze het beter lokaal kunnen afzetten omdat de vruchten bij aankomst in Europa overrijp zouden zijn.”

NSure zit in Wageningen wegens de nauwe banden met de universiteit. Het bedrijf is net onder de vleugels van de alma mater vandaan, want tot een half jaar geleden had het nog geen eigen onderkomen. Loskomen van het academische wereldje was „even wennen” zegt Radersma, maar na zes maanden „heeft iedereen meer het gevoel bij een bedrijf te werken.”