Stout, chic en Haags

Conny Stuart was een onbetwiste diva – het middelpunt van shows en musicals, voorzien van een zwoele stem die Nederlands cultuurgoed werd.

Conny Stuart, omstreeks 1970. Foto Paul Huf

Conny Stuart was de grande dame van het Nederlandse cabaret – een term die door veelvuldig misbruik enigszins in waarde is gedaald, maar die bij haar past als bij geen ander. Ze straalde een ongeëvenaarde combinatie van chic en stoutigheid uit, die haar in de jaren veertig tot een chansonnière van formaat maakte, in de jaren vijftig tot ravissant middelpunt van het cabaret van Wim Sonneveld, en vanaf de jaren zestig tot de grootste musicalvedette van het land. In exuberante nummers als Hoezepoes en Zeur niet bespeelde ze alle registers van haar komisch talent, terwijl haar ingetogen uitvoering van het Wat voor weer zou het zijn in Den Haag? een toonbeeld van weemoedige allure was.

Gisteren is bekendgemaakt dat Conny Stuart zondag op 96-jarige leeftijd is overleden in Amsterdam. Cornelia van Meijgaard, zoals ze officieel heette, woonde meer dan de helft van haar lange leven in Amsterdam, maar ze was Haags tot in haar elegante vingertoppen. Als dochter van de administrateur van een baron ging ze in de jaren twintig naar de MMS, de school iets onder HBS-niveau waar veel meisjes uit de beter kringen naartoe gingen. Ze mat zichzelf de adellijke naam Stuart aan, kreeg pianolessen en tekende mondaine modeplaten. Ze danste de charleston in de roaring twenties, wilde op Greta Garbo lijken en forceerde haar stem naar beneden om net zo zwoel te kunnen zingen als de Franse chansonnière Lucienne Boyer. Min of meer moeiteloos maakte ze in 1939 haar radiodebuut als zangeres. „Ik vond het allemaal heel gewoon”, zei ze een paar jaar geleden in haar biografie Uitverkoren, de carrière van Conny Stuart. „Zo had ik me het leven voorgesteld. Dat klinkt hooghartig en dat was ik misschien ook wel.”

Vervolg Stuart: pagina 9

Hartverwarmende musicalster

Tijdens de bezetting trad Conny Stuart toe tot het succesrijke cabaretgroepje van Wim Sonneveld, dat kon doorspelen omdat hij het in zijn geheel aanmeldde bij de Kultuurkamer. Sonneveld werd tevens haar artistieke leidsman. Hij stimuleerde haar komische kant, door zijn toenmalige tekstschrijfster Hella Haasse een kluchtig lied als Yvonne de spionne te laten maken. Ook toen Annie M.G. Schmidt in de jaren vijftig veel teksten voor het Sonneveld-cabaret ging leveren, kreeg de leading lady van het ensemble elk seizoen minstens één hilarische solo in handen. En intussen had ze ook met haar uitbundige medewerking aan populaire radioseries als Mimoza en Koek en ei de lachers op haar hand. Tot al die komiekerigheid haar allengs iets te veel begon te worden: „Het was voor mij een schrikbeeld geworden dat de mensen mij lollig zouden vinden. Vrouwen mogen geestig zijn, ad rem, spiritueel, noem maar op, maar niet lollig.” Zo tekende ze een goed gelijkend zelfportret.

Een ideaal podium kreeg Conny Stuart vanaf 1965, toen er volgens Annie Schmidt maar één vrouw was die de hoofdrol in haar debuutmusical Heerlijk duurt het langst kon spelen. Als de bedrogen echtgenote die haar trots hervindt in een flirt met de buurman en daarna ook haar man weer verovert, groeide de cabaretière uit tot een hartverwarmende musicalster. Geen wonder, dat Annie Schmidt en Harry Bannink in de daaropvolgende twee decennia nog vier andere musicals voor haar schreven.

Vaak vormde haar solo het hoogtepunt van de show: van het indrukwekkende ’t Is over en het uitdagende Ik hoef alleen maar even zó te doen tot het eveneens op haar lijf geschreven Ik ben er nog. Ze werd in veel opzichten de stem van Annie Schmidt – de dame die in alle omstandigheden haar waardigheid behoudt ook als ze met de handtastelijke Herr Heinzelmann naar het Deltaplan vaart („de boot sloeg om en ja, daar lag-ie dan/ en hij verdronk met heel zijn rataplan”) of haar toehoorders opriep nimmer te zeuren: „Neem een grote schaar en knip in het velours/ scheld de vrouw van de notaris uit voor hoer/ doe dat allemaal/ maak een groot schandaal/ maar zeur niet!”

Na de musicaltijd maakte Conny Stuart in 1985, samen met Louis van Dijk, haar stijlvolle afscheidsvoorstelling De Stuart Story. Ook daarvoor schreef Annie Schmidt diverse teksten, waaronder het autobiografische Uitverkoren: „Succes en glamour/ nog beroemder dan Fred Emmer/ ik ben uitverkoren...” Daarna speelde ze alleen nog de Beckett-solo Schommelzang op een gala-avond van het Theaterfestival in 1987. „Het beste besluit in mijn leven is geweest om aan het toneel te gaan”, zei ze. „En het één na de beste was om ermee op te houden. Ik heb altijd zeker geweten dat het beter was om zelf te stoppen dan om door de omstandigheden gedwongen te worden.”

Met haar nog altijd ijzeren discipline hield ze zich sinds haar 84ste aan haar beslissing om te stoppen. Geen enkel aanbod kon haar nog vermurwen om weer in de schijnwerpers te gaan staan. Ze werd een diva in ruste, die met genoegen terugkeek op haar dagen als stralende ster. En die nog veelvuldig op de radio kon horen, dat veel van haar creaties nu tot het nationale cultuurgoed behoren.