Roemruchte kartel-historie

Auteur:Gerard AaldersTitel: Kartels. De Amerikaanse strijd om de wereldhegemonie. Uitgever: Boom. ISBN: 978-90-8506-962-1, 376 blz, € 29,90

Dr. Carl Duisberg maakt begin twintigste eeuw een zakenreis naar de Verenigde Staten. Duisberg, wetenschapper en directielid van de Duitse kleurstoffenfabrikant Bayer, treft daar iets aan wat in Europa volstrekt onbekend is. Een wet, bekend als de Sherman Act, die kartels verbiedt. Niet dat de uit 1890 stammende wet, de eerste ooit in zijn soort, veel effect heeft. In de VS van rond 1900 zijn talloze kartels actief.

Na terugkomst in Duitsland brengt Duisberg de in de VS geleerde lessen in de praktijk, zo schrijft Gerard Aalders van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Kartels. De Amerikaanse strijd om de wereldhegemonie. Maar Duisberg bestrijdt de kartels niet. In tegendeel, hij richt er een op. Hij staat in 1900 aan de wieg van IG Farben, waarbinnen Duitse chemiebedrijven worden gebundeld. Ironisch genoeg leveren de VS op die manier de kennis voor de start van een berucht kartel dat de Amerikanen na 1945 inspireert tot een felle anti-kartelpolitiek.

Kartels als IG Farben – IG staat voor ‘Interessengemeinschaft’, een gedeeld belang – krijgen in het vooroorlogse Europa vrij spel. Regeringen staan de vorming ervan toe, zolang de kartels het landsbelang dienen. En omdat markten in Europa bij de landsgrenzen ophouden en zich niet zoals in de VS over een heel continent uitstrekken, is het relatief makkelijk om kartelafspraken te maken. IG Farben, dat naast kleurstoffen ook onder meer kunstmest, explosieven, medicijnen, synthetische benzine en rubber maakt, groeit dan ook in vijfentwintig jaar tijd uit tot een machtig internationaal industrieel conglomeraat.

Standard Oil, een Amerikaans oliekartel dat in eigen land vrijwel de hele olie-industrie beheerst, is niet blij met de techniek van IG Farben die het mogelijk maakt om uit steenkool benzine te maken. De twee spreken daarom af dat IG Farben de productie van synthetische benzine tot Duitsland beperkt. Als tegenprestatie concentreert Standard Oil de chemieactiviteiten op oliegerelateerde producten. Standard Oil legt conform de marktafspraken met IG Farben het eigen onderzoek naar synthetisch rubber stil, een beslissing die grote gevolgen heeft. Want tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstaan in de VS rubbertekorten, omdat zij door de marktafspraken van IG Farben en Standard Oil afhankelijk zijn van natuurlijk rubber.

Door de kartelafspraken van IG Farben met Amerikaanse bedrijven, waarbij ook nu nog bekende concerns als de aluminiumproducent Alcoa zijn betrokken, ontstaan in het geallieerde kamp tekorten aan cruciale grondstoffen, zoals ook magnesium, onmisbaar is voor de productie van vliegtuigonderdelen. Na de oorlog koppelen de VS de Duitse kartels daarom direct aan de nazi’s. Het verband is volgens Aalders onterecht, omdat veel kartelafspraken al voor de komst van de nazi’s in 1933 zijn gemaakt.

Na 1945 maken de VS er dus veel werk van om af te rekenen met de kartels. Het project, dat volgens Aalders onderdeel is van Amerika’s ambitie om de wereld te domineren, komt in 1951 op gang met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Door de Duitse en de Franse markt van twee onmisbare grondstoffen met elkaar te verbinden, komen de op nationale belangen gebaseerde kartels buiten spel te staan. En daarmee is de EGKS, voorloper van de huidige Europese Unie, volgens Aalders het startpunt van het strenge kartelbeleid van Neelie Kroes, eurocommissaris mededinging tussen 2004 en 2009.

De kartels zijn nog niet verdwenen, zo blijkt uit de hoge boetes die Kroes heeft uitgedeeld. Maar de VS, zo constateert Aalders, hebben wel met succes hun economische model van transparante, op concurrentie gerichte markten aan West-Europa opgelegd. En daarmee domineren de VS de wereld niet slechts politiek en militair, maar nadrukkelijk ook economisch.

Kartels is een voor zijn soort goed leesbaar, spannend en uitstekend gedocumenteerd boek. Ondanks alle details blijft Aalders zijn lezer boeien. Het is wat teleurstellend dat Kartels grotendeels is gebaseerd op Operatie Safehaven (2006). Dat zijn laatste boek volgens Aalders logisch voortvloeit uit zijn eerdere publicatie, maakt die teleurstelling niet goed.