Rechercheur in de val gelopen

Een oud-rechercheur werd zo onder druk gezet door Marokko dat hij bezweek. Hij speelde informatie uit politiebestanden door. Gisteren was de rechtszaak.

Wat hebben de Marokkaanse autoriteiten uitgespookt met Redouan L.?

Het werd niet helemaal duidelijk gisteren, tijdens de zitting voor de Haagse rechtbank waar de oud-rechercheur zich moest verantwoorden voor het lekken van vertrouwelijke informatie aan medewerkers van de Marokkaanse ambassade in Den Haag.

De zaak leidde in 2008 tot de nodige politieke ophef, en tot spanningen tussen de Marokkaanse en Nederlandse regering. Maar wat er precies was voorgevallen, is tot nu toe onduidelijk gebleven.

Ook tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak kwamen niet alle details naar voren, maar het verhaal van Redouan L. was onthutsend. Marokkaanse diplomaten, onder wie de tweede man van de ambassade, zouden de brigadier van Marokkaanse komaf hebben onderworpen aan stelselmatige chantage en bedreiging. Volgens L. was de druk zó groot dat hij wel moest doen wat werd geëist: het verstrekken van vertrouwelijke gegevens uit de politiesystemen waartoe hij toegang had. Tijdens de zitting probeerde L. onder woorden te brengen hoe hij zich had gevoeld. Daarbij barstte de ex-rechercheur (39) verschillende malen in snikken uit.

In 2005 werd Redouan L. op het vliegveld van Casablanca tijdens de paspoortcontrole uit de rij gehaald en onderwerpen aan wat zijn advocaat J. van Riet gisteren omschreef als een „onmenselijke behandeling”. Van Riet sprak van een „aantasting van de lichamelijke en geestelijke integriteit”, maar gaf geen verdere details. Officier van justitie Evert Harderwijk en de rechtbank deden dat ook niet.

Redouan L. gaf leiding aan succesvolle integratieprojecten voor Antilliaanse en Marokkaanse jongeren, en had daarom nauwe contacten met de Marokkaanse ambassade in Den Haag. Maar toen hij zich bij de ambassadeur ging beklagen over zijn behandeling in Casablanca, liep hij in de val, zo zei hij gisteren – opnieuw in tranen.

De tweede man op de ambassade, Jamal Habibi, beloofde te helpen. Maar al snel vroeg de diplomaat – in werkelijkheid waarschijnlijk een officier van de Marokkaanse geheime dienst – iets terug: antecedenten en persoonsgegevens van een Nederlandse ondernemer die wilde investeren in Marokko. Toen Redouan L. weigerde, werd hij naar eigen zeggen door Habibi onder druk gezet. Daarbij zou onder meer gedreigd zijn met gevolgen voor zijn familie in Marokko.

Redouan L. bezweek onder die druk, zo vertelde hij. In de periode 2006-2008 vroeg hij 18 keer vertrouwelijke informatie op uit de politiesystemen en speelde deze door aan de Marokkaanse ambassade. Zo zocht de rechercheur naar gegevens over naar het voormalige SP-Kamerlid Ali Lazrak. De ambassade was ook geïnteresseerd in Marokkaanse Nederlanders die zich bezig zouden houden met terrorisme, of met oppositie tegen het regime in Casablanca.

In 2008 stopte Redouan L. met het doorspelen van informatie. Hij had steeds meer last van zijn geweten gekregen, zei hij gisteren.

Advocaat Van Riet vroeg om vrijspraak, of ten minste ontslag van rechtsvervolging van zijn cliënt. Volgens Van Riet was de druk op zijn cliënt zo groot, dat er sprake was van overmacht.

Ook officier van justitie Harderwijk hield rekening met verzachtende omstandigheden rond de inmiddels ontslagen rechercheur. Zo kan niet bewezen worden dat L. is betaald, en was de informatie die hij doorspeelde weliswaar vertrouwelijk, maar niet staatsgeheim. Harderwijk eiste daarom geen cel, maar 240 uur werkstraf. „Dit is geen spionagezaak”, zei hij.