Ramp heeft nog geen gevolgen voor Zardari

De Pakistaanse president Zardari ligt onder vuur wegens zijn gebrekkige respons op de watersnood, maar voorlopig ziet de oppositie geen ruimte om de macht over te nemen.

Zelfvertrouwen is altijd een sterke kant geweest van de Pakistaanse president Asif Ali Zardari. Ook nu hij zwaarder dan ooit onder vuur is komen te liggen toont hij geen teken van twijfel dat hij de watersnood adequaat bestrijdt. Op vragen van journalisten of hij vreesde voor het einde van zijn regering zei hij deze week in Islamabad: „Ik denk niet dat iemand bij zijn volle verstand deze verantwoordelijkheid op zich zou willen nemen. Alleen democratie kan dit juk dragen.”

Waarmee Zardari maar weer eens gezegd had dat hij de democratie in Pakistan ís. De weduwnaar van de in december 2007 vermoorde oud-premier Benazir Bhutto werd twee jaar geleden de eerste (indirect) gekozen leider na negen jaar militair bestuur door generaal Musharraf. Hij gaf de macht die Musharraf naar het presidentschap had toegetrokken terug aan het parlement en spreekt geregeld over Pakistan als „mijn democratie”. Nu twintig miljoen Pakistanen in nood zitten zijn losse opmerkingen over democratie het belangrijkste wat hij het volk te bieden heeft.

De breedgedragen kritiek dat Zardari in Frankrijk en Groot-Brittannië verbleef terwijl een kwart van het land onder water liep, verwierp hij in het gesprek met de journalisten. De watersnood is een langetermijnsituatie, zei hij. „Je moet de capaciteit hebben om het drie jaar of langer [de periode die het herstel volgens de president zal duren, red.] vol te houden en jezelf niet onmiddellijk uit te putten.”

Terwijl de slachtoffers zich beklagen over de gebrekkige hulp van de overheid en 800.000 Pakistanen na weken nog van de buitenwereld afgesloten zijn, rekent Zardari erop dat hij aan de macht blijft tot het einde van zijn termijn in 2013. Voorlopig is er niemand die hem uitdaagt. Dagelijks blokkeren slachtoffers wegen voor politici die zich van hun goede kant komen laten zien en wat hulpgoederen willen uitdelen. Maar grote, door de oppositie georganiseerde protesten zijn uitgebleven.

De oppositie, onder leiding van de Pakistaanse Moslimliga-N van oud-premier Nawaz Sharif, heeft zich wel kritisch uitgelaten over Zardari’s aanpak van de ramp maar roept niet op tot een opstand, zoals dat vorig jaar wel gebeurde toen Zardari weigerde eerherstel te bieden aan de door Musharraf opzijgeschoven opperrechter Chaudhry.

Analisten vermoeden dat Sharif rustig afwacht hoe de onvrede over Zardari en zijn Pakistaanse Volkspartij aanzwelt. Eind vorige maand, vóór de overstromingen waren uitgegroeid tot een ramp, was Sharif al veel populairder dan Zardari. Volgens een peiling van het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew dacht toen 20 procent van de Pakistanen positief over de president, en 71 procent positief over de oppositieleider. In deze chaotische situatie onrust aanwakkeren zou bovendien het leger kunnen aansporen tot ingrijpen in de politiek; een scenario dat nooit helemaal uit beeld verdwijnt in Pakistan.

Waarom zou Sharif nu ook de macht willen overnemen? De overstromingen hebben niet alleen het falen van de huidige regering blootgelegd, maar ook dat van de eerdere leiders in het 63-jarige bestaan van Pakistan. De watersnoodramp is een gevolg van de verwaarlozing van het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Van slecht onderwijs, waardoor de bevolking pas gelooft dat er een ramp dreigt als het water hun huizen binnenloopt. Van chronische armoede, het ontbreken van evacuatieplannen en noodvoorraden.

Om dat te corrigeren is meer nodig dan een miljardenlening van het Internationaal Monetair Fonds; het vergt een staat die voor het volk wil zorgen. Met name de afgelopen tien jaar heeft het daaraan ontbroken, vindt Cyril Almeida, columnist van dagblad Dawn. Wat hem betreft vormen de watersnood en de falende aanpak van het groeiende extremisme „een catalogus van menselijk leiden”. De staat heeft de Pakistanen „op de meest verschrikkelijke manier in de steek gelaten, niet deze week of vorige maand, maar gedurende haar hele, povere bestaan”.

Tekenend voor het gebrek aan humanitaire zorg was het legeroffensief tegen extremisten in de Swat-vallei vorig voorjaar. Toen droeg de regering de inwoners op de regio onmiddellijk te verlaten zonder enige voorziening voor hen te treffen en moesten burgers vluchten tussen de beschietingen van hun eigen leger door. Almeida: „Pakistan is geen mislukte staat, maar het is een staat van herhaalde en kolossale mislukkingen.”

Zardari zegt juist dat hij een nieuwe lente ziet, al klinkt hij niet erg overtuigd: „We moeten ons er doorheen slaan. Alle landen die voor zulke uitdagingen zijn komen te staan, zijn er sterker en beter uitgekomen. Ik hoop op het beste.”