OM eist werkstraf voor 'spionerende agent'

Het Openbaar Ministerie heeft gisteren voor de rechtbank in Den Haag 240 uur werkstraf geëist tegen de Rotterdamse voormalige rechercheur Redouan L. (39) voor het lekken van vertrouwelijke politiegegevens aan de Marokkaanse geheime dienst. De rechercheur, die werkte bij een succesvol reïntegratieproject voor allochtone jongeren, heeft toegegeven dat hij tussen 2006 en 2008 informatie uit politiesystemen heeft doorgespeeld aan de tweede man op de Marokkaanse ambassade in Den Haag. Deze man bleek later een medewerker van de Marokkaanse geheime dienst te zijn.

De zaak leidde in 2008 tot spanningen tussen Nederland en Marokko. Nadat de Nederlandse inlichtingendienst AIVD de regering had ingelicht, stuurde minister van Buitenlandse Zaken Verhagen twee Marokkaanse diplomaten terug naar Casablanca.

Redouan L. werd na intern onderzoek van de politie Rotterdam Rijnmond ontslagen, maar het Rotterdamse OM achtte vervolging niet nodig. Nadat Nova in het najaar van 2008 over de zaak had bericht en er politieke ophef over de ‘spionagezaak’ was ontstaan, besliste het College van procureurs-generaal dat alsnog tot vervolging moest worden over gegaan. Volgens officier van justitie Evert Harderwijk moet de zaak echter in perspectief worden gezien. „Dit is geen spionagezaak.”

Redouan L. deed op verzoek van de Marokkaanse ambassade onderzoek naar eventuele criminele antecedenten en adresgegevens van bepaalde personen. Vertrouwelijk, maar geen informatie die als staatsgeheim geldt. Het OM meent dat er evenmin voldoende bewijs is dat de ex-rechercheur zich heeft laten betalen voor de gelekte informatie.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat Redouan L. onder zware druk is gezet door de Marokkaanse autoriteiten om informatie te verstrekken. Volgens zijn advocaat Van Riet is L. zijn handelen daarom niet aan te rekenen. De advocaat vroeg om vrijspraak.