Minder verraad, meer sympathie

Een hond is goed voor de sociale omgang. Stephen Colarelli ontdekte dat het samenwerking op kantoor ook verbetert. Maar de meeste bedrijven zijn verboden voor honden.

Ze kwijlen, ze lopen overal tussendoor en ze zeggen geen woord. Toch kan een hond op de werkvloer effectiever zijn dan een consultant of een conflictbemiddelaar. Mensen die in een team moeten samenwerken vertrouwen elkaar meer als in hun gezelschap ook een hond rondloopt. Werknemers stellen zich kwetsbaarder op, en in enquêtes die ze achteraf invullen geven ze aan dat ze elkaar aardiger vinden.

Dat heeft evolutionair psycholoog Stephen Colarelli aangetoond in twee experimenten die begin deze maand zijn gepresenteerd op een gedragswetenschappelijk congres in Madison in de Amerikaanse staat Wisconsin. „We wisten al langer dat de aanwezigheid van dieren een therapeutische werking kan hebben”, vertelt Colarelli, hoogleraar evolutionaire psychologie aan Central Michigan University. „Ouderen in verzorgingstehuizen knappen op van honden in de buurt en ook autistische kinderen kunnen er baat bij hebben. We weten ook al langer dat de aanwezigheid van een hond kan werken als een sociale katalysator. En als hondenbezitter weet ik dat ook uit eigen ervaring. Als je een hond uitlaat, word je aangesproken door mensen die dat normaal niet zo snel zouden doen. Studenten zijn in mijn werkkamer op de universiteit ook relaxter en opener als ik mijn hond heb meegenomen.”

Colarelli schat dat vijf procent van de Amerikaanse werkgevers toestaat dat employees hun hond meenemen naar het werk. Internetreus Google is waarschijnlijk het bekendste bedrijf met een dergelijke policy. „Of zo’n hond op de werkvloer ook echt effect heeft was wetenschappelijk niet eerder onderzocht”, zegt Colarelli.

Voor het eerste experiment vroeg hij 12 groepen van vier mensen – vooraf was bepaald dat ze niet bang waren van honden – om een advertentieslogan te bedenken voor een nepproduct. Met een poedel, Jack Russell of een ‘vuilnisbakkenras’-hondje in de buurt was hun bloeddruk fors lager. In achteraf ingevulde vragenlijsten waren mensen opener naar elkaar en bleken ze elkaar meer te vertrouwen. „Op video-opnamen zie je dat mensen de honden op hun rug kloppen”, zegt Colarelli. „Soms legt er een hond zijn hoofd op hun knie. Mensen praten ook over honden. Ze beïnvloeden de sfeer. Het is natuurlijk best mogelijk dat je een vergelijkbaar effect bereikt met een kat, een konijn of een ander knuffelbaar beest.”

In een tweede experiment speelden de kandidaten een zogeheten prisoners game, een spelletje waarin mensen beschuldigd worden van een misdaad. Als niemand in een groep bereid is een een schuldige aan te wijzen, dan komt de groep als geheel er het beste af, maar als er één klikt dan riskeren de anderen een zware straf. „In het gezelschap van een hond nam de kans op klikken met dertig procent af”, vertelt Colarelli.

Als evolutionair psycholoog plaatst Colarelli de positieve rol van de honden in een breed kader. „Honden en mensen werken misschien al wel 15.000 jaar samen. Het verbaast me niet dat we hun gezelschap op prijs stellen.”

Honden mogen sfeerverhogend werken, hun invloed op de productiviteit van de proefpersonen heeft Colarelli niet onderzocht. Het ligt voor de hand dat de afleiding van een rondhuppelend huisdier op kantoor ten koste kan gaan van de concentratie. Ook is onzeker, erkent Colarelli, of een hond op kantoor op de lange termijn goed uitpakt. „Ik denk dat de aanwezigheid van een hond vooral nuttig is als mensen die elkaar niet zo goed kennen in een team moeten samenwerken”, zegt hij. „Het gunstige effect van een hond op gezelschap lijkt op de invloed die de aanwezigheid van een kind kan hebben. Mensen zijn dan minder snel geneigd om zich agressief of onbeleefd te gedragen.”