Kidnappende 'Mister Marlboro'

Mokhtar Belmokhtar zit achter veel van de gijzelingen in de Sahara. Hij doet dat onder de vlag van Al-Qaeda.

Mokhtar Belmokhtar liet maandag de Spaanse hulpverleners Albert Vilalta en Roque Pascal vrij na een gijzeling van negen maanden, de langste tot nu toe in de Sahara. Kloppen de hardnekkige mediaberichten, dan heeft de geboren Algerijn in ruil 4 á 5 miljoen euro in zijn zak kunnen steken. Zeker is dat Mokhtar de vrijlating wist af te dwingen van zijn rechterhand ‘Omar de Saharaan’ – een 52-jarige Malinees die de ontvoering van de Spanjaarden, vorig jaar november in Mauretanië, daadwerkelijk had uitgevoerd maar daar later voor werd opgepakt.

Mokhtar Belmokhtar (38) wordt verantwoordelijk gehouden voor de meeste ontvoeringen van hulpverleners, diplomaten en toeristen in de uitgestrekte zandvlaktes van Noordwest-Afrika. Het aantal gijzelingen haalt het niet bij dat in een land als Colombia, maar ze trekken veel meer aandacht. Een verklaring is mogelijk dat ze gericht zijn tegen westerlingen en uitgevoerd worden in naam van Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb, een door de Algerijnse terreurgroep GSPC gedomineerde fusie die zich sinds 2007 presenteert als regionale representant van het gevreesde internationale netwerk.

Belmokhtar mag dan opereren onder de vlag van Al-Qaeda, volgens voormalige handlangers die met internationale persbureaus hebben gepraat gaat het hem niet primair om de ideologie maar om financieel gewin. Daarom zouden zijn gijzelaars het er doorgaans levend vanaf brengen. Belmokhtar was onder meer betrokken bij de losgeldonderhandelingen voor de 32 Europese ‘Sahara-gijzelaars’ in 2003, twee Oostenrijkers in 2008 en twee Canadezen in 2009 onder wie een hoge VN-gezant. De enige twee tot dusver bekende executies van westerlingen door Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb – vorige maand een Franse hulpverlener, vorig jaar mei een Britse toerist – worden door analisten toegeschreven aan Abdelhamid Abou Zeid, de leider van een meer radicale subafdeling.

Volgens analist Andrew Black van de Amerikaanse Jamestown Foundation nam Belmokhtar afstand van de ‘harde kern’ nadat hij in 2003 gepasseerd was als de nieuwe amir van het Algerijnse GSPC. De door oud-collega’s als kalm en bedachtzaam omschreven Belmokhtar – een van zijn bijnamen luidt ‘de diplomaat’ – zou vervolgens zijn eigen kidnap- en ontvoeringshandel hebben opgezet in het woestijnzand. Dat neemt niet weg, stelt Black, dat Belmokhtar zijn opbrengsten kan delen met de echte terroristenleiders in Algerije, waardoor hij indirect toch betrokken zou zijn bij aanslagen die nog altijd tientallen levens per jaar eisen. Dit valt moeilijk na te gaan.

Belmokhtars spilfunctie stoelt voor een belangrijk deel op zijn goede contacten met de nomadische Toeareg die leven rond de eeuwenoude, trans-Saharaanse handelsroutes in Mali en Niger. Hij zou getrouwd zijn met een vrouw uit een invloedrijke Toeareg-clan. Behalve aan ontvoeringen verdient hij aan de smokkel van drugs en sigaretten. Een van Belmokhtars bijnamen luidt ‘Mister Marlboro’.