Jansons dirigeert maximaal

Klassiek Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons m.m.v Ferrucio Furlanetto, bas. Gehoord: 25/8 Concertgebouw Amsterdam. ****

Voor het eerst sinds 5 februari stond chef-dirigent Mariss Jansons gisteravond in de serie Robeco Zomerconcerten weer voor zijn Koninklijk Concertgebouworkest. Vanwege hartproblemen moest hij concerten afzeggen, in juni werd hij geopereerd. De komende anderhalve week gaat hij met het orkest op tournee langs Salzburg, Edinburgh, Luzern en Berlijn.

Maar Jansons’ problemen zijn niet voorbij en zijn toestand blijft broos. In september moet hij weer naar het ziekenhuis voor een correctie op de vorige operatie: de defilibrator moet beter worden aangesloten op zijn hart. Bernard Haitink neemt dan vier concerten over. Jansons dirigeert pas weer begin november in Amsterdam. Om zich te sparen gaat hij in het seizoen 2011-2012 niet op tournee met het Concertgebouworkest en met het orkest van de Bayerische Rundfunk, waarvan hij ook chef-dirigent is.

Aan Jansons was van dat alles niets te merken. Hij vindt dat elk concert een uniek evenement moet zijn en dirigeerde zoals altijd met maximale inzet een fenomenaal opgebouwd optreden. Bartóks Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta was grootschalige kamermuziek met ragfijn en ritmisch virtuoos orkestspel, spannend en soms surrealistisch van sfeer.

De beroemde Italiaanse bas Ferrucio Furlanetto was met zijn brede variëteit aan expressie een ideale vertolker van Moesorgski’s Liederen en dansen van de dood. Hij gaf op indrukwekkende wijze gestalte aan de dood, barmhartig, huiveringwekkend, wreed of genadeloos. Zoals in De veldmaarschalk, glimlachend op een van bloed druipend slagveld: ‘mij is de overwinning!’

Stravinsky’s tweede suite uit De vuurvogel was een meesterstuk van orkest en dirigent met bedwelmend zwevende passages, briljant spel en kleur en klank, spectaculair spits speels en sprankelend.